Ik hou niet van Kinshasa.
En daar heb ik zo mijn redenen voor.
Maar nu stond ik toch terug op dezelfde plaats waar mijn Congo-avontuur begonnen was.
Een jaartje UNO-rijper.
Dus dacht ik dat alles wel los zou lopen en ik vlotjes door de administratieve molen zou denderen, alhoewel al mijn voorgangers reeds verteld hadden dat het een nachtmerrie was…
Op het CMPO (Chief Military Personel Officer) stak René BETTER, de Belgische opvolger van majoor PODEVIN, mij een papier in handen dat nog in groter wetstratees was opgesteld dan de papieren die ik gekregen had bij aankomst.
Of weet U soms wat een F-1600 is die ge moet binnen brengen bij de 'Travel Unit' of een F-1003 die ge moet invullen en voorleggen aan CICO?
René was aan een moeilijk MONUC-jaar bezig en zei dat hij blij was binnen een kleine twee maanden te kunnen vertrekken. Hij had geen enkele vorm van vrijheid gehad en was tot nu toe nog niet buiten zijn container geweest. En binnen die container heerste er dan nog de grootste verwarring en werd men van het kastje naar de muur gezonden. Het deed me allemaal een beetje denken aan één van de scenes uit "De twaalf werken van Asterix", waarbij die een of andere toelating moest afhalen bij de Romeinse administratie. Maar René wilde toch zijn steentje bijdragen om die mallemolen wat te vereenvoudigen. Hij had een paar nieuwe formulieren ontworpen die een rits andere moesten vervangen. Hij moest alleen nog de zegen van de 'administratie' krijgen om ze te mogen gebruiken.
De UN kennend…
Veel succes, René!
Op maandag 11 April begon het serieuse werk.
En het ging verbazingwekkend goed vooruit.
In IVECO contact nemen met het 'Check-Out'-bureel, de telefoonkosten afrekenen en een handtekeningetje afhalen bij de infirmerie, in AGETRAV met genoegen vaststellen dat mijn vooruitgestuurde koffers al toegekomen zijn, op CMPO een kopie nemen van mijn paspoort en een afrekening van mijn genomen verlof krijgen, in BCDC te horen krijgen van STELA, een totaal ongeïnteresseerde madam van de 'Personnel Section', dat ze "problemen" heeft met mijn dossier, maar ze vertelt er niet bij welke en in ALCATEL van de 'Travel Section' vernemen dat er verschillende opties mogelijk zijn voor mijn terugvlucht: ofwel op 19 April via Parijs, want SN Brussels Airlines vliegt niet op dinsdag, ofwel een directe vlucht naar Brussel, maar dan op donderdag en er was zelfs de mogelijkheid van een directe vlucht op maandag 18 April, maar daarvoor had ik wél de toelating van CMPO nodig.
Ik kies voor 18 April en die toelating zullen we wel loskrijgen.
Als alles aan dat tempo verder ging zou mijn 'check-out' al op dinsdag, ten laatste op woensdag, afgelopen zijn…
Waarover klagen al die anderen in feite?
Dinsdag had ik al rond 09.00 Hr de toelating vast en van de dame op 'Travel' mocht ik om 16.00 Hr mijn 'travel-authorisation' komen afhalen.
Het liep nog altijd lekker.
Alleen STELA had nog altijd problemen: er mankeerde een papier voor de maand Juli en ze had een paar MOP's tekort, maar bovenal, er stonden een groot aantal Rwandese stempeltjes in mijn paspoort en ze vond maar bitter weinig sporen van officiële zendingen naar Rwanda terug in mijn dossier. Ik probeerde haar uit te leggen dat er ook maar weinig zendingen naar Rwanda geweest waren en dat de stempeltjes gewoon te wijten waren aan het feit dat de kortste weg tussen Bukavu en Kamaniola nu eenmaal door Rwanda loopt. Zo te zien was ze niet echt overtuigd, maar ze gaf geen commentaar. Kom morgen maar terug.
Mijn koffers kon ik op woensdagmorgen reeds richting België sturen. Vlot. Want ik had toch niets te verbergen: geen olifantstanden, geen goud, diamanten of ander wapentuig. In tegenstelling tot een paar Uruguaianen en een Chinees die eerst voor mij stonden aan te schuiven, maar waarbij de douanier een paar ivoren beeltjes, een paar messen en een uitgebreide collectie maskers vond, waarna ze uitgekleed werden tot op hun onderbroek. Terug bij STELA bleek er nog altijd geen schot in de zaak te zitten. Ze wilde nog altijd MOP's van die zogenaamde zendingen naar Rwanda zien, maar doordat ik nu eenmaal niet kon tevoorschijn toveren wat ik niet heb, raakten we geen stap verder. En ze gaf me ook geen oplossing of wilde me ook niet vertellen wat de eventuele gevolgen zouden zijn.
Ik ging me aan een tafeltje van de cafetaria in het hoofdkwartier installeren, zette alle stempeltjes op een lijstje, reconstrueerde aan de hand daarvan de verschillende trips die ik doorheen Rwanda gemaakt had en ging daarmee naar 'Major GABRIEL', de man die op CMPO verantwoordelijk was voor de "check-outers", om bij hem een oplossing te vragen. Hij raadde mij aan contact te nemen met Bukavu en die lijst te laten rechtvaardigen. Ik wilde in eerste instantie de mannen in Bukavu niet onnodig lastig vallen en daarom ging ik naar Ghislain MAERTENS, een gewezen Belgisch militair die ooit een aantal jaren mijn buurman geweest is in SOEST en waar ik goed bevriend mee ben en die nu een van de leidende figuren op de personeelssectie in Kinshasa is.
Het werd een dovemansgesprek.
Doordat ik geen MOP's had, zei hij, moesten ze nu AL die stempeltjes controleren, want het kon altijd zijn dat ik, zonder toelating, langer dan één dag buiten de 'mission area' was geweest en dat moesten ze dan verrekenen in mijn MSA (Mission Subsistance Allowance, hetgeen we per dag betaald krijgen van de UNO om hier te overleven) en ze hadden al zoveel werk en waren al zo onderbemand, enzovoort, enzovoort… Het was me absoluut niet duidelijk waarom ik persé MOP's nodig had, want op mijn maandelijkse 'toestandsverklaring' stond duidelijk dat ik op die dagen in de 'mission area' tegenwoordig was geweest en die papieren waren getekend door mijn baas. Bovendien, zelfs indien ik MOP's zou gehad hebben, moesten ze nog altijd alle stempeltjes controleren en vergelijken met de MOP's om te weten te komen of ik al dan niet "gefoefeld" had.
Maar mijn argumenten bleken allemaal boter aan de galg…
Donderdag werd zelfs een héle rotdag.
's Morgens kreeg ik een uittreksel van de stand van zaken van mijn 'check-out' en daarop stond dat er 4451 Dollar moest achtergehouden worden voor "DDR1-02059, UN 1659, 06/10/04".
WABLIEFT???
Wa's dat allemaal!
Ikke vierslags naar ALCATEL om aan iemand van 'General Services' iets méér dan een woordje uitleg te vragen.
"Ja, meneer, dat is het bedrag van de schade aan de gepantserde jeep toen die op 06 Oktober met stenen bekogeld werd".
"Jamaar, dat is al meer dan zes maanden geleden!"
"Ja, meneer, maar dat dossier is nog altijd niet behandeld".
Ze werkten hard (!!!) aan het dossier, beweerde ze en haar professioneel oog vertelde haar bovendien dat ik ZEKER niets ten laste zou gelegd worden, want tenslotte was de schade veroorzaakt door 'an angry croud', maar ze had er geen flauw idee van wanneer die beslissing zou genomen worden.
Allemaal goed en wel, mevrouw, maar de UN moet me zoveel geld niet meer en dus voorzie ik ook nog eens problemen bij de 'Finance Section'.
Maar er was geen lievemoederen aan.
Ik was dus al goed opgewarmd toen ik weer bij STELA aankwam.
Die negeerde straal mijn aanwezigheid en bladerde tergend langzaam doorheen de stapel papieren voor haar neus.
Hallo, hoe zit dat hier nu feitelijk?
Ze keek me tenslotte aan met een totaal ongeïnteresseerde blik.
"Ik verwacht een antwoord van Major GABRIEL".
En daarmee was het voor haar afgelopen en ze bladerde weer even langzaam verder.
Ik begon zo stilaan op kooktemperatuur te geraken.
GABRIEL wist van toeten noch blazen, maar ik mocht wel zijn computer gebruiken om naar Bukavu te mailen.
Vijf minuutjes later kreeg ik al een antwoord van zowel Alfred als van Mike, die bevestigden dat mijn ritjes doorheen Rwanda wel degelijk verrechtvaardigd waren en dat het aftrekken van enige vergoeding "illegal" zou zijn.
Weer naar STELA.
"Kom deze namiddag maar terug".
Niet ontploffen, Tone, niet doen.
Tijdens de middagpauze liep ik Pedro GOYTINO tegen het lijf, die ook aan het uitchecken was. Hij was MJLOC geweest in Goma en had nu net dezelfde problemen als ikzelf om zijn tientallen zendingetjes vlak over de Rwandese grens aan STELA uitgelegd te krijgen. Hij gaf de strijd op, zei hij:"ze doen maar wat ze willen, het kan me niet meer schelen…".
Maar mij wel.
Ik laat me niet klein krijgen door een vrouw vol militairen- en/of mannenhaat. Dat ze ooit door militairen collectief verkracht is geweest of dat een man haar met zevenentwintig kinderen heeft laten stikken, vind ik zéér spijtig, maar dat moet ze NIET op mij uitwerken!
's Namiddags zat ik wéér aan haar bureel.
En wéér deed ze alsof ik lucht was.
Mijn laagje beschavingsvernis was nog dik genoeg om niet ter plaatse haar strot toe te nijpen, maar daar kwamen zo stilaan serieuze barsten in…
Plots stond ze op ging naar een andere computer, typte iets, kwam terug en zei :"Ik heb naar Major GABRIEL gemaild en wacht nu op zijn antwoord".
Zou er dan toch nog beweging in komen?
No way.
Gabriel liet me de hele correspondentie lezen.
Hij had de mail van Alfred naar haar doorgezonden en er als commentaar bijgevoegd dat hij geen reden zag om te twijfelen aan het woord van een RAO, maar zij negeerde dat gewoon en zei nogmaals dat ze "geen sporen van zendingen aantrof in het dossier".
Wat wil dat mens nu feitelijk?
Een handtekening van de paus?
En dat kan niet, want den oude is dood en er is nog geen nieuwe!
Maar nu is het welletjes geweest!
Terug naar Ghislain MAERTENS, gevolgd door een vlammende discussie, niet in het minst omdat ik in de mail naar Alfred geschreven had : "They are all crazy here".
Want dat was misschien iet of wat overdreven.
Het is maximum de helft…
Toen ik op vrijdag wakker werd, beloofde ik mezelf om me niet meer nerveus te maken.
En het hielp.
Teruggegaan naar Ghislain, kalm gebabbeld en een paar minuutjes later gaf hij me het bundeltje papieren dat ik nodig had (ik vertikte het om nog onder Stela's ogen te komen, want dan was ik niet meer zeker van mijn daden).
Volgende stap: de 'Financial Section'.
"Kom maandag maar terug".
Ik had mezelf beloofd om kalm te blijven en dus vertelde ik het juffertje héél rustig dat er dan waarschijnlijk wel problemen zouden zijn, want ze werd verondersteld 4451 Dollar achter te houden en die had ik niet.
Toen begon ZIJ te paniekeren.
Ze rekende uit dat ik dan 1638 Dollar bij de UN in het krijt zou staan.
En dat kon niet.
Goede raad was duur.
Misschien eens bellen naar de verantwoordelijke voor de behandeling van die ongevallendossiers, suggereerde ik.
Goed idee.
En ze dook in haar computer om een mailtje te sturen naar Daniël BRIARD, een Belg die de 'Claims Unit' leidt.
Een uurtje later had ze nog geen antwoord en was ze woest bezig met papiertjes te klasseren in de hoop tijdig het weekend te halen.
Ik nam dus maar zelf contact op met BRIARD.
Die zei dat er slechts 1250 Dollar moest gereserveerd worden. Het juffrouwtje kreeg zichtbaar een orgasme van opluchting, want daarmee was haar probleem opgelost en had ik zelfs nog overschot.
"Kom maandagmorgen om negen uur maar terug".
Ze had inzet en motivatie getoond en dus protesteerde ik zelfs niet, alhoewel ik zo stilaan in tijdnood begin te geraken, want de vliegtuigticketten moeten nog afgehaald worden, de 'check-out'-procedure moet nog afgesloten worden, ik moet nog geld bij de bank gaan afhalen, mijn bagage moet nog bij SN binnengebracht worden en het vliegtuig vertrekt reeds om 20.45 Hr.
Op hoop van zegen…
Home
Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!