willekeurig
hitparade
plaats
soort
naam
element
stijl
architect
vroeger
main
--> Hoofdblad --> Lijst van alle plekken Of Vorige
Men vindt deze plek vrij mooi! Gemiddelde score: 5.5 door 853 willekeurig stemmers.
En U??? Stem op de plekken in België via Willekeurig
(Ref:0001636)

Toon map op Google Maps

Zimmertoren of Corneliustoren te LIER
(Zimmerplein)

Zimmertoren of Corneliustoren LIER foto




Zimmertoren of Corneliustoren LIER foto: Zimmertoren of Corneliustoren LIER foto: Zimmertoren of Corneliustoren LIER foto: Zimmertoren of Corneliustoren LIER foto: Zimmertoren of Corneliustoren LIER foto:
Zimmertoren of Corneliustoren LIER foto:
Klik op de kleine foto's om ze te vergroten, klik op de grote foto voor een maxi-formaat.

De vroegere Corneliustoren dateert uit de 14e eeuw en maakte deel uit van de tweede stadsomwalling. Later werd hij gebruikt als opslagplaats. In 1928-1930 werd de toren verbouwd tot Zimmertoren en de astronomische verwezenlijkingen van Louis Zimmer werden er in ondergebracht. De astronomische klok in de voorgevel bevat o.a. het Greenwich-uur, de dierenriem, de dagen van de week en de schijngestalten van de maan. (met dank aan dhr. Chris Cambré) De toren is ingericht als een klein panetarium. Uitleg verkijg je via een bandje. In het gebouw naast de toren kan u de wonderklok zien. Je kan ook het gereconstrueerde atelier zien van Louis Zimmer in dit gebouw. (met dank aan Kim Roman)


Lambert GODSCHALK: 'Als kind kwam ik vanuit Nederland al hier met een jeugdvereniging en intussen ben ik al tientallen keren hier geweest bij en in de Zimmertoren met Familie, kennissen en zakenrelaties. Iedereen vond en vindt de toren een bijzondere toren, mooi wat vorm, materiaal en bouwstijl betreft en geweldig interessant vanwege de functie. Ik was er maandag 29 september 2008 nog omdat ik de toren verwerk in de door mij gemaakte Nieuwjaarsquizz 2009 bij onze vriendenclub. Roosendaal, 2 oktober 2008. '

Frits Schetsken: '

Klok kijken met Zimmer

Elf wijzerplaten en twee bollen, dat heeft Louis Zimmer samengebracht op de voorzijde van zijn Jubelklok. Op kleine foto 1 van rij 2 kan je ze allemaal zien, als je deze foto even uitvergroot door erop te klikken.

De grote wijzerplaat in het midden komt ons allemaal bekend voor, die geeft de juiste tijd aan zoals deze in onze Middeneuropese Tijdzone (MET) dagelijkse kost is, op Zimmers uurwerk met Romeinse cijfers. Alles daarrond zouden we vandaag in de horlogesector complicaties noemen, extra tijdsaanduidingen voor diverse doeleinden, maar wel allemaal gekoppeld aan één loopwerk. Dat is hier ook zo, alles wordt aangedreven door één moederuurwerk, dat zich op de tweede verdieping in de toren bevindt. Maar wat kan je nu aflezen van al die wijzerplaten en bollen? We beginnen gemakkelijk:

Aardbol (helemaal onderaan, onder VI op de grote wijzerplaat):

Deze bol wentelt in 24 uur om een as die even schuin staat als die van de reële wereldbol. Tussen de polen loopt een netwerk van lijnen (meridianen) die het boloppervlak verdelen in 24 verticale stroken van 15°, zodat ze samen 360° of de oppervlakte van een cirkel vormen. In elke strook geldt dezelfde tijd, met een verschil van plus of min 1 uur t.o.v. de aangrenzende stroken. De tijd van elke strook is in feite de tijd van een plek in het midden van zo’n strook, waarbij het op elke plaats links of rechts daarvan eigenlijk iets vroeger of iets later is, wanneer je de zonnestand als richtlijn neemt.

Om een begin van de cirkel te hebben, wordt de meridiaan die over de Engelse stad Greenwich loopt al nulmeridiaan genomen, op Zimmers bol een witte lijn. Rechts daarvan spreken we over oosterlengte, links heet het westerlengte en die lengte wordt met elke meridiaan verderop met 15 graden verhoogt – in beide richtingen. Op 180° komen oost- en westerlengte samen, daar loopt over de aardbol de datumgrens, zowat tussen Siberië en Alaska en dan naar beneden door de Stille Zuidzee ten oosten van Nieuw-Zeeland naar de Zuidpool.

Over Zimmers bol loopt ook een vergulde band van de noord- naar de zuidpool als vaste meridiaan, die dus niet meedraait. In alle plaatsen die zich onder deze lijn bevinden is het op dat moment 12 uur ’s middags. Omdat de aardbol van west naar oost draait, is het links van die gouden meridiaan vroeger dan 12 uur, rechts later. Wie hier om 10 uur arriveert ziet Lier dus links van die lijn liggen, kom je om 14 uur dan bevindt Lier zich rechts daarvan. Maar dat valt moeilijk te zien doordat je van onderaf tegen de aardbol aankijkt en daardoor vooral het zuidelijk halfrond te zien krijgt.

Dag van de week (rechts van wereldbol ter hoogte van V op de grote wijzerplaat):

De buitencirkel is verdeeld in zeven vakken met daarin een afbeelding van een Griekse god of godin, die bij een bepaalde dag hoort. Aan de binnenzijde hun symbolen. Vanaf bovenaan rechts: zondag (Apollo met zon), maandag (Diana met maan), dinsdag (Mars met pijl en schild), woensdag (Mercurius met staf), donderdag (Jupiter met bliksemschicht), vrijdag (Venus met handspiegel), zaterdag (Saturnus met zeis of sikkel).

Dag van de maand (tweede wijzerplaat links van wereldbol ter hoogte van VIII op de grote wijzerplaat):

Hierop zie je welke datum het vandaag is, dus een cijfer tussen 1 en 31, waarbij de oneven data in de buitencirkel staan en de even wat kleiner daarbinnen. De wijzer houdt rekening met het verschillend aantal dagen in de diverse maanden (28, 30,31) en met schrikkeljaren waarin februari 29 dagen telt. Steeds springt de wijzer aan het eind van elke maand vanzelf naar het cijfer 1.

Maand van het jaar (één wijzerplaat naar onder ter hoogte van VII op de grote wijzerplaat):

De binnenste cirkel bestaat uit de getallen 1 t.e.m. 12, waarbij de wijzer de juiste maand aangeeft. In de buitencirkel staan figuren die zo’n maand symboliseren. In volgorde zie je januari-ijsmaand (man met harpoen), februari-eendmaand (man met mand met eenden); maart- vismaand (vrouw met schepnet en vis), april-harlekijnmaand (harlekijn met zotskap), mei- bloemenmaand (vrouw met bloemenmand en ruiker), juni-scheermaand (man die schaap scheert), juli-hooimaand (vrouw met hooirijf), augustus-oogstmaand (man met graanschelf), september- vruchtmaand (vrouw met juk met manden), oktober-wijnmaand (nar op wijnvat), november- slachtmaand (man bij geslacht varken), december-rustmaand (man op stoel).

Jaargetijden (helemaal links ter hoogte van IX op de grote wijzerplaat):

We kennen vier jaargetijden, maar die tellen niet allemaal evenveel dagen. Deze wijzerplaat telt vier vakken met op elke scheidingsstreep het deel van de aarde dat dan door de zon wordt verlicht en wat in de schaduw blijft bij het begin van elk jaargetijde. De seizoenen zelf worden weergegeven door personen die getekend zijn door Felix Timmermans. Vanaf links boven: lente (jongevrouw die bloemen plukt), zomer (man die maait met een zeis), herfst (man met hoorn des overvloeds), winter (lezende oude vrouw bij het vuur). Binnen deze cirkel staat bij elk seizoen de juiste lengte in dagen (Arabische cijfers) en uren (Romeinse cijfers).

Maanbol (bovenaan ter hoogte van XII op de grote wijzerplaat):

Hier zie je hoe groot je de maanschijf ’s avonds aan de hemel ziet staan. Doordat de maan rond de aarde draait wordt telkens een ander deel door de zon verlicht, al zien we wel steeds dezelfde kant van onze begeleider. Dat komt doordat de maan even snel om zijn as draait als rond de aarde, namelijk in iets meer dan 29 dagen. Bij nieuwe maan is de de maanschijf onzichtbaar voor ons en dat wordt op de Zimmertoren weergegeven door een blauwe hemel met gouden sterren. Van dan af wordt de maansikkel elke dag wat groter tot een halve maan met de ronde kant aan de rechterzijde, zoals het bovenstuk van de letter p (premier of eerste kwartier). Vanaf de 7de dag na nieuwe maan wordt die halve schijf steeds meer opgevuld tot je op de 15de dag een volle maan hebt. Daarna gaat er dagelijks weer een stukje af aan de rechterzijde, tot je op de 22ste dag opnieuw een halve maan overhoudt, maar nu met de bolle zijde aan de linkerkant, zoals het onderstuk van de letter d (dernier of laatste kwartier). De maan krimpt dan verder tot er rond de 29ste dag weer niets meer overblijft.

Ouderdom van de maan (links naast de maanbol ter hoogte van XI op de grote wijzerplaat):

Zoals hierboven gezegd, draait de maan in ongeveer 29 dagen rond de aarde. Exacter gezegd is dat in 29 dagen, 12 uren, 2 seconden en 87 honderdste seconden. Zo exact geeft deze wijzerplaat dat nu ook niet weer aan, maar je ziet dat de buitenste cijfercirkel loopt van 1 t.e.m. 29 ½. Die cijfers geven aan hoeveel dagen er verlopen zijn sinds de laatste nieuwe maan (NM bovenaan). De even dagen worden door stippen aangeduid. E.K. – Eerste Kwartier, V.M. – Volle Maan, L.K. – Laatste Kwartier, die letters spreken voor zich. We noemen we die verschillende maanstanden wel schijngestalten, want uiteraard blijft onze wachter altijd als een volledige bol rond de aarde draaien. Wij zien dat dus schijnbaar anders. De wijzer is dus na iets meer dan 29 dagen helemaal rond en geeft feitelijk in cijfers wat de bol visueel toont.

Maancirkel met epacta (rechts naast de maanbol ter hoogte van I op de grote wijzerplaat):

Moeilijke naam en ook lastiger om uit te leggen. Een maanbol die in iets meer dan 29 dagen rond de aarde draait zal door onze maanden die langer duren elk jaar op een ander tijdstip weer volle maan laten zien. Maar er komt een jaar dat het tijdstip weer samenvalt met de volle maan van jaren geleden. En dat blijkt na 19 jaar te zijn, dus dan begint er weer een nieuwe cyclus en die periode wordt de maancirkel genoemd. De wijzerplaat geeft aan in het hoeveelste jaar van die cyclus we ons bevinden, een getal dat het gulden getal wordt genoemd.

De binnenring van cijfers geeft aan hoeveel dagen na nieuwe maan zijn verlopen op 1 januari van het jaar dat de grote wijzer aanduidt en dat kunnen er maximaal 29 zijn, want dat is ongeveer het aantal dagen dat een cyclus van nieuwe maan tot volle maan en terug duurt, zoals ook de vorige wijzerplaat laat zien. Dat binnenste cijfer wordt de Epacta genoemd en het wordt gebruikt voor een ingewikkelde berekening, waarmee de dag wordt bepaald waarop Pasen in dat jaar valt. En van die Paasdatum zijn ook alle andere kerkelijke feestdagen die niet op een vaste datum vallen afhankelijk. Kerstmis of Maria Hemelvaart vallen altijd op 25 december en 15 augustus, dus die hebben niets te maken met deze berekening, maar Pinksteren dan weer wel. Natuurlijk valt Pasen steeds op een zondag, maar via die berekening wordt duidelijk op welke zondag tussen 22 maart en 25 april dat wordt. We besparen je de details van deze berekening, die trouwens in de loop der eeuwen al meermaals gewijzigd zijn. Maar de wijzer is dus na 19 jaar pas helemaal rond en daarom heb je aan deze complicatie niet direct iets voor dagelijks gebruik.

Tijdsvereffening (rechts onder het vorige ter hoogte van II op de grote wijzerplaat):

Vreemde wijzerplaat met enkele Romeinse cijfers en plus en min. Zoals we aan het begin al opmerkten, de tijd op de grote wijzerplaat is een gemiddelde tijd voor een hele tijdzone tussen twee meridianen. Wil je de werkelijke zonnetijd in Lier weten, dan kun je die aflezen op de zonnewijzer die rechts tegen de zijmuur van de toren hangt. Staat de zon in Lier op zijn hoogste punt, dan geeft die de kortste schaduw en is het 12 uur Lierse tijd. Maar onze zon is geen trouwe passant, hij is niet dagelijks present op hetzelfde tijdstip om 12 uur aan te duiden. De lengte van een zonnedag verschilt namelijk ten opzichte van ons 24-uur etmaal. Dat komt omdat de aarde niet in een mooie cirkel maar in een ellips rond de zon draait en bijgevolg nu eens dichter en dan weer verder van de zon staat. Begin januari staat de aarde het dichtst bij de zon, begin juli het verst ervan af.

En dan is er nog de aardas, die schuin staat ten opzichte van onze baan rond de zon en zo voor de seizoenen zorgt én voor een bijkomend verschil in de lengte van de zonnedag. Bij het begin van de lente en de herfst is de zonnedag korter. In de herfst vervroegt het zonneuur ten opzichte van onze klok vanaf 1 september tot 1 november, om dan weer terug te keren tot de zon op 25 december weer gelijk loopt met onze klok. Zimmers wijzer slaat dan uit naar de minzijde tot min 16 minuten op 2 november en keert dan terug tot 0 op 25 december.

Daarna gaat het naar de pluszijde, waarbij de zonnetijd achter gaat lopen op onze klok tot 14 minuten rond 11 februari, om dan weer terug te keren tot de zon op 15 april opnieuw gelijk loopt met onze klok. De wijzer gaat dus eerst tot bijna XV in de plusrichting en keert dan terug naar de nulstand in het midden. p>In de zomer is het tijdsverschil geringer, dan bereikt de Zimmerwijzer in mei de grootste minwaarde om rond 14 juni weer op nul te staan en halverwege juli nog eens naar plus uit te wijken om dan rond 1 september weer in het midden te eindigen. Op deze wijzerplaat lees je dus het aantal minuten af – weergegeven met Romeinse cijfers – dat je ten opzichte van de tijd op de grote klok of je eigen horloge moet aftrekken of bijtellen om de correcte zonnetijd te weten te komen op die dag.

Zonnecirkel en zondagsletter (wijzerplaat ter hoogte van IIII – 4 – op de grote wijzerplaat):

De vraag is hier: in welk jaar vallen de dagen van de week weer op precies dezelfde data? Kijk, wanneer een jaar exact 52 weken van zeven dagen zou tellen, zouden bv. 12 januari of 3 september jaarlijks steeds op dezelfde dag van de week vallen. Maar een jaar telt 365 dagen, dus één dag teveel voor die makkelijke oplossing. Daardoor verspringen de dagen van de week dus elk jaar één dag, bv. dinsdag 12 januari wordt een jaar nadien woensdag 12 januari. Na zeven jaar is dinsdag zoveel plaatsen versprongen dat die weer op 12 januari valt. Helaas, we geven om de vier jaar aan februari een dagje meer, een schrikkeldag. Omdat de aarde eigenlijk ook niet precies in 365 dagen rond de zon draait, maar ongeveer een kwart dag langer daarover doet. Maar dat betekent dat onze weekdag in zo’n schrikkeljaar twee datums opschuift. Een nieuwe berekening leert dat pas na 28 jaar dinsdag 12 januari opnieuw op dinsdag valt. Die periode van 28 jaar is nu die zonnecirkel en deze wijzerplaat heeft dan ook 28 cijfers in de binnencirkel, nu ja, enkel de even jaren zijn aangeduid, op de oneven jaren staat de wijzer tussen twee cijfers in. Elk cijfer geeft aan in het hoeveelste jaar we zijn aangeland in onze zonnecirkel.

De letters in de buitencirkel zijn de zogeheten zondagsletters. Die geven aan op welke datum in januari van het betrokken zonnecirkeljaar de eerste zondag valt. Dat moet natuurlijk op één van de zeven eerste dagen van die maand zijn, vermitst een week maar zeven dagen heeft en er dus altijd een zondag tussen moet zitten. Om er geen cijferbrij van te maken, heeft Zimmer die data aangeduid met de eerste zeven letters van ons alfabet, A t.e.m. G, waarbij A dus 1 januari is en G 7 januari. Zie je twee letters naast elkaar staan, dan hebben we te maken met een schrikkeljaar waarin vanaf eind februari de zondagen nog een extra dag opschuiven. Heb je eenmaal bepaalt op welke januaridatum de eerste zondag van dat jaar valt, dan hoef je er enkel telkens 7 bij te tellen om de datum van de volgende zondag te weten, maar wel in schrikkeljaren rekening houden met die extra dag eind februari.

De wijzer geeft dus aan waar het huidige jaar zich bevindt in de zonnecirkel en doet er liefst 28 jaar over om rond te komen.

Zodiak of dierenriem (helemaal rechts, ter hoogte van de III op de grote wijzerplaat):

Vanaf de aarde gezien lijkt het alsof de zon in een jaar in een kring rond de aarde beweegt ten opzichte van de sterren. Elke dag lijkt de zon een graad verder te staan op een cirkelboog van 360°. De Griekse wetenschapper Ptolomeus verdeelt deze hele boog – ecliptica genoemd – in twaalf gelijke delen van 30° en geeft elk deeltje de naam van een sterrengroep die dan het duidelijkst aan de hemel staat, de tekens van de dierenriem of zodiak. Drie tekens vormen telkens een seizoen, waarbij de onderlinge lengte van dag en nacht wijzigen. Bij het begin van de lente duren dag en nacht even lang. De drie sterrenbeelden zijn Ram (22 maart – 19 april), Stier (20 april – 20 mei), Tweelingen (21 mei – 21 juni). Begin zomer zijn de dagen het langst, de nachten een stuk korter. De sterrenbeelden: Kreeft (22 juni – 22 juli), Leeuw (23 juli – 22 augustus), Maagd (23 augustus – 23 september. De herfst begint weer met even lange dagen als nachten en de sterrenbeelden Weegschaal (24 september – 22 oktober), Schorpioen (23 oktober – 22 november), Boogschutter (23 november – 21 december). Tot slot de winter, waarin de nachten langer duren dan de dagen. Tekens: Steenbok (22 december – 20 januari), Waterman (21 januari – 19 februari), Vissen (20 februari – 21 maart).

De wijzerplaat geeft aan de buitenzijde afbeeldingen van de dierenriem, die overigens maar zeven dieren telt, vier mensen en één ding – de Weegschaal. Opmerkelijk is hier dat de Maagd wordt voorgesteld als een eenhoorn, de Boogschutter als een centaur – half mens, half paard – en zo smokkelt Zimmer er toch twee extra dierachtigen bij. Aan de binnenzijde de symbolische voorstellingen van deze sterrenbeelden. De wijzer is dus in één jaar helemaal rond.

Waterstanden (één wijzer hoger dan de jaargetijden, ter hoogte van de X op de grote wijzerplaat):

Nog eens een praktische wijzerplaat voor alledag. Althans dat was ooit zo voor de Lierse palingvissers, die hun motor- en zeilloze bootjes bij eb stroomafwaarts de Nete lieten afdrijven, terwijl ze de stroomopwaarts zwemmende paling in hun netten vingen. Nabij Duffel hielden ze halt bij een cafeetje, om zich wat later met de vloed weer naar huis te laten stuwen. Die wijze van visvangst is nu verboden, vandaar dat ze vandaag doen wat Christus ooit tegen Petrus zei: Vanaf nu zult gij mensen vangen. Jawel, De Moedige Bootvissers varen nu de Binnennete op en neer met toeristen.

Lier ondervindt getijden, doordat de Nete ter hoogte van Rumst samenvloeit met de Dijle en als Rupel de laatste 13 kilometer aflegt tot die uitmondt in de Schelde, waar de Noordzee vrijelijk kan binnenstromen bij vloed. Met de nieuwe zeesluis bij Wintam zal dat wellicht iets minder duidelijk te merken zijn.

Tweemaal per dag doen eb en vloed zich voor, maar die bewegingen houden zich niet helemaal aan ons 24 uren-etmaal. Ze doen er liefst 50 minuten langer over en daardoor begint de vloed dagelijks 50 minuten later dan voorheen. Na 29½ dag is die vertraging zover opgelopen, dat het lijkt of eb en vloed weer keurig op tijd zijn.

De schepen op de wijzerplaat geven met hun formaat de waterstand aan, dus vloed naarmate ze groter worden met het grootste schip in top. De bovenste kruisvlag duidt hoog water aan, in Lier tussen 4,70 en 5,70 meter. Bij de driehoekige wimpel onder de vlag zakt het water, wappert die erboven, dan stijgt het. De laagste waterstand in Lier varieert tussen 2,20 en 1,20 meter en opkomend tij duurt ongeveer 3½ uur, de andere uren is het afnemend tij. Tweemaal daags loopt deze wijzer rond.

Daarmee hebben we alle elf wijzerplaten en de twee bollen gehad, maar wie nog niet voldaan is gaat naar binnen, waar je in de Astronomische Studio nog eens 57 wijzerplaten kan ontcijferen. En de echte fanatiekelingen bezoeken daarna in het witte gebouw naast de toren nog even de Wonderklok, een creatie van Zimmer voor de Wereldtentoonstelling van 1935 in Brussel en dan ook ondergebracht in een 5 meter hoge kast die aan de Eeuwfeestpaleizen op de Heizel doet denken, waar die expo plaatsgreep. Zo maar even 93 wijzerplaten in drie vakken van elk 31 stuks, dat wordt smullen. Er is er eentje bij over de verplaatsing van de grote as van de aardbaan waarvoor je even de tijd moet nemen om die rond te zien gaan, 25.800 jaar. Zimmer zelf heeft die dus nauwelijks zien bewegen en of zijn klok het overleeft is niet zo waarschijnlijk. Met gebruiksgemak hield Louis zich niet meteen zo bezig …

Slagwerk en parade

Maar we zijn nog niet klaar met onze toren, we moeten nog de rechter zijkant bekijken en dat kan je het best met kleine foto 2. Daar zie je bovenaan vier personages naast elkaar, van links naar rechts opklimmend in leeftijd van kind via jongeman en volwassen man tot bejaarde. Ze stellen bekende Lierenaren of romanfiguren van Lierse auteurs voor. Het kind is Bertha, die hier aanbelt bij het begijnhofhuisje In de Soete Naem. Zij is een personage uit de roman Ernest Staes van Anton Bergmann, die zelf model staat voor de jongeman naast haar. De volwassen man is de Lierse kunstsmid met internationale vermaardheid Louis Van Boeckel en de bejaarde heer ten slotte is meneer Pirroen, een ongehuwde levensgenieter uit het verhaal Anne-Marie van Felix Timmermans. Elk kwartier stellen de eerste drie personen een lichte klok in beweging, en dat één-, twee-, drie- of viermaal naargelang het kwartier dichter bij het volle uur komt. De oude heer geeft het uur aan door met zijn stok tegen een zwaarder klinkende klok te slaan.

Iets lager zie je in het midden een luik dat op klokslag 12 uur openklapt. Dan verschijnt er een stoet met achtereenvolgens de jaartallen 1830-1930, het Belgische wapen, de koningen Leopold I, Leopold II en Albert I, het Lierse stadswapen en zes Lierse burgemeesters die tijdens de eerste honderd jaar onafhankelijkheid in functie waren: Charles Mast-De Vries, Jan Baptist Peeters, George Bergmann, Florent Van Cauwenbergh, Jozef Schellekens en Joseph Van Cauwenbergh.

Toeristen zijn natuurlijk niet altijd om 12 uur bij deze toren. Daarom beschikken stadsgidsen over een apparaatje om zowel het klokkenspel als de parade op elk moment in werking te stellen, zonder dat deze inbreuk het totale uurwerk ontregelt. Want bedenk: zowel alle wijzerplaten voorop, als de vier automaten en de carrousel achter het luik, als ook nog een planetarium en de vele klokken binnen in de toren werken op één moederuurwerk, dat ook nog eens zelf aangeeft wanneer het opgewonden moet worden. De versie in pocketformaat laat nog even op zich wachten, maar blinden kunnen zich al wel een idee vormen van de toren, dankzij een bronzen schaalmodel met uitleg in braille, dat thans voor de toren staat. '



Français
English







Sponser
Belgium
View
Home
Bronnen
Privacy