De abdij van Villers la Ville (Cisterciënzers) werd opgericht in 1147. Ze werd afgeschaft na de Franse revolutie (1797), waarna het complex dienst deed als steengroeve en ten prooi viel aan de natuurelementen.
De bouw van de driebeukige kerk werd in 1208 aangevat. Het koor en het transept behoren tot de oudste voorbeelden van gotiek in Brabant. Zij waren klaar rond 1220. Het schip zelf was klaar in 1255. Een bijzonder detail zijn de gekoppelde rondboogvensters met oculi. Het koor is nog niet verlicht met lange tweelichtvensters onder lancetbogen (zie bv. Onze-Lieve-Vrouw ter Predikheren van Leuven), maar tussen de steunberen zitten spitsboogvensters and oculi boven elkaar.
Rond 1250 werd aan de zuidzijde een refter gebouwd, waarvan nog veel overgebleven is. Dit was een tweebeukige ruimte, overspannen door kruisribgewelven onder een zadeldak. De overblijfselen van de keuken omvatten een stookplaats en een ruimte voor de opslag van voedsel.
Het gastenverblijf, ook van rond 1250, had op de verdieping een grote slaapzaal met een houten tongewelf.
De ruïnes behoren tot de meest prestigieuze ruïnes van Europa.
Marc Van de Leest: 'Imposante gebouwen, die gerust de vergelijking doorstaan met de Engelse giganten zoals Tintern Abbey'
Noëlla Cornu: 'Een fijne uitstap voor groot en klein. Leuke onvoorspelbaarheden. Zalige rust.'
Raf Van den Eynde: 'De ruines van de abdij van Villers-la-Ville en haar ligging zijn adembenemend mooi. De noordelijke muur van de kerk wordt ontsierd door een archi-lelijk podium. 'jan theys: 'heel mooi ik had 5 uur nodig om alles te bewonderen , en als ik thuis was was ik nog sprakeloos dus 10/10 '
Français English
   |