Men beweert dat dit het kleinste cafeetje van Gent is.
In feite was dit een 'pensenhuisje'. Om hygiënische redenen mochten vroeger geen ingewanden verkocht worden in het vleeshuis zelf. De arme mensen konden in dit pand ingewanden kopen.
De naam van dit gebouw duidt echter op een andere en luguberdere functie: aan de achtergevel, tegen de gevel van het Groot Vleeshuis, is de plaats waar de veroordeelden (voor de galg) moesten wachten op de uitvoering van hun straf. Het allicht houten verhoog waarop ze moesten staan of zitten is weg, maar de haken waarop dit lag, en de beugels waaraan de gevangen vastgemaakt werden, zijn er nog.
Johan De Bock: 'De haken en beugels zijn de restanten van de schandbank (analoog aan schandpaal) waarop misdadigers te kijk werden gezet (en door de bevolking konden bespot worden). Het zijn dus niet enkel degenen die tot de galg veroordeeld werden die hier plaats namen.'
Johan De Bock: 'Het 'terras' van het Galgenhuisje ligt wat lager dan de straat. Dit is omwille van zijn vroegere functie: de Groentenmarkt was vroeger eigenlijk de Vismarkt. De bootjes van de vissers legden hier aan om hun waren te verkopen. Toen het Groot Vleeshuis gebouwd werd, eisten ze dat ze hun doorvaart konden behouden. Daarom werden onder het Vleeshuis 3 doorgangen gemaakt (de booggewelven kan je nog zien als je van op de brug naar het Vleeshuis kijkt). Nadien werd dan de Vismijn opgericht, en verhuisden de vissers naar daar - maar dan konden de groenteboeren de aanlegsteiger gebruiken. Wanneer de doorgangen afgesloten werden weet ik niet - het moet alleszins vóór 1950 gebeurd zijn.'
Français English
   |