Episode 32

ANDERE BAZEN, ANDERE WETTEN…

Toen ik hier aankwam, zat er in Zuid-Kivu een mengelmoes van Uruguaiaanse en Zuid-Afrikaanse MONUC-troepen en tijdens de crisis van Mei/Juni werden die nog eens aangevuld met een nestje Nepalezen. Later werden de Zuid-Afrikanen naar Noord-Kivu gestuurd en bleef hier alleen nog een bataljon Uruguaianen zitten, aangevuld met een compagnie Nepalezen en een compagnie Chinezen.
Maar die mag men in feite niet meetellen, want dat zijn "Engineers" en die weten wél hoe een schop vast te houden, maar weten niets aan te vangen met hun wapen. De Uruguaianen moesten ze zelfs "bescherming" bieden terwijl zij aan het 'engineeren' waren op nen 'travaux'.

Maar het zou verkeren!

De grosso-modo duizend Uruguaianen/Nepalezen zouden vervangen worden door DRIEduizend Pakistanen en het verschil zou niet alleen in de kwantiteit terug te vinden zijn, maar, zo ging toch het gerucht, ook in de KWALITEIT, want de Pakistanen hadden de reputatie geduchte soldaten te zijn, die eerst schoten en dan vragen stelden, daar waar de Uruguaianen NOOIT schoten.
En ook geen vragen stelden.
Want ze spreken alleen Spaans…

De Pakistanis deden al onmiddellijk hun reputatie alle eer aan door in de late avond van woensdag 15 December, op een kleine honderd meter van mijn deur, een aantal schoten te lossen op een drietal bootjes die de kust naderden en er in het duister héél verdacht uitzagen. Een groepje Congolese soldaten dat daar in de nabijheid de wacht (?) lag te verzekeren, wilde even daarna óók bewijzen dat ze wel degelijk wakker waren, door nog een beetje wild in het water te schieten naar bootjes die ondertussen al lang uit het zicht verdwenen waren.
Ik werd er niet wakker van.
Maar Alfa Sow, onze Head of Office, die ook in de nabijheid woont, liet er WEL zijn slaap voor.
's Anderendaags verspreidde hij al een communiqué, waarin hij liet doorschemeren dat de 'verijdelde landingsoperatie' naar alle waarschijnlijkheid bedoeld was geweest om HEM te ontvoeren, want HIJ was, naar zijn bescheiden mening, het ENIGE belangrijke hier in de streek.
Laat me niet lachen…
In de nacht van zaterdag op zondag werd nogmaals een dergelijke 'ontvoeringspoging' verijdeld en nu werden in totaal wel VIER bootjes met een twaalftal inzittenden op de vlucht gedreven.
Gelukkig zonder doden of gekwetsten.

Het geheel had echter voor MONUC één heel positief gevolg.
In Kisangani hadden de studenten een paar dagen voordien gedreigd dat, wanneer MONUC niets zou ondernemen tegen "de Rwandese dreiging", dat ZIJ dan wel eens "MONUC onder handen zouden nemen".
Ze konden tevreden zijn.
MONUC had zelfs TWEE Rwandese invasies afgeslagen!
Dat het daarbij ochottekens een paar prauwen waren geweest en dus naar alle waarschijnlijkheid (Congolese) smokkelaars, deed niets ter zake: alle protestacties werden onmiddellijk afgeblazen…

Ondertussen had gouverneur BULAIMU ook de stoot van zijn leven geplaatst.

In de héél vroege uurtjes van vrijdagmorgen 17 December stonden er, ruw geschat, een honderdtal politiemannen, militairen en andere 'gezagsdragers' voor de deur van GERDA (een Belgische, die getrouwd is met Salim en die hier een restaurant/hotel openhoudt) met de beleefde vraag om binnengelaten te worden, want ze waren op zoek naar 'verboden wapens'.
Zonder huiszoekingsbevel, natuurlijk.
Ze slaagden er in zich voorbij de wacht te babbelen en zwermden onmiddellijk uit over het domein. Het huis werd grondig uitgekamd en ook een paar dingen waarvan ze dachten dat Gerda ze toch niet meer zou nodig hebben, verdwenen in de duisternis…
Maar ze vonden geen wapens.
In de loop van de dag bleek dat het geheel in opdracht van de gouverneur was gebeurd en dat ze hetzelfde spelletje ook in een aantal woningen van NGO's hadden gespeeld én eveneens bij één van de vice-gouverneurs op bezoek waren geweest, waarmee BULAIMU dagelijks overhoop lag.
Groot kabaal natuurlijk.
En BULAIMU werd op zaterdag reeds 'tijdelijk van zijn ambt' ontheven en 'voor uitleg' naar Kinshasa geroepen, want er waren tegen hem ook vermoedens van corruptie.
En in Congo is dit zoiets als het systeem "ALTIJD PRIJS".
We zullen hem dus niet meer terugzien.
Bye, bye, Bulaimu.
Maar ik kan niet zeggen dat hij het erg aan zijn hart liet komen, want daar waar hij voordien altijd rondliep met een blètsmoel om de tranen van in de ogen te krijgen en niets anders deed dan janken over vanalles en nog wat (en ik heb hem toch wel een tiental keren persoonlijk gesproken), kreeg ik een paar dagen later te horen dat hij, héél ontspannen en breed lachend, aan de rand van het zwembad van het Grand Hotel in Kinshasa was gesignaleerd.

En toen was het tijd om weer eens een beetje frisse Noordzeelucht op te snuiven…

Toen ik, begin Januari, bij mijn terugkomst uit verlof, in Kinshasa op de UN-bus stapte om van de luchthaven naar het hoofdkwartier te rijden, deed één van de daar rondlummende kerels naar mij het keeltje-snij teken.
Tiens, dat was lang geleden…
Welcome Home!
Ondertussen zijn we hier allemaal specialisten geworden in gebarentaal en het was dus voor mij niet moeilijk om hem, doorheen het venster, stante pede duidelijk te maken dat ik hem duidelijk gezien had, dat ik zijn aangezicht NIET zou vergeten en dat ik hem met plezier zou afknallen.
Hij verbrak onmiddellijk het wereldrekord weglopen.
Elke Congolees heeft wel een mes in huis, maar weinigen hebben een revolver…
En zoiets draagt een héél stuk verder…

Maar waarom dat gebaar?
Ik begreep het allemaal niet goed.

's Anderendaags werd het nog erger.
De vlucht naar Bukavu vertrok om 08.00 Hr en we werden verondersteld om 07.00 Hr in de luchthaven te zijn, maar om 07.30 Hr stond ik nog altijd in het hoofdkwartier rond te draaien, kwam er nog steeds méér volk binnen en kwamen er nog steeds bussen aangereden.
Tenslotte werd er een kolonne gevormd, met aan kop en staart een Marokkaanse APC en daartussen een aantal minibusjes en vijf grote bussen. Onderweg naar de luchthaven kregen we méér aandacht van de omstaanders dan gewoonlijk. Sommigen balden een vuist, sommigen deden het teken dat we moesten vertrekken, een paar maakten weer het keeltje-snij teken, maar er waren er ook die ons toezwaaiden.
Allemaal nogal verwarrend als signalen.
Wat was er toch gebeurd terwijl ik in België zat?
Op het vliegtuig richting Bukavu hoorde ik dat de overgangsregering op maandag 10 Januari had laten meedelen dat de verkiezingen, die gepland waren voor Juni, voor onbepaalde tijd zouden uitgesteld worden. Wegens praktische organisatieproblemen. Onmiddellijk was er in Kinshasa een massabetoging geweest om daartegen te protesteren, met zes doden als gevolg.
En natuurlijk deelde ook MONUC weer in de klappen, alhoewel het 'waarom' daarvan me nog altijd niet heel duidelijk is.

Ook bij mijn terugkeer in Bukavu zag de MONUC-wereld er heel anders uit.

De Kivu-Brigade was ondertussen vervangen door een Noord- en een Zuid-Kivu Brigade, waarbij die in het noorden volledig bemand werd door Indiërs en die in het zuiden door Pakistanis.
Het was wel even wennen aan al die nieuwe gezichten op de brigadestaf.
En ook aan de namen.
Alhoewel.
Met 'Ali' en 'Mohammed' kon ik er méér dan de helft mee aanspreken, maar daarmee had ik nog niet altijd de juiste Ali of Mohammed te pakken.
Maar dat zal waarschijnlijk wel komen.

De nieuwe brigadecommandant, SUJEET ALI KHAN (aanspreektitel "sir" en, naar mijn bescheiden mening, dichte familie van Shere Khan, de tijger uit 'Jungleboek'), wist wél van aanpakken.
In die paar dagen dat hij er amper was had hij al het JOC afgeschaft, waardoor Tom MYATT (de opvolger van Paul JOBBINS) nu wat verloren rondliep op zijn bureau, had hij al beslist de WALUNGU-operatie, opgezet door zijn voorganger en bedoeld om eeuwig en drie dagen te duren, stop te zetten en slaagde hij er in zo ongeveer alle MilObs tegen zich in het harnas te jagen door op een van zijn eerste brigadebriefings te verkondigen dat ze vanaf dan hun opdrachten van de G2 (officier Inlichtingen) of G3 (officier Operaties) van de brigade zouden krijgen.

Toen ik op maandag 17 Januari rond acht uur 's avonds thuis kwam, heerste er een begrafenisstemming. Onze drie Russen zaten rond de tafel en duidelijk ook in zak en as.
En ze hadden, voor één keer, nog NIET gedronken.
Het bleek dat SUJEET al de 'teamleaders' 's anderendaags om 11.00 Hr voor een vergadering had samengeroepen en ze vreesden dat dit enkel was om hen mee te delen dat ze vanaf nu het slaafje van een Pakistaanse bataljonscommandant zouden zijn of, nog érger, als team zouden toegevoegd worden aan een Pakistaanse compagnie en dus naar de pijpen van een Pakistaanse majoor zouden moeten dansen, godganse dagen thee drinken en naar de weldaden van Allah luisteren.
Ze zaten er bij als Joden vlak voor de douche in de gaskamer.
"Zijn JULLIE de afstammelingen van de mannen die de Nazi's verslagen hebben?"
Het beeld was misschien niet gepast, want we zijn hier in de UN en de vergelijking Pakistanis-Nazi's is niet echt politiek correct, maar ik kon op dat ogenblik niets beters bedenken om hun strijdlust wat op te wekken.
"Jamaar, wat KUNNEN we doen? Het is TOCH al allemaal beslist!"
Na een half uurtje discussieren kon ik hen er toch van overtuigen om, in plaats van te wachten tot Sujeet ZIJN plannen zou ontvouwen, over te gaan tot de aanval en HEM te vertellen hoe ZIJ de samenwerking met de brigade zagen.
Tenslotte hadden ze méér ervaring in Congo dan alle Pakistanis samen.
OK.
Ze zouden, vóór de vergadering, samenkomen en een gemeenschappelijk standpunt formuleren.

Daar kwam natuurlijk niets van, want teams bestaande uit MilObs zijn nu eenmaal in de meeste gevallen een samenraapsel van individuen.
Maar SUJEET kreeg blijkbaar ook tegenwind, want tijdens de morgenbriefing vertelde hij dat zijn baas, de Force Commander, zijn plannen met de MilObs nog niet goedgekeurd had en dat dus alles (voorlopig?) bij het oude moest blijven en op de vergadering met de teamleaders was hij de grote afwezige…

Ook in de burgersector van MONUC-Bukavu deed hij heel wat stof opwaaien.
Maar dan wel via zijn acolieten in de brigadestaf.

Op een bepaald moment kwam Svetlana DRACULIC, een doodbraaf Servisch meisje van rond de vijftig die de Supply sectie onder haar moederlijke vleugels heeft, zich beklagen over majoor ZIA, de nieuwe G4 van de brigade.
Díe ZIA is niet te verwarren met de vroegere majoor ZIA, want die is ondertussen in alle stilte afgezwaaid, maar het toont wél aan dat de Pakistaanse voorraad voornamen nogal zéér beperkt is.
ZIA-de-nieuwe kwam echter dagelijks Svetlana's oren afzagen naar 'speciallekens' voor het bureel van ZIJN brigadecommandant: een belleke voor onder het bureelblad om ongemerkt een bediende te kunnen roepen, een houten bureel met groenlederen bovenblad, een marmeren pennenhouder, een theetafel met marmeren blad, een paar tapijten, enzovoort, enzovoort… Dat was allemaal natuurlijk niet in de logistieke UN-keten voorradig en wat er wél was, beantwoorde natuurlijk bijlange niet aan de minimumnormen van een Pakistaanse generaal.
Ze had hem al wel vijfentwintig keer gezegd dat het beschikbare materiaal te nemen of te laten was, maar blijkbaar was haar Servisch-Engels niet compatibel met zijn Pakistaans-Engels, want hij blééf maar terugkomen.
Ze werd er zo stilaan horendol van.

We hebben haar dan maar naar onze nationale Eddy VAN LAETHEM gestuurd voor bijkomend onderricht, want toen er bij hém drie Pakistaanse officieren binnenkwamen om voor de generaal een gepantserde jeep te vragen, slaagde hij er in om, met een uitgestreken gezicht, op een zodanige manier "Fuck Off" te zeggen, dat er nadien zelfs eentje terugkwam om zich te verontschuldigen voor de vraag…

België heeft in hem een goeie diplomaat verloren…


Episode 32

Home