Ik zeg het liever op voorhand: in de grond is het geen mooi verhaal.
En het is dus misschien beter dat u niet verder leest…
In feite begon het allemaal reeds in Kinshasa.
Toen ik er was, kon men zijn hoofd niet buiten het hoofdkwartier steken of men werd omzwermd door, in lompen geklede, bedelende straatkinderen. En men moest werkelijk al een hart van gewapend beton hebben om er geen medelijden mee te hebben.
Ondertussen is de situatie wel beter geworden, voornamelijk omdat het hoofdkwartier nu een tweede in- en uitgang heeft én omdat de veiligheidsperimeter met prikkeldraad, na de incidenten van Juni, een stuk verder naar buiten is gelegd, maar zéker NIET omdat er nu minder armoede is in Kinshasa of minder straatkinderen.
Ik schoot dus een paar keer in mijn portefeuille, maar ik ontdekte al snel dat er daar ook een paar héél vervelende nevenverschijnselen mee gepaard gaan. Elke gulle bui werkte zoals een stront op een zwerm vliegen en na een paar keer was het al voldoende om nog maar mijn kop te tonen of ik veroorzaakte al lichte vormen van massahysterie bij een steeds groter wordende groep bedelaartjes.
Ik besloot het dus ánders aan te pakken.
Gedaan met in-het-wilde-weg te geven.
Neen. Vanaf nu zou ik systhematisch te werk gaan.
Ik zou dagelijks (weekends en feestdagen inbegrepen) twee kereltjes hunne "verjaardag" geven en ik stelde één van de oudere gastjes aan als verantwoordelijke voor het opstellen van een naamlijst.
En ik moet zeggen: het systeem werkte wonderwel.
Ik werd nog wel een paar keren lastiggevallen, maar het was voldoende om hen door te verwijzen naar de "lijstverantwoordelijke" om gerustgelaten te worden. Elke avond ging ik me dan op de boord van een muurtje zetten, omringd door een (heel kalm) groepje jongeren en maakte de twee jarigen-van-de-dag gelukkig. Op vrijdagavond was het natuurlijk feest, want dan kregen er zes hun uitkering.
Ik besloot in Bukavu hetzelfde systeem te zullen toepassen.
Maar daar kwam ik bedrogen in uit.
In Bukavu draaiden er geen jonge bedelaartjes permanent rond de poort, maar er zat wél altijd een grote groep volwassenen die hoopten bij MONUC aan de slag te kunnen als dagloner.
Want MONUC betaalt goed.
Vijf dollar per dag voor een ongeschoolde arbeider en zeven dollar voor een 'stielman', daar waar een gemiddelde NGO slechts anderhalve dollar betaald voor het ongeschoolde werk en over de Congolese/Belgische bazen hoef ik geen uitleg meer te geven...
Elke dag was er dus wel ergens ééntje die bij mij kwam aanpappen met de vraag of ik hem aan een jobje bij MONUC kon helpen.
En ik moest er telkens weer ééntje teleurstellen…
Bovendien ligt het hoofdkwartier in de sjiekere wijk van Bukavu, met véél villa's bewoond door de Congolese upperclass. Dat heeft zo wél zijn kleine voordelen, want wij wonen in dezelfde buurt en we hebben nog geen seconde zonder water of electriciteit gezeten, terwijl de rest van Bukavu het moet stellen met een paar uurtjes per week of, in het beste geval, een paar uur per dag.
Meestal tussen twee en vier uur 's nachts…
Maar dat betekent ook dat het hier 'sperrgebiet' is voor zwerfkinderen, want ze zouden onmiddellijk weggejaagd worden door de wachten die elk huis hier heeft.
Tot op zondag 04 Juli, toen ik welgemutst van het hoofdkwartier naar het Orchid hotel stapte om mezelf daar op een uitgebreid middagmaal te trakteren. Onderweg kwam een jong gastje op me afgestapt en hij vroeg me héél schuchter of ik hem wilde helpen, want hij had geen geld om de eindexamens op school af te leggen en hij zou dus niet kunnen overgaan naar het volgende schooljaar.
Ik wil de wereld natuurlijk geen tweede Einstein ontzeggen, maar ondertussen begin ik de Congolese streken om aan geld te geraken ook al een beetje te kennen en dus besloot ik hem eerst eens grondig op de rooster te leggen.
Zijn naam was KATAYE BIRAGI BUHEMWA OMBENI, maar iedereen sprak hem aan met "Biragi". Hij was 15 jaar oud, zat in het tweede middelbaar van het "Institut de BACHEKA", woonde in de BAGUIRA-wijk van Bukavu en zijn vader was verleden jaar gestorven, waardoor de financiële bronnen voor de in totaal acht kinderen in het gezin waren opgedroogd. Eén van de meisjes was ondertussen al getrouwd met een schilder en was natuurlijk al begonnen met de start van een nieuwe generatie, want waarmee moet een schilder-zonder-werk zich anders bezig houden.
Enfin, in totaal méér miserie dan een paar frele kinderschouders kunnen dragen.
Ik vond dat hij het waard was om zelfs op langere termijn geholpen te worden, maar ik wilde wél nog eerst een paar zekerheden inbouwen.
"Goed. Wanneer zijn die examens, wanneer krijgt ge de resultaten en wat moet dat allemaal kosten?"
De examens begonnen reeds op maandag 5 Juli, duurden tot 8 Juli, zijne 'puntenboek' zou hij krijgen op 10 Juli en om te mogen meespelen moesten er 12 harde dollars neergedokt worden.
Ik gaf ze hem, mits de voorwaarde dat ik hem zou terugzien mét de uitslag én dat ik daarna mama-Biragi met een bezoek zou kunnen vereren om een beetje de familiale sfeer op te snuiven.
Ik was op zondag 11 Juli juist terug van mijn tripje naar Goma met de Zuid-Afrikaanse containers, toen hij mij al aan de poort stond op te wachten. Zo fier als een gieter. Hij had méér dan 550 op 700 punten voor wiskunde (zoiets springt me altijd in het oog), was wel gebuisd voor Frans, maar mocht toch overgaan naar het derde jaar.
Goed zo, jongen, doe zo verder!
Ik nam hem mee in mijn jeep naar zijn BAGUIRA-wijk, die toch wel een tiental kilometer van het hoofdkwartier ligt. Zo te zien was dit kwartier nog aangelegd door de Belgen in de jaren 40/50 als een immense sociale wijk en daar waar zelfs in België dergelijke wijken uit die periode niet veel vreugde meer uitstralen, was het hier gewoon niet meer te beschrijven van ellende.
Biragi woonde in de onder-afdelingswijk "D".
Vierde categorie dus in iets dat al lang zijn aanduiding op de kaart van "gebouwenzone" niet meer waard was. "Ruïnenzone" zou een betere benaming geweest zijn. We liepen langs een soort open riool en kwamen bij een aaneengesloten rij 'huisjes'. Voorgevel telkens maximum een dikke drie meter, mét voordeur (en ook overal een immens groot hangslot), maar zonder vensters. Biragi ging zijn moeder zoeken en kwam terug met een stokoud vrouwtje dat mij een hand gaf en daarbij tot op de grond boog. Niet écht moeilijk, want ze liep er al zó kromgebogen bij dat ze maar een kleine dertig centimeter meer dieper moest buigen. Ik mocht binnengaan en de voordeur moest blijven openstaan, anders zagen we geen hand voor onze ogen in het donker kotje van 3 op 3, dat de living moest voorstellen. Ik kreeg de énige stoel aangeboden. De rest waren een soort kistjes. Er stond ook nog zoiets als een scheve 'commode', model 1950 en voor de rest was het lege ruimte.
Onze hond zou er zelfs zijn neus voor opgetrokken hebben om er in te wonen.
Ik vertelde 'maman' dat ik van plan was om Biragi's schoolkosten te betalen en ze knipte wéér tot aan de grond. Maar daarbij stak ze ook onmiddellijk haar hand op om mijn belofte ter plaatse cash te verzilveren.
Neen, neen, zó niet.
Biragi moest met briefjes van de school afkomen en díe zou ik betalen, want anders was ik er heilig van overtuigd dat het geld tóch in de grote pot zou verdwijnen en een ganse familie onderhouden lag niet helemaal in mijn bedoelingen.
's Anderendaags stond hij daar al met een briefje.
| - Etudes: | 62 $ |
| - Assurance: | 10 $ |
| - Examen d'admission: | 15 $ |
| - Examen de construction: | 18 $ |
| - Examen de participation: | 13 $ |
| - Examen de semestre: | 12 $ par semestre (trois semestres) |
| TOTAL: | 130 $ |
Daar zaten toch nogal een aantal duistere examens tussen en het geheel kwam me ook nogal duur over, zeker omdat iemand mij verteld had dat studeren aan de universiteit hier ongeveer een dikke 150 $ per jaar kost, maar het papiertje was goed en wel gestempeld en getekend door iemand van het "Institut de BACHEKA". Nu ja, bij nader inzien kwam me dat bedrag niet zó abnormaal over, want in België is het middelbaar onderwijs "gratis" en worden de universiteiten slechts gedeeltelijk gesponsored, maar hier komt Vadertje Staat voor niks-niemendal en ook nergens in tussen en dus kan het verschil middelbaar-universiteit ook niet zo héél groot zijn.
Biragi vroeg me ook 25 $ voor de aankoop van boeken en 30 $ voor schriften. En de aanschaf van een uniform zou nóg eens 70 $ kosten.
Hier zijn ze trouwens gék op uniformen. Is waarschijnlijk nog een overblijfsel van de kolonietijd waar ze hardnekkig aan vasthouden, want het geeft een zekere status en men ziet dan ook ALLE leerlingen rondlopen in een witte T-shirt/blouze en een helblauwe broek of rok.
Dát zouden we wel nog later zien, want het was tenslotte nog maar Juli en ze volgen nog altijd de oude-Belgische kalender voor de aanvang van een nieuw schooljaar.
Er was daarvoor dus nog tijd.
Bovendien had hij me al genoeg gepluimd voor die dag.
Ik probeerde er hem wél van te overtuigen om iets aan te vangen met zijn groot verlof en zijn weekends en iets te doen waarmee hij wat geld kon verdienen om zo een steentje bij te dragen aan de familieonkosten en ik beloofde hem ook dat ik, indien hij een goed idee had, hem daarin zou steunen.
Een kleine week later stond hij daar weer.
Met TWEE ideeën.
Het eerste stond uitgewerkt op een nota van ettelijke bladzijden en kwam daarop neer dat hij een maniokmolen wilde bouwen, aangedreven door een dieselmotor. In Baguira waren er wel een paar electrisch aangedreven molens, maar de levering van electriciteit was zó onbetrouwbaar, dat hij met zijn dieselmolen dacht het gat in de markt gevonden te hebben.
Kostprijs: 800 $
Het verbaasde mij een beetje dat een gastje van 15 jaar zoiets uit zijn duim kon zuigen en ik vroeg hem dan ook wie dat idee op papier had gezet.
Het was zijn oudere broer, zei hij.
Ik vond het geen slecht idee, maar het was wel vér boven mijn financiële intenties.
Ik beloofde hem te zullen zoeken naar een NGO die dit project zou kunnen steunen en begeleiden, want als men het aan de Congolezen overlaat, komt er tóch niets van terecht.
Het tweede idee was van hemzelf.
Hij wilde GSM-kaarten verkopen.
Daar was on-ge-ló-fe-lijk veel geld mee te verdienen, zei hij.
Ik stond er zéér weigerachtig tegenover, want naast het feit dat het hier al stikt van de kaartenverkopers, zijn er dan ook nog eens drie concurrerende netwerken en dus zou hij zich moeten beperken tot één soort kaarten, want anders was het financiëel gewoon niet haalbaar.
Neen, neen, neen, hij wilde de drie soorten kaarten verkopen.
Biragi, ik sponsor de aankoop van één soort kaarten en ge betaalt mij terug met de winst van de verkoop.
En daarmee uit.
"Oui, papa."
Een kot in de nacht, kreeg ik een blétende Biragi aan de lijn. Er waren vier gemaskerde soldaten hun huis binnengedrongen en onder bedreiging van hun wapen, waren ze er met zijn geld vandoor gegaan.
MIJN geld, juister gezegd.
Ik zei hem dat hij moest stoppen met snotteren en dat we wel zouden verder zien bij onze volgende ontmoeting.
Die kwam er al een paar dagen later.
Hij vertelde me dat hij gelukkig, een paar uur voor de overval, reeds een aantal telefoonkaarten had kunnen kopen en die hadden ze niet kunnen vinden. De rest van de centen waren echter wél in militaire handen overgegaan.
Die mannen schijnen hier te rieken waar er geld zit waar ze gemakkelijk aan kunnen geraken.
En waarschijnlijk had Biragi ook zijn mond niet kunnen houden…
Maar daarnaast had hij ook GOED nieuws.
Hij had een NIEUW idee.
Hij wilde kippen kweken.
Kosten niet veel en brengen ook weer v-é-é-l geld op.
Leek me zinnig.
"En wat moet dat kosten?"
Driehonderd dollar.
Hoeveel???
Jawel, driehonderd dollar, want hij wilde beginnen met een honderdtal kippen ineens.
Birage, zijt eens serieus, begin vanaf een paar kippen en een haan en werk vanaf daar verder.
Goed, dan had hij genoeg aan zestig dollar.
Biragi! Een kieken kost hier maximum 3 dollar en een haan misschien vijf.
Jamaar, ze moeten ook nog ingeënt worden en dat kost zéér duur en dan moet er ook nog voer aangekocht worden en een omheining gebouwd worden, enzovoort…
Ingeënte kippen? Hier in Congo?
Ik liet me niet vermurwen, want de énige vorm van kippen die ze hier hebben zijn, zoals wij ze noemen, "roadrunners" (met als resultaat vlees dat zo taai is als een schoenzool) en die hebben nog nooit een omheining of kippenvoer gezien.
Nog een paar dagen later, kwam hij me wéér opzoeken.
Met OPNIEUW twee nieuwe ideeën.
En IK mocht kiezen.
Ofwel zou hij zich, op MIJN kosten, een videocamera aanschaffen en daarmee huwelijksreportages maken (succes gegarandeerd, papa!) ofwel zou hij, natuurlijk eveneens op mijn kosten, beginnen met het kweken van varkens.
Goed, laten we de zaken combineren.
Ge begint met varkens te kweken en met de winst koopt ge zelf dan later een camera, want onder de huidige omstandigheden in Congo gaat die nu toch maar binnen de kortste keren van eigenaar wisselen.
Faire deal, vond hij.
En hij had maar 120 dollar nodig voor het opstarten van zijn bedrijf, want hij zou zich beperken tot de aanschaf van ZES grote varkens. Hij zou ze trouwens niet opkweken in Baguira, want ze zouden daar tóch maar in andermans kookpot verdwijnen, maar bij één van zijn vele 'oncles', die vér buiten Bukavu op het platteland woont.
OK, Biragi, maar begin eerst eens met twee of drie kleine biggetjes en leer van daaruit verder.
De volgende dag al kon hij mij fier de aankoop van twee varkentjes aankondigen, waarbij de verkoper gezegd had dat ééntje er van al drachtig was. Maar nu had hij wél weer geld nodig voor de aankoop en het transport van het varkensvoer, want hij had een overeenkomst afgesloten met één van de wakers in de Bralima-bierfabriek die hem 'draft' (de gerstafval die overblijft na het brouwen van het bier) zou geven én hij had een chauffeur van dezelfde firma kunnen overtuigen om dat goedje op zijn reizen mee te nemen tot aan nonkeltje.
Dat alles mits het nodige geritsel onder tafel, natuurlijk.
Ondertussen had ik ook al iemand op de kop kunnen tikken die geïnteresseerd was in het "maniok-molen project". Claire SCHOUTEN, een Canadese met Hollandse voorvaderen, kon haar baas op de "Humanitarian Affairs"-sectie er van overtuigen om het op te nemen in hun lijst "te sponsoren micro-projecten". Maar ze steunden wel geen individuen, doch enkel organisaties en dus moest er eerst zoiets als een VZW opgericht worden. Ik gaf dat door aan Biragi en enkele dagen later bracht hij me een bundeltje papieren, vol met bla-bla waarvan ik twijfelde dat dit de zaak zou vooruithelpen. Ik gaf Claire de papieren én het telefoonnummer waarop de broer van Biragi kon gecontacteerd worden. Ze belde hem op en vertelde dat het project door hen gebouwd, gecontroleerd en gefinancierd zou worden en daarna aan de "VZW" zou overgedragen worden, maar dat er in feite geen cash betaling aan hem zou gebeuren. Ze vroeg ook de leden van de VZW te kunnen spreken over de verdere praktische realisatie.
Ze hoorde er niets meer van.
Blijkbaar was het verkrijgen van geld het belangrijkste deel van het project geweest…
Toen ik in Kinshasa was, op weg naar mijn Augustus-verlof in België, kreeg ik, totaal onverwacht, een telefoontje van Biragi. Hij vertelde dat hij het geld en de winst van de verkoop van zijn telefoonkaarten gebruikt had om zich boeken en NATUURLIJK ook een uniform aan te schaffen.
En hij zat dus, eveneens natuurlijk, op droog zaad.
Bovendien moest hij dringend behandeld worden voor een hernia en hij was van plan daarvoor een "docteur traditionel" te raadplegen.
"Est-ce-que vous pouvez m'aider, papa?"
In zijn wanhoop had hij trouwens mijn vrouw opgebeld, omdat hij dacht dat ik al in België zat, en dus mocht ik, eenmaal thuisgekomen, een hoop uitleg geven over dat kereltje die mijn dochter (!) aan de lijn had gekregen en die haar aangesproken had met "Maman, surprise!".
Hij stond mij al op te wachten met zijn verlanglijstje, toen ik, bij aankomst na mijn verlof, zelfs nog geen voet op de grond had gezet. Zijn varkens hadden honger én de 'hernia-operatie' moest nog betaald worden én er waren nog een paar kleine kosten voor nabehandeling én hij moest nog schriften kopen voor het juist gestarte schooljaar én, én, én…
Papa Belge mocht weer in zijn schatkist duiken…
Zijn bezoeken werden trouwens steeds frequenter en telkens moest er wel iéts betaald worden, meestal voor school: hij moest 3 dollar betalen voor boeken die hij geleend had in de schoolbibliotheek, er moest 12,5 dollar betaald worden voor toezicht tijdens de namiddagstudie, elke leerling moest een soort 'studentenkaart' mét foto hebben, er moest betaald worden voor een "carte de conduite",… Elk papiertje was telkens wel afgestempeld en ondertekend en onderaan stond er ook steeds "elke leerling die niet betaald wordt onmiddellijk van school gezonden", kwestie van de druk op mijn financiële ketel te houden. Maar ik begon er tóch zo stilaan nerveus van te worden, want telkens betaalde ik ook een taxi voor Biragi (twintig kilometer vind ik wat veel om te wandelen, hij is tenslotte geen militair), maar in de meeste gevallen lagen die kosten hoger dan de schoolrekening.
Ik gaf hem dus twintig dollar schoolvoorschot en we spraken af dat hij nog maar om de twee weken zou afkomen en mij dan telkens een afrekening zou voorleggen.
Hij kwam nóg wel een paar keer op niet-afgesproken tijdstippen opdagen, maar ik vertikte het gewoon om dan eventuele taxikosten te vergoeden, alhoewel de tranen hem dan in de ogen schoten.
Maar afspraken zijn afspraken én hij leerde snel.
Eind September kwam hij met de mededeling dat ik de trotse grootvader van een paar biggetjes was geworden.
Hoogste tijd voor mij om eens te kijken hoe ver we stonden.
Ik vroeg hem hoeveel een varken kon opbrengen.
"Wel véértig dollar, papa!"
In zijn ogen duidelijk een immense som.
En hoe lang duurt het vooraleer zo'n beestje kan verkocht worden?
Zes tot zeven maanden.
Ik had er geen flauw benul van of dat klopte, maar met ZIJN gegevens over de onkosten voor het voer en de transportkosten daarvan, sloeg ik aan het rekenen.
"Biragi, ELK varken dat ge verkoopt aan veertig dollar, zal u zesenveertig dollar gekost hebben en dan reken ik nog niet eens de aankoopkosten van uw eerste varkens mee!"
Hij hoorde het nog íets verder dan Keulen donderen.
Dat kon niet, zei hij.
Hij sloeg zelf aan het rekenen, maar lag bij de eerste vermenigvuldiging al volledig in de knoop (méér dan 550 op 700 voor wiskunde???). Na een klein uurtje waren we er uit en moest hij me gelijk geven, maar "s'il vous plaît, papa, laat mij mijn varkentjes houden!"
Daar had ik géén probleem mee, maar hij moest wél dringend zijn bevoorradingssysteem aanpassen.
Een week later kwam hij me vertellen dat hij de kosten heronderhandeld had en nu aan dertig dollar genoeg had om gedurende een vol jaar zoveel 'draft' ter plaatse te krijgen als hij maar wilde.
Goed zo, Biragi, ge gaat nog een échte ondernemer worden!
Half Oktober kwam hij weer onverwachts op bezoek.
Ze zouden op vrijdag 22 Oktober een "promo scolaire" houden en hij was voorzitter van het organisatiecommité en ze hadden dringend 12 dollar nodig voor de huur van een zaal. Ik had echter geen tijd om het volledige verhaal te horen, want ik vertrok juist naar de brigadebriefing, maar ik betaalde de som en sprak af dat hij nadien de nodige tekst en uitleg zou komen geven.
De zondag na het evenement zat hij in een van onze tuinzetels zijn verhaal te doen.
Een "promo scolaire" was een namiddagfeest dat werd georganiseerd door de leerlingen van verschillende scholen samen, waarbij er gedanst werd, demonstraties werden gehouden en er deze keer zelfs een 'gemengde' modeshow was ingevoegd. Zowel leerlingen, ouders als lesgevers werden uitgenodigd en een 'comité', bestaande uit een twaalftal leerlingen dirigeerde het geheel en verspreidde/verkocht ook de toegangsticketten.
Daarbij hadden ze Biragi aangesteld als hun 'voorzitter'.
Dat deed me toch wel een beetje de wenkbrauwen fronsen.
Ik had het gevoel dat ze hem alleen maar als voorzitter hadden verkozen omdat ze wisten dat er een mecenas achter hem stond.
Het was tijd om weer eens het potlood van achter mijn oor te halen.
Bravo, Biragi, voor het initiatief en de inzet, maar wat waren uw inkomsten?
Enkel de toegangsticketten. 80 FC voor de leerlingen en 100 FC voor de anderen, maar daar zat wél nog een haak aan, want "iemand" had valse toegangsticketten in omloop gebracht, waardoor ze een deel van de verwachtte inkomsten misgelopen waren.
En de uitgaven?
Natuurlijk was daar de muziek die moest betaald worden en de zaal en nog een paar kleinere onkosten, maar ze hadden ook aan iedereen die actief deelgenomen had in de organisatie of de uitvoering van het geheel, een stuk zeep à één dollar beloofd.
Een snel rekensommetje leerde me dat ik mijn hoop om van hem een succesvol zakenman te maken zo ongeveer kon opdoeken.
"Biragi, als ik dat zo allemaal uitreken, dan scheurt ge er, zelfs bij een uitverkochte zaal en zonder zelfs maar de valse ticketten in aanmerking te nemen, voor minstens tien dollar uw broek aan".
Wéér keek hij me aan met ogen vol ongeloof en daar waar hij eerst nog gloeide van trots, zakte hij nu in mekaar als een pudding.
Ondertussen had hij toch een beetje mijn achterdocht opgewekt betreffende zijn eerlijkheid. De briefjes om dit of dat te moeten betalen voor de school kwamen té regelmatig en de redenen werden steeds eigenaardiger. Bovendien had hij me al een paar keer in het oor gefezeld dat ik "niets moest geloven van wat ze over hem vertelden", alhoewel niemand tot dan toe iets over hem verteld had. Maar hij wekte er wel mijn argwaan mee en toen Anselme (één van onze wakers) op een bepaalde dag met mij meeging naar de toegangspoort van ons huis om Biragi binnen te laten en langs zijn neus weg fluisterde "cet enfant n'étudie pas!", besloot ik hem bij de eerstvolgende gelegenheid te laten controleren.
Die gelegenheid kwam er vlak na mijn nieuwjaarsverlof.
Hij stond voor de poort met zijn resultaten van het eerste trimester. Die waren niet slecht en er was een duidelijke vooruitgang te merken in Frans. Dank zij de, door mij gesponsorde, namiddagstudie? Ik vroeg hem of ik het rapport mocht houden. Neen, dat kon niet. Maar ik mocht wel een volgeschreven blad met schoolonkosten houden. Ik mocht het zelfs betalen! Totale som: 101 dollar. Kende ik de meeste rubrieken niet, de zin "Sentinelle: 5 $ par trimestre, donc, 15 $ pour toute l'année" kwam me toch volledig ongeloofwaardig over. Maar zowel het rapport als de kostennota droegen de officiële stempel van de school en hadden dezelfde handtekening.
"OK, Biragi, kom maar binnen twee dagen terug, dan zal ik het betalen".
"Jamaar, papa, als ik vandaag niet betaal dan sturen ze me van school!"
Chantage heeft bij mij nog nooit gepakt.
"Goed, Biragi, dan neemt ge maar een paar dagen congé!"
Toen hij weg was, zond ik Anselme naar de schooldirecteur om dat allemaal eens te verifiëren.
's Anderendaags zag ik Anselme terug en hij bezorgde mij een zéér koude douche.
De meeste onkosten waren gewoon onbestaande en uit de duim gezogen en de andere waren schromelijk overdreven. Bovendien was er geen "Kataye Biragi Buhemwa Ombeni" ingeschreven in de school en alhoewel de stempel op het papier wel degelijk van de school was, behoorde de handtekening toe aan één van de studietoezichters, daar waar elke officiële kostennota door de directeur himself werd ondertekend.
Ik werd er stil van.
Op mijn leeftijd mij zó in het zak laten zetten.
's Anderendaags stond Biragi weer voor de poort.
Zoals in feite was afgesproken, maar ik was verontwaardigd over zóveel lef.
"Durft gij hier uw kop nog te vertonen?"
Hij keek me héél verbaasd aan.
"Ik heb u laten controleren door Anselme en ge studeert zelfs niet!"
Zonder het minste blikken of blozen kwam er vlot: "Jamaar, hij heeft dat aan de verkéérde gevraagd. Hij moest met de studieprefect gesproken hebben!"
"Juist, Biragi, verdwijn uit mijn ogen, ge zijt een bedrieger en een dief en ik wil u nooit meer zien!" en ik liet hem perplex ter plaatse achter.
Sedertdien heb ik niets meer van hem gehoord.
Hij heeft, zoals zoveel andere Congolezen, de kip met de gouden eieren vermoord.
Hopelijk zorgt hij beter voor zijn varkens.
Als die al ooit bestaan hebben…
Episode 34
Home
Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!