In MONUC is ÉÉN ding zeker: er zijn géén zekerheden…
Reeds vanaf Juli deden hier geruchten de ronde dat er een IAU (Indian Aviation Unit) met een aantal gevechts- en transporthelicopters op Kavumu-airfield zou gestationeerd worden, dat de Uruguaiaanse 'Riverine Coy' met haar bootjes zou verhuizen van Kindu naar het Kivu-meer en daarbij in de omgeving van Bukavu moest geïnstalleerd worden en dat we ook nog eens een Chinees hospitaal op ons grondgebied zouden krijgen.
Telkens weer ebden de geruchten een tijdje weg, maar het feit alleen al dat er regelmatig geruchten waren, was voor Kristian en mij een voldoende reden om eens dieper over hun eventuele lokatie te filosoferen.
Vóórdenken is nog altijd beter dan nádenken…
Kristian vond dat de 'Riverine Coy' het best op 'the Chinese Peninsula' kon geplaatst worden, want daar was nog wel wat ruimte vrij langs het water en de co-locatie van de Chinese en de Uruguaiaanse compagnie zou volk uitsparen om de wacht te lopen.
Ik gaf hem volmondig gelijk.
Maar hij was óók van plan om daar, in geval van, het Chinese hospitaal te vestigen. Chinezen bij Chinezen, vond hij. En daar kon ik hem géén gelijk in geven, want dat zou betekenen dat het hospitaal zich halverwege tussen Bukavu en Kavumu zou bevinden en dus, vanuit alle richtingen bekeken, vér van alle mogelijke "klanten" zou liggen. Bovendien was er in de omgeving van 'the Chinese peninsula' geen helilandingsplaats en was het ook niet mogelijk om er een te bouwen, want er waren alleen maar moerassen of steile heuvels te vinden. Dus zou een doodzieke nog eerst een half uurtje 'Congolese lijdensweg' moeten zien te overleven vooraleer hij zou kunnen geëvacueerd worden per heli naar een beter uitgerust hospitaal…
Na een tijdje stopten we de discussie, want, om Jean-Luc Dehaene te parafraseren: ge moet ook niet te veel problemen oplossen die er nog niet zijn…
Over de locatie van de Indische helicopters hadden we géén meningsverschillen. Bij gebrek aan mogelijkheden. Die moesten we namelijk zo dicht mogelijk bij Kavumu-luchthaven zien te krijgen. Nu ligt die luchthaven op het einde van een heuvelrug en de énige weg er naartoe loopt óp die kam. In de vallei moesten we niet gaan kruipen, want daar was het één zompige boel en dus konden we alleen maar opschuiven op de heuvelrug in de richting van Kavumu-dorp. We identificeerden een driehoekige lap grond, juist voorbij de huidige parking van vliegtuigen en heli's, waarop een paar vliegtuigwrakken stonden. De RVA (Regie des Voies Aériennes), die het terrein beheert, ging akkoord, maar eiste wel dat de meettoestellen die óók op dat terrein stonden door ons zouden verplaatst worden. Of nóg liever: vergoed zouden worden.
Het waarom werd ons snel duidelijk.
De thermometerhut was leeg, de windmeter stond nutteloze rondjes te draaien want hij was niet meer verbonden met de 'controletoren' (een kotje, gewoon op grondniveau) en de luchtdrukmeter had stroom nodig, maar die was er niet. Het énige dat nog werkte was de (gescheurde) windzak.
Niet écht geruststellend voor iemand die dát weet en nog het vliegtuig moet nemen…
Maar we konden daar toch al, naar schatting, een zes- à achttal helicopters op kwijt.
Nu nog het volk, dat die beestjes zou doen vliegen, ergens zien te dumpen.
Ook weer niet veel mogelijkheden.
Ofwel, een stukje verder richting Kavumu-dorp, langs één kant van de weg, samen met de Pakistaanse compagnie die gepland was om de luchthaven te verdedigen, of de Pakistanen langs één kant en de Indiërs langs de andere kant.
Dan konden we de weg zelf misschien herdopen in "de Kashmir-route".
De RVA ging wéér akkoord, maar nu moesten we wél ook eerst de toestemming van generaal MABE hebben, want die terreinen werden bezet door zijn 'soldaten'.
Bij zijn bezoek ter plaatse had Mabe geen bezwaren, behalve het feit dat hij vroeg om de soldaten, die aan één zijde knusjes (?) in een paar ruïnes van de RVA waren gelogeerd, te vergoeden voor het feit dat ze moesten verhuizen óf hen een andere accomodatie ter beschikking te stellen. Tenten waren al voldoende, zei hij, en ze zouden zelf wel het "UN" erop overschilderen.
Kristian belde naar Kinshasa en New York, maar geen van beide dingen was mogelijk.
Het zou dus één zijde van de weg worden en toen we het terrein afstapten, beseften we dat we er zelfs, naast de Pakistaanse en Indische compagnie, óók nog gerust een helilandingsplaats voor een tiental helicopters konden aanplakken.
Toch weer een paar mogelijkheden dus, maar de keuze van de oplossing zouden we aan de heli-specialisten overlaten…
Ergens in November kwam er een eerste Indische delegatie op bezoek, bestaande uit een grote groep Sikhs met indrukwekkende blauwe tulbanden, idem-dito snor en baard en overdekt met hópen sterren, stickers en andere getuigenissen van gedane heldendaden. Generaal Isberg vroeg hen of het mogelijk was om reeds begin December te ontplooien.
Ze knikten op zijn Indisch van "ja".
Maar dat gelijkt érg veel op een westerse "neen".
Een week later kwam er een tweede delegatie op bezoek. Dat was meer een werkbezoek, want de Indische afgevaardigden zagen er NIET meer uit als wandelende reclameborden. En die begonnen serieuze bezwaren te maken. Ze moesten een immense hangar hebben om aan de helicopters te kunnen werken, ze moesten hopen containers hebben voor de installatie van ondenkbare soorten meetapparatuur (alles stofvrij natuurlijk), ze hadden bergen bureel- en logeercontainers nodig, want piloten waren tenslotte geen gewoon voetvolk, enz., enz,…
Bij hun vertrek beseften zowel Kristian als ik dat Isberg zijn plannen eens te meer zou mogen opbergen…
Een week of zo later kregen we te horen dat de Indiërs wél nog altijd wilden komen, maar dat het minstens half Januari zou worden én dat de groep van 70 man, die normaal voorzien is voor de verdediging van de eigen installaties, door "New York" geweigerd was. Ze zouden moeten beschermd worden door "de MONUC troepen in het gebied".
Dus, in ons geval, door Pakistanis.
Door PAKISTANIS???
"Geen problemen", zei baas Ali, "we zitten hier allemaal in de UN", maar ik zag aan zijn ogen, dat hij dat toch niet écht meende.
Half December waren de technici er nog altijd niet aan uit welk terrein ze voor de heliparking zouden kiezen en ook niet hoevéél helicopters er nu eigenlijk zouden komen: eerst waren het er tien, dan zes, dan dook het naar twee en tenslotte begon het weer te stijgen, eerst tot vier, dan tot zes en acht om te eindigen met negen. Maar niemand kon garanderen dat dit het eindcijfer zou worden…
Dus besloten we al te beginnen met het egaliseren van het terrein voor de twee compagnies en de rest over te laten aan de Voorzienigheid.
Daarbij moesten we echter éérst nog een Zuid-Afrikaanse firma op het terrein loslaten om de zaak met honden te controleren op mijnen. PUUR weggesmeten geld. ZIJ garanderen na hun snuffeltocht 95% zekerheid, daar waar elk simpel boerenverstand zelfs vooraf al voor 100 % kon garanderen dat het stuk land mijnenvrij was, want alles stond volgeplant met maniok en over de rest liepen dagelijks horden Congolese geiten, koeien en soldaten.
Toen was het de beurt aan de Chinezen om er hun zwaar materiaal op los te laten.
En die mochten het terrein niet op van de Congolese militairen.
Waarom?
Niemand die het wist of wilde zeggen.
Depla er dus maar weer bijgeroepen, want ik had een groot deel van de onderhandelingen gevoerd met Mabe en majoor AVULA, de commandant van het bataljon dat de luchthaven verdedigt.
Toen ik er aankwam stonden er twee kaki tenten verloren te lopen op het immense terrein. Ik wist zelfs niet dat ze die hadden. Waarschijnlijk nog een overschotje uit een Belgische legerstock.
Ik ging naar majoor AVULA en vroeg een beetje uitleg.
Tja, we hadden wél de toelating van generaal MABE en ook HIJ ging akkoord met wat we wilden doen, maar we waren vergeten de pauselijke zegen te vragen aan kolonel PHILEMON, de commandant van zijn brigade. En dus had die bevel gegeven de boel te bezetten en élke toegang te ontzeggen.
Natuurlijk was hij die dag niet beschikbaar, we konden ten vroegste 's anderendaags op audiëntie verschijnen.
Het was ondertussen al paardedonker geworden en ik besloot eerst de onderhandelingsronde van de dag erop af te wachten, vooraleer mijn groot kanon, generaal Mabe, in te schakelen.
Kolonel PHILEMON was duidelijk op zijn pik getrapt dat hij in het ganse verhaal tot nu toe nergens voorkwam. Ik kon het niet laten om te zeggen dat het toch de bedoeling niet kon zijn dat MONUC telkens élke schakel in de ketting om de zegen moest vragen en dat er toch ook nog zoiets bestond als interne communicatie, waarbij generaal MABE zijn principetoestemming had gegeven en de praktische details verder moesten uitgewerkt worden met de man op het terrein, zijnde majoor AVULA. Hijzelf had daarbij het volste recht te protesteren tegen zijn baas en/of richtlijnen mee te geven aan zijn ondergeschikte, maar NIET om zómaar de boel op te blazen.
Zijn ego was enerzijds schijnbaar voldoende gestreeld door het feit dat hij aan iedereen had laten zien dat hij zo´n grote organisatie als MONUC op zijn eentje had kunnen tegenhouden en langs de andere kant had ik hem blijkbaar genoeg kunnen afdreigen, want hij bleek bereid tot onderhandelen.
Zijn 'bottom-line' was dat hij op de een of andere manier nog troepen aan die kant van de weg wilde hebben.
Want wát als "ze" van die kant aanvallen?
Ik durfde hem niet openlijk zeggen dat ik dacht dat hij tegen dan al lang zou gaan lopen zijn en dus gaf ik hem maar gelijk.
We kwamen overeen dat wij het terrein tot aan de tweede tent mochten hebben en dat was nu nét het gedeelte dat we in gedachten hadden voor de installatie van de twee compagnies. En doordat de specialisten er toch nog niet aan uit waren, zowel qua aantal als qua plaatsing van de helicopters, was de rest "zorgen voor morgen".
Eind December was het terrein klaar en was het enkel nog wachten op de aankomst van de Indiërs en de Pakistanis.
De Indiërs waren er het eerst.
Op maandag 24 Januari kwam er een voorwacht van twintig man aan, die het kamp zou opbouwen. Ik had al een paar keer op de brigadebriefing gezegd dat de Pakistanis daarbij de wacht zouden moeten verzekeren, want de Indiërs hadden geen wapens mee, maar kolonel RAHMANI, de eeuwig zwijgende 'Deputy Brigade Commander'die gedurende de afwezigheid van SUJEET de briefing voorzat, bleef daarbij telkens als een sfinks voor zich uit kijken.
Op woensdag 26 Januari werden de eerste containers op het Indisch terrein aangevoerd en daarbij werd het steeds duidelijker dat de Pakistaanse wacht zou uitblinken door afwezigheid.
En dan moet ik u waarschijnlijk NIET vertellen wat er in dergelijk geval in Congo met het materiaal gebeurt.
Juist.
De grote verdwijntruc wordt er op toegepast…
Ik werd door Michael STROBEL, een Oostenrijker en sedert 10 December de opvolger van Kristian Geertsen als JLOC, naar de brigade gestuurd om de zaak uit te klaren.
Kolonel RAHMANI luisterde zéér aandachtig, eerst naar mij en dan naar de G3, die, met een in-triest gezicht waarvan de schijnheiligheid zó afdroop, een nota uit zijn hoed toverde, gericht aan de Zuid-Kivu brigade:
"Force Commanders Directive 16/04.
…U bent verantwoordelijk voor de bescherming van de Divisietroepen, gestationeerd in Zuid-Kivu. Deze omvatten de Riverine-, lucht- en vliegmiddelen, zowel als de Chinese geniecompagnie. Routine wachtopdrachten moeten echter door deze respectievelijke eenheden uitgevoerd worden…"
Ik moest met de staart tussen de benen afdruipen.
Over naar familie.
De vraag naar verduidelijking kroop zowel langs de burger- als langs de militaire kant naar boven, eerst tot Kinshasa en dan tot in New York…
Tijdens de briefing van donderdag 27 Januari, zei Rahmani dat ze de wacht vanaf die avond zouden verzekeren.
En zijn gezicht was daarbij even sfinksig als altijd.
YES!
Pakistanis die wacht lopen bij Indiërs!
Als we NU de Nobelprijs voor de Vrede niet krijgen, dan weet ik het óók niet meer.
Onze lol duurde tot woensdag 02 Februari.
Tot SUJEET terug was.
Hij zou alleen nog rondjes laten lopen aan de BUITENZIJDE van de prikkeldraad van het Indisch kamp, want binnen de draad zat er, volgens hem,"té gevoelig electronisch materiaal".
Toch wel een mooie omschrijving voor "Indiërs"…
De vraag is alleen: gaat één weekje genoeg zijn voor de Nobelprijs?
Episode 35
Home
Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!