MONUC is GEEN NGO.
MONUC is NIET te vergelijken met organisaties zoals AzG, Rode Kruis, ECHO, OCHA, Acted, WFP, IRC, War Child, Maltezer Kreuz of de zovele tientallen anderen die de streek hier onveilig maken.
"Wat doet MONUC feitelijk voor ons?", is een vraag die ik regelmatig moet beantwoorden, zeker in díe perioden dat MONUC de Congolese verwachtingen niet waarmaakt.
En dát zijn er toch al een paar geweest.
En meestal is het stenenwerpen op dat moment naar een, in hun ogen, nutteloze organisatie NIET veraf…
"MONUC doet NIETS voor jullie als individuen en dat is ook NIET onze opdracht. MONUC is hier om er voor te zorgen dat jullie het ZELF doen. MONUC is hier om te helpen het Congolese leger zóver te brengen zich te gedragen als een écht leger, dat er is om het land te beschermen en NIET om de bevolking uit te zuigen of om mekaar onderling uit te roeien tijdens allerhande machtsspelletjes. MONUC is hier om de Congolese regering te helpen of zelfs proberen te dwingen om verkiezingen te organiseren, als éérste stap naar een klasse van politiekers die méér dan alleen maar zichzelf vertegenwoordigen en de bevolking uitzuigen en die door de bevolking kunnen ter verantwoording geroepen worden. MONUC is hier NIET om gratis UW wegen te herstellen, MONUC is hier NIET om gratis UW zieken te verzorgen en MONUC is hier NIET om U gratis eten te bezorgen. Dat is allemaal UW verantwoordelijkheid. Want het systeem met die hulp van buitenuit wérkt niet. AL die hulporganisaties hebben er voor gezorgd dat ge alleen nog denkt aan wat ZIJ voor U kunnen doen en dat ge vergeet wat ge zelf zou KUNNEN of zelfs zou MOETEN doen. Met AL die hulp gedurende die vele tientallen jaren is Congo van één van de rijkste landen in Afrika verworden tot een van de armste landen van de wereld, daar waar het, met AL zijn mogelijkheden, het RIJKSTE land van de wereld zou moeten zijn. Het is UW land en het is UW toekomst. En het is aan U om er voor te zorgen dat uw land de toekomst heeft die GIJ wilt en daarbij gaan wij HELPEN de voorwaarden te creëren opdat jullie DAT zouden kunnen vertellen…"
Soms gaf ik er nog een extraatje bij door te zeggen dat ze moesten ophouden met de Belgen te beschouwen als halfgoden, die op een dag zullen weerkeren en ál hun problemen in één klap zullen oplossen, want voor de meeste Belgen is Congo een omgeslagen bladzijde in hun geschiedenisboek.
Maar meestal was ik dan al zodanig buiten adem dat ik dát maar achterwege liet.
Het klinkt hard en het kwam ook altijd hard aan, maar geen Congolees heeft me ooit tegengesproken en ik heb daarmee ook nooit één steen te slikken gekregen…
En ik was ook rotsvast overtuigd van de juistheid van die redenering.
De eerste barstjes in die overtuiging kwamen er bij de voorbereiding van de "WALUNGU-operatie" die op vrijdag 05 November zou starten. Die operatie was (de éérste) gemeenschappelijke FARDC-MONUC actie, waarbij het de bedoeling was aan alle vechtende groepjes in die streek (FDLR, de Rasta-groep, Mai-Mai,…) te tonen wie het écht voor het zeggen heeft.
Tijdens een brigadebriefing vertelde ISBERG dat MABE hem steun gevraagd had voor het vervoer van zijn troepen, want "ze hadden logistieke problemen…" en ISBERG vroeg of het mogelijk was om hen diesel te bezorgen. Nu weet ik óók wel dat ze 'logistieke problemen' hebben (en als het dát niet is, dan zijn het financiële), maar MONUC gééft geen directe financiële of logistieke steun. Ze mogen wel meevliegen met een heli als het een MONUC-zending betreft en er nog plaatsen over zijn, of ze mogen meerijden in jeeps of camions onder dezelfde voorwaarden, maar ze krijgen geen heli's, camions, diesel of iets anders rechtstreeks aangeboden voor de uitvoering van HUN opdrachten.
ISBERG was ééns te meer hardhoors, want hij stelde de vraag nogmaals tijdens de laatste coördinatiebriefing van de operatie, op zaterdagnamiddag 30 Oktober. Hij werd nu zelfs bijgetreden door Paul JOBBINS, die stelde dat er in het nieuwe 'Chapter 7'-mandaat van MONUC stond dat het FARDC "met ALLE middelen" moest gesteund worden.
Dus óók met diesel…
Paul en ik trokken na de vergadering naar Alfred, die al van een pint zat te genieten op het terras van het Orchid-hotel, om hem met onze argumenten te bestoken en Alfred gaf me in principe gelijk, maar hij "zou het nog eens navragen in Kinshasa".
Op de brigadebriefing van dinsdag 02 November vroeg ISBERG aan de G3-Plans om reeds, in afwachting van de uiteindelijke beslissing, een steunaanvraag voor het Congolese leger van 2000 liter per operatieweek op te stellen en door te sturen naar 'de Administratie'.
Hij heeft ze natuurlijk nooit gekregen…
Op vrijdag 17 December zouden Michael LIVSHITS en mezelf, vergezeld door een uitgebreide delegatie Chinezen, een verkenning van de weg Uvira-Baraka doen, zoals we het weekend voordien met de weg Bukavu-Goma hadden gedaan. In feite was het de bedoeling dat we tot de zondag zouden wegblijven en dus twee keer in Uvira overnachten, maar het (beste) hotel in Uvira was dusdanig vér beneden de Chinese hygiënenormen gebleken dat we op zaterdag maar besloten om rechtstreeks van Baraka terug te keren naar Bukavu, zelfs al zouden we dan een ruggegraat-brekende tocht van een dikke 240 Km achter de rug hebben. We ontdekten bij die verkenning wel een weg in min of meer goede staat, waarbij alle bruggen vernieuwd en/of hersteld werden door ACTED, een NGO die hier in de streek toch al een paar wegenwerken op haar actief staan heeft. Er was in feite maar één serieuze probleemplaats. Ongeveer midden Uvira had de regen een deel van een afwateringskanaal onder de weg doen instorten en meegespoeld. Met nóg een paar felle slagregens zou de weg, gegarandeerd zeker, helemáál weggespoeld worden en daarmee werd Baraka dan onbereikbaar. Natuurlijk héél erg voor de Barakianen, maar in feite nog geen grote zorg voor MONUC want het probleem lag voorbij de weg om zowel het Uruguaiaans kamp te bereiken als om het Pakistaanse materiaal vanuit Bujumbura aan te voeren. Het zou alleen een probleem worden indien beslist werd om eventueel ook een compagnie in Baraka te ontplooien, maar daar bestonden voorlopig nog geen plannen voor en onze Chinezen hadden ook nog voldoende kopzorgen elders.
Op maandag 17 Januari kwam Ross MOUNTAIN op bezoek. Met zó een naam kan men alleen maar Canadees zijn en dat was hij dan ook. Hij was tot "Deputy SRSG" gebombardeerd en ook verantwoordelijk gesteld voor de coördinatie met de verschillende humanitaire organisaties in Congo. We zouden éindelijk allemaal aan één zeel trekken.
Het regenseizoen is dit jaar, volgens de lokale eksterogen, een stuk heftiger dan de voorgaande jaren en op woensdag 19 Januari bereikte ons het bericht dat een meanderende rivier nabij LUVUNGI een deel van een helling had weggespoeld waar de weg Kamaniola-Uvira overheen loopt. Dat was héél ernstig nieuws, want als dit stukje asfalt in de kolkende rivier verdween was het gedáán met de aanvoer van Pakistaans materiaal over die weg en zou alles door de lucht moeten vervoerd worden. En dat is een kostelijk grapje, zonder nog maar te spreken over de tijd die dit zou vergen. Mike STROBEL vertrok dan ook speedy-gonzales op vrijdag 21 Januari naar de plaats-des-onheils om de schade op te nemen. Toen hij terug kwam stond zijn aangezicht reeds op onweer, want de weg kon het élk moment begeven, maar toen hij zijn e-mail opendeed om aan Kinshasa te vragen de Chinezen onmiddellijk/subiet daar naartoe te mogen zenden, ontplofte hij ter plaatse achter zijn scherm (nu ja, hij ontploft wél zeer regelmatig. Zo'n drie à vier keer per dag, gemiddeld. We noemen hem dan ook "onze NAZI"). Hij had bericht gekregen van Ross MOUNTAIN dat MONUC dringend "the harts and minds" van de Congolezen moest zien te winnen. Daarbij werd het herstel van het viaduct in Uvira als een uitgelezen gelegenheid beschouwd en moesten de Chinezen daar zo snel mogelijk aan de slag, in samenwerking met andere NGO's.
Dat ze daarbij werk moesten laten liggen dat voor MONUC van levensbelang is, werd voor de gelegenheid maar zoetjes vergeten…
MONUC is blijkbaar TOCH een NGO.
Een paar dagen later kreeg Mike een telefoontje van Eric BATONON, de vertegenwoordiger van de 'Humanitarian Section' in Uvira, met de mededeling dat er een vergadering zou zijn met een paar NGO's om het werk in Uvira te coördineren en hij werd daarop hartelijk uitgenodigd.
Hij ontplofte wéér.
Over zijn lijk!
En dus zond hij er maar zijn slaafje naartoe…
Zo zat ik dus op zaterdag 29 Januari met een aantal NGO's rond de tafel in de vergaderzaal van OCHA, de organisatie die de humanitaire acties coördineert. Ik vroeg me wérkelijk af wat ik daar in feite deed of zelfs verondersteld werd te doen, want alhoewel ook de Chinezen uitgenodigd waren, hadden die wijselijk hun kat gestuurd. Tijdens de vergadering bleek dat, na de laatste regens, er ook nog eens vier bruggen in en rond Uvira op instorten stonden. Tot mijn stijgende verbazing hoorde ik daar de verschillende NGO's tegen mekaar opbieden om toch maar dit of dat werk te mogen doen. Voor de Chinezen bleef alleen maar over, dat ze de modder op de weg doorheen Uvira mochten opruimen…
Hulporganisaties zijn daar voornamelijk om zichzelf te helpen en dus moeten ze de zin van hun bestaan dagdagelijks bewijzen, heeft een kwatong mij hier ooit eens gezegd…
En daar trok het geweldig goed op.
Toen ik met dat 'heuglijke' nieuws bij Mike terugkwam, ontplofte hij eens te meer: "En wat doen de Congolezen??? Moeten we daarvoor ons EIGEN werk laten staan??? Voor iets dat ze ZELF met schop en kruiwagen kunnen oplossen???"
Ik kon hem, voor één keer, geen ongelijk geven.
Hij vloog ettelijke dagen in zijn telefoon en zijn computer en kon er tenslotte "Kinshasa" toch van overtuigen om de bedreigde weg in LUVUNGI als eerste aan te pakken en de modder in Uvira voorlopig toch maar te laten liggen waar die al lag.
De praktische organisatie met de Chinezen werd op woensdag 02 Februari uitgewerkt, waarbij hun commandant besliste dat de werken niet eerder konden starten dan vrijdag 11 Februari, omdat er nog materiaal moest onderhouden worden, omdat er een inspectie moest voorbereid worden, omdat…, omdat…, maar voornamelijk omdat het op 09 Februari Chinees Nieuwjaar was.
Maar dát zei hij er wel niet bij.
Die vlieger ging natuurlijk niet op, want op vrijdag 04 Februari kregen we al bericht van de 'Force Engineer' himself dat "We need to start this movement ASAP (by Monday maximum) because we need to show the local people that we are on the ground. These are the instructions of the SRSG."
Een NGO op zijn best…
Het werd dus haasten en vliegen en op zondag 06 Februari trok ik met een Chinese delegatie naar Kamaniola, waar ze in het kamp zouden logeren dat zojuist door de Pakistanis was overgenomen van de Uruguaianen, en naar Luvungi om de zaak daar nog eens in detail te bekijken. Bij mijn terugkomst in Bukavu zag ik dat hun bulldozer, egalizeerder en graafmachine al opgeladen klaarstonden op de camions om 's anderendaags naar Luvungi te vertrekken.
Meer uit nieuwsgierigheid dan dat het een echte opdracht was, trok ik op dinsdag 08 Februari weer richting Luvungi om te zien hoe ver ze stonden, want Maj ERIC, de Engelssprekende woordvoerder van de Chinezen, had gezegd dat ze er al de dag na hun aankomst zouden invliegen. Toen ik er rond de middag aankwam stonden de camions nog langs de weg, beladen met hun tuigen en werden ze omzwermd door massa's ramptoeristen. ERIK kwam zo rood als een pioen (en voor een Chinees is dat een héél zeldzaam kleur) op mij afgestormd: "Er loopt hier véél te veel volk rond, we kunnen niet ontladen want dat is véél te gevaarlijk en 'the administrator' vraagt GELD!" Nu vragen ze hier wel altijd en overal geld, maar ik begreep onmiddellijk wat hij bedoelde, want met die machines was het voor iedereen zonneklaar dat er hier en daar wel een maïsstengeltje of maniokstruikje zou sneuvelen.
Goed, laat die 'administrator' maar komen!
Een klein ventje kwam uit de massa te voorschijn en omstuwd door toehoorders vroeg ik hem wat het probleem was.
"Ah oui, qui va rembourser les paysans pour les produits qui seront detruit?"
Ik zei hem dat ik het ongehoord vond dat hij DURFDE geld te vragen om ons VOOR HEN te laten werken en indien dit zo was, dan zouden we stante-pede met ons boeltje rechtsomkeer maken en moesten ze maar zelf het probleem met HUN weg zien op te lossen.
Nu ja, zo had hij het nu toch óók weer niet bedoeld.
Maar misschien konden we beter op zijn bureel verder babbelen.
Onderweg daar naartoe toonde ik hem wat onze bedoeling was: eerst de arm van de meander afsnijden, waardoor de rivier weer recht naar de brug onder de weg zou stromen en daarna de weggeërodeerde helling weer aanvullen, waardoor er geen instortingsgevaar meer zou zijn voor de weg er bovenop. We dachten dat het geheel een maandje zou in beslag nemen en daarbij zouden we een twintigtal lokalen aan het (betaald) werk zetten.
Op zijn bureel vertelde hij me eerst hoeveel keer hij wel naar MONUC gebeld en geschreven had om hen te bewegen die wegherstelling uit te voeren en hij was vol trots dat hij in zijn opzet geslaagd was. Ik vroeg hem hoeveel keer hij naar de CONGOLESE authoriteiten gebeld had om HEN tot enige actie te bewegen en de verbijstering op zijn aangezicht vertelde me dat dit zelfs nooit bij hem was opgekomen …
Voor de rest ging hij met alles akkoord, alleen zat hij nog altijd met die boeren in zijn maag gesplitst.
Kan MONUC écht niets voor ze doen?
Neen.
Même pas une petite somme symbolique?
Neen.
Quoi faire alors? En ik zag hem steeds wanhopiger kijken.
Misschien kunt u die boeren als eersten de kans geven om tijdens die periode bij MONUC aan de slag te gaan?
Hij straalde.
En de Belgen hadden hun reputatie als halfgoden-met-de-oplossing wéér eens bevestigd.
Het winnen van de "harts and minds" loopt duidelijk langs de portefeuille.
En het zal NOOIT genoeg zijn, want in de Congolese is er ONEINDIG veel plaats…
Episode 37
Home
Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!