Episode 31

EEN FABELTJESLAND (Het grote Rwandese offensief!)

Op dinsdag 23 November, een beetje na 18.00 Hr stapten een zekere Richard SELIBERA, de speciale gezant van president Kagame voor het gebied van de grote meren, en meneer Emmanuel NDAHIRO, de Rwandese chef van de inlichtingendiensten, respectievelijk de ambassade van de Verenigde Staten en die van Groot-Britannië in Kigali binnen en vertelden daar doodleuk dat Rwanda binnen de 12 uren Noord-Kivu zou binnenvallen.
BOEM!
Een donderslag bij heldere hemel.
De Congolese geruchtenmolen schoot onmiddellijk in hoogste versnelling, want daarvoor hebben ze hier niet veel nodig, en de spanning liep eveneens onmiddellijk hoog op, want dan hebben ze hier weer iets om hun eigen miserie te vergeten.

Op 25 November werden er Rwandese troepenconcentraties gemeld ter hoogte van CHANGUGU, effekens over de grens nabij Bukavu, maar 's anderendaags al kon de G3 van de brigade melden, dat er daar wél troepenbewegingen waren gesignaleerd, maar dat het daarbij NIET ging over nieuwe troepen en dat er ook geen aanduidingen waren dat deze offensieve voorbereidingen aan het treffen waren. Daarbij was er trouwens nog door niemand enige vorm van bewijs geleverd dat er wel degelijk Rwandese troepen in Congo zaten.
Diezelfde dag was er, tijdens de top van de Franstalige landen, een ontmoeting tussen Kagame en Kabila, waarbij Kagame aan Kabila twee opties had gelaten: ofwel Rwandese operaties in Congo tegen het FDLR (Front de Liberation de Rwanda, de gewapende vleugel van de Interahamwe) toelaten, ofwel gezamenlijke operaties tegen het FDLR uitvoeren. Kabila had beide geweigerd.
Dat bracht de spanning en de geruchtenmolen natuurlijk in overdrive.

Nu moet Kagame niet te veel zeveren.
Die FDLR vormt in feite geen enkele bedreiging voor Rwanda, want ze zitten overal, veilig en wel, een héél eindje van de Rwandese grens af en ALS er al eens eentje over de grens infiltreert, is het eerder om familie en vrienden een blitsbezoek te brengen, dan om woeste veldslagen met het Rwandese leger te leveren. Ze vormen echter wel een serieuze last voor de Congolese bevolking, want ze houden de plaatsen waar er Coltan- of diamantmijnen zijn stevig in handen en spelen regelmatig belastingsinner-in-natura van de omliggende dorpen.
Als er dus IEMAND moet klagen, zijn het de Congolezen.

Het was dus een beetje gissen naar de échte beweegredenen van Kagame.

De 'internationale gemeenschap' schoot echter in actie en via allerhande kanalen werd Kagame in diplomatieke termen diets gemaakt dat hij met zijn poten van Congo moest afblijven.

Maar ondertussen werden er wél overal Rwandezen gesignaleerd en meestal 'en masse'.

Op zaterdag 27 November stelde Kol CABRERA, de 'Deputy Brigadecommander' vanuit Kinshasa telefonisch de vraag waarom bij MONUC die invasie van Rwandese troepen niet in de rapporten vermeld werd en bij alle andere organisaties wél. "Doet ge misschien uw werk niet goed?".
Op zondag 28 November kreeg ik een telefoontje van Kol WERKBROUCK met de mededeling dat er in de Belgische kranten stond dat er zich TWEE Rwandese brigades in Goma bevonden. "Wat is er daar van aan, Toon?"
En op maandag 29 November vroeg de brigade COS rethorisch: "Waarom zien WIJ niets?"
Tot in den treure toe moest de G3 uitleggen dat MONUC moeilijk iets kon melden dat ze niet ZAGEN en dat ze moeilijk iets konden zien dat er NIET WAS.

Dat kabbelde zo dagenlang verder, zelfs tot in het onzinnige…

Toen ik op vrijdag 03 December terugkwam van een trip met Michael naar Uvira, vertelde iemand mij dat hij op een lokale radio gehoord had dat 'de Rwandezen' Kamaniola waren binnengevallen.
Tiens.
Ik was in Kamaniola gepasseerd rond tien uur en nog eens rond vier uur en had niets abnormaals gemerkt. Die 'Rwandezen' moeten trouwens beestig goed gecamoufleerd geweest zijn, want zelfs de lokale Congolezen hadden ze niet gezien.

Tijdens het weekend moest ik ook mijn vrouw geruststellen, kreeg ik een ongerust telefoontje van Dirk LEWYLLIE, een goeie vriend en oude bekende in 2 KSOO, die zijn militaire kap over de haag gesmeten heeft en nu voor MONUC in Kinshasa werkt en zelfs het Ops Center in het verre Evere begon zich over mij zorgen te maken.
Toch IETS té veel eer.
Op maandag 06 December kreeg ik een mailtje van Patrick INION, een vriend sinds vele jaren, die schreef dat "er vandaag op de VRT-website niets te vinden was over Congo, maar dat er de vorige dagen melding was gemaakt van veel vluchtelingen".

Vluchtelingen.
Inderdaad.

Er waren berichten binnengekomen over verlaten en platgebrande dorpen en daarom was er in de brigade besloten om dat op zaterdag 04 December eens deftig uit te pluizen. Een heli-recce, waarbij op zoveel mogelijk plaatsen zou geland worden, moest daarbij uitsluitsel geven.
Er werden inderdaad hier en daar vernielde/verbrande strohutten opgemerkt, maar het was moeilijk te zeggen van wanneer dit juist dateerde en wie het gedaan had. De meegenomen Mai-Mai commandant vertelde dat de dorpelingen waren weggevlucht, omdat ze door de Rwandezen waren aangevallen en die hadden dan ook de boel in de fik gestoken. Toen het onderzoeksteam echter een beetje aan de verf begon te krabben en aan de vluchtelingen vroeg (wanneer de Mai-Mai commandant niet aanwezig was) waarom ze waren weggelopen, bleek dat ze dit gedaan hadden omdat de Mai-Mai hen verteld hadden dat ze ZOUDEN aangevallen worden door 'de Rwandezen'.
Niemand van hen had echter ook maar één Rwandese soldaat gezien.
Maar dat verklaart misschien ook wel de verbrande hutten, want de Mai-Mai zijn niet vies van een stukje plunderen.
En als ge daarbij de schuld op een ander kunt steken…

Hetzelfde gebeurde met een patrouille die vanuit GOMA richting RUTSHURU trok, doorheen het VIRUNGA natuurpark, op zoek naar die massa Rwandese soldaten, die zich daar volgens de geruchten zouden verschuilen. In elk dorp wist men te zeggen dat dit inderdaad zo was, maar niet in HUN dorp, WEL nabij een dorp een paar boogscheuten verder gelegen.
En zo trok de patrouille gedurende een paar dagen, zonder veel resultaten, rond.

En in feite MOET Kagame met zijn reguliere troepen Congo niet binnenvallen, want er zijn in Noord-Kivu genoeg gewapende Congolese bendes, die hun bevelen rechtstreeks vanuit Kigali ontvangen…

En dus geloof ik niet echt in die fabeltjes van een massale invasie.
Zelfs niet in een mini-massale.

Maar ondertussen kijk ik wél elke dag onder mijn bed of er zich daar geen Rwandezen verscholen hebben.

Want wat vandaag niet is, kan morgen komen.

Hopelijk wachten ze tot ik terug ben uit mijn Kerst- en Nieuwjaarsverlof.

Dan kan ik weer meespelen.


Episode 32

Home