Episode 43

BYE, BYE, BUKAVU!

Het wordt zo stilaan tijd dat ik hier weg ben.
Want er is niets meer te doen.

De Pakistanis zijn geïnstalleerd en hebben nu overschot aan plaats. Ze hebben zelfs de Kalehe-positie nog niet bezet. Daarenboven is er op 27 Februari één compagnie als versterking naar BUNIA gestuurd, de hoofdstad van de ITURI-provincie. Want op vrijdag 25 Februari waren daar 9 Bangladeschis gesneuveld, toen hun patrouille in een hinderlaag gelokt werd door het FNI (Front des Nationalistes et Intégrationistes), één van de vele gewapende groepen in de streek. Hun inzet had onmiddellijke gevolgen, want op 01 Maart, bij een grootscheepse operatie tegen een FNI-basis in LOGA, sneuvelden minstens zestig militieleden (en spijtig genoeg ook een paar burgers). Bovendien werd aan alle gewapende bendes het ultimatum gesteld om ten laatste tegen 01 April de wapens binnen te leveren. En het was duidelijk menens, want op zaterdag 02 April werd prompt een nieuwe operatie gelanceerd, waarbij het aantal militieleden dat niet wilde luisteren nog eens verminderd werd met een dikke 36.
Misschien gaan ze het zo stilaan beginnen begrijpen…

Ook mijn computerscherm blijft nu dagelijks bijna maagdelijk blank. Toch sedert de e-mail van Dirk LEWYLLIE.
Toen er een compagnie naar een andere locatie moest verhuizen, vroegen ze financiële en/of materiële compensatie voor het bouwmateriaal dat ze gebruikt hadden en niet konden recupereren. Het antwoord van de nieuwe chef COE kwam prompt en was staalhard: de UNO betaalt Pakistan voor elk bataljon méér dan 14.000 Dollar per maand voor 'minor engineering'. En daarmee kan men in Congo vréselijk veel stenen, cement, zand en grind kopen. Noppes dus voor die compensatie.
Iedereen werd er stil van.
Zelfs de Pakistanen.
En dus was het opeens gedaan met de onophoudelijke stroom vragen naar "kunnen we dít krijgen" of "kan MONUC dát doen in ons kamp".
En daarmee had Dirk zich ook in één klap een betonnen reputatie opgebouwd…

Het wordt zo stilaan tijd dat ik hier weg ben.
Want iedereen heeft al mentaal afscheid van me genomen.

Ze kunnen het precies van uw aangezicht aflezen dat het einde in zicht is, want reeds sedert half Maart hoor ik langs alle kanten "hoelang nog?" of "zijt ge al aan het aftellen?" of "we zullen je missen" of, of…
Precies één langgerekte doodsstrijd.
Op zondag 27 Maart werd ik door de Chinezen uitgenodigd voor een privé-maaltijd. Toch wel een eer en als afscheid kan dat wel tellen. Daarbij werd ik telkens aangesproken met "LAO DAI". Ik had dat vroeger al een paar keer tegen me horen zeggen, maar had nooit verdere uitleg gevraagd. Nu was het echter zó opvallend dat ik Major WANG vroeg wat het betekende.
"Respected and dear Depla", zei hij.
Is dat iets om op uw visitekaartje te zetten?

Bij steeds meer activiteiten wordt ik trouwens gewoon niet meer betrokken en wacht men gewoon tot mijn opvolger er is. Of liever: onze opvolger, want zowel Ali als ik zullen maar vervangen worden door één persoon, een Pakistaanse majoor uit het Kamaniola-team.
Naar aanleiding van de verklaringen van de FDLR-leiding, waarbij die de genocide van 1994 veroordeelde en zich bereid verklaarde om naar Rwanda terug te keren, en de daaropvolgende onderhandelingen met Rwanda over de voorwaarden van die terugkeer, verwachtte men, in een nog onbekende toekomst, een massale toeloop van FDLR-soldaten. Die zouden echter natuurlijk eerst ontwapend moeten worden, vooraleer ze over de grens konden gezet worden. En dat zou in Zuid-Kivu gebeuren in een zestal, door MONUC op te zetten kampen.
De logistieke heksenketel die daaraan voorafgaat werd door Mike STROBEL volledig alleen opgelost.
En ik hoef u waarschijnlijk niet te vertellen dat de uitgekozen plaatsen voor die kampen gewoon logistieke nachtmerries zijn…

Het wordt zo stilaan tijd dat ik hier weg ben.
Want ik heb genoeg gezien.

Het is een goed gevuld jaar geweest.
Ik heb Mutebutsi en Nkunda zien komen en weer gaan. Ik heb de overgang van één Uruguaiaans bataljon naar één Pakistaanse brigade meegemaakt en zelfs helpen realiseren. En daarbij heb ik met genoegen moeten vaststellen dat het verschil tussen de Uruguaianen en Pakistanen inderdaad niet alleen in de getalsterkte terug te vinden is. Daar waar de Uruguaianen bij elk incident, als bange wezels, zo diep mogelijk wegdoken, zijn de Pakistanis véél meer geëngageerd en bruisen ze van de initiatieven. Soms nog wat teveel op eigen houtje, maar mettertijd zullen ze wel leren samen te werken met de rest van MONUC…
Ik heb ook langzame mentaliteitsverschuiving bij de Congolezen kunnen meemaken.
Toen ik in Bukavu aankwam hoorde ik alleen maar zelfmedelijden, want de Congolese miserie was altijd aan een ander te wijten en de Congolezen zelf konden niets doen. Ik ontwikkelde toen een paar beelden die goed te gebruiken waren tijdens discussies en die voor hypergelovigen, zoals ze hier nu eenmaal zijn, gemakkelijk begrijpbaar zijn, zoals "God heeft aan Congo vijf talenten gegeven en dat is het maximum wat hij kon doen. Verwacht dus van hem geen hulp meer, het is nu aan jullie. Maar durft ge Hem in de ogen kijken en met fierheid zeggen: kijk, dat hebben we er mee gedaan?" of "Congo is het huis van de Congolezen. Het is aan de Congolezen om het in te richten, want het zijn de Congolezen die lijden wanneer het dak lekt of die zullen genieten van het aangename interieur".
Soms sloegen die beelden aan en meer en meer hoorde ik hen toegeven dat het 'de regering' of 'de politiekers' waren die hen in de huidige ellende gebracht hebben.
Maar misschien gaven ze me ook gewoon gelijk om me nadien wat geld te kunnen aftroggelen…

Het wordt zo stilaan tijd dat ik hier weg ben.
Want zelf heb ik ook al mentaal afscheid genomen.

Ik meng me niet meer in de discussie tussen Alfred en Sergey ZAPENKOV, een dikke Rus die bij ons woont en die een veertiental dagen als 'teamleader' in WALUNGU heeft doorgebracht. Daarbij was hij op een lumineus idee gekomen. Wanneer het team het huis, waarin ze tot dan gratis mochten wonen (omdat het nog min nog meer een ruïne is, die toebehoort aan de Congolese administratie), officiëel HUURDE, zo redeneerde hij, dan zou de MONUC-administratie verplicht zijn om hen een zendingsvergoeding uit te betalen. Hij stelde dus een huurcontract op voor 30 Dollar per maand (te delen door 5 teamleden) en hoopte daarmee een vergoeding van 78 Dollar per dag binnen te rijven.
Alfred ging niet akkoord.
En nu zocht hij luidkeels bij iedereen steun voor het aanvechten van die 'onrechtvaardigheid'.
Geldzucht kent soms geen grenzen…

Ik meng me ook niet in de bijna dagdagelijkse financiële muggenzifter-discussies tussen mijn vier Russische medebewoners. Ik heb de huiskas op 29 Maart overgedragen aan Igor NIKOLAYEV, betaal hem gewoon wat hij vraagt en voor de rest: dat hij er zijn plan mee trekt.

Ik erger me niet meer aan het feit dat Ali eerst "ja" zegt wanneer ik hem voorstel om samen een afscheidsfeest te organiseren, maar dan een week later van idee verandert, omdat hij wil zich houden aan de Pakistaanse traditie dat een afscheidsfeest AANGEBODEN wordt aan de vertrekker en niet omgekeerd.
Dat is in MIJN leger OOK zo, maar we zitten hier nu eenmaal in de UN.

Ik maak me zelfs niet meer druk over het feit dat afspraken om 08.00 Hr door de meesten geïnterpreteerd worden als vijf of tien of zelfs vijftien na acht. Niet alleen door de Congolezen, maar ook door de MONUK-kers en zelfs door sommige Pakistaanse officieren.
En dan ben ik al diep gezonken.
Dan is het de hoogste tijd om te vertrekken.

Op woensdag 06 Maart nog een afscheidspint.
Op vrijdag 08 Maart de vlieger op richting Kinshasa.
Om daar nog een weekje 'check-out' te proberen overleven…


Episode 44

Home

Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!