Episode 28

MET ALLE CHINEZEN…

De Chinezen zijn de énigen in MONUC die een stukje Congo naar hen genoemd gekregen hebben.
"The Chinese Peninsula".
Zelfs de Congolezen noemen het zo.
Het is trouwens een prachtig kamp dat onze Chinese 'engineers' daar opgebouwd hebben: ruim, kraaknet, fris ogend met overal vlaggen, de voertuigen netjes op één lijn en alles tot in de puntjes georganiseerd. Het méést opvallende echter zijn de tientallen piekfijn verzorgde tuintjes, met allemaal verschillende groenten, die ze er aangelegd hebben. Ze slagen er dan ook in om aan diegenen die het geluk hebben om uitgenodigd te worden, een ECHTE chinese maaltijd aan te bieden met alles erop en eraan.
En ik moet zeggen: als ge kunt, ZEKER doen!

Alhoewel er in de brigade wel een "Brigade Engineer" is, worden ze toch rechtstreeks bevolen door de "Force Engineer" die in het verre Kinshasa zit en die meestal langs geen kanten weet wat er op het terrein allemaal gaande is…

Half September was een volledig nieuwe ploeg Chinezen aangekomen en met het woest enthousiasme, nieuwelingen eigen, waren ze dan ook aan hun eerste opdracht begonnen: het verbeteren van de baan tussen Bukavu en Kavumu. Met minderwaardig grind dat ze uit een lokale verlaten groeve haalden (het mocht weer geen geld kosten voor MONUC) slaagden ze er toch in om de weg op een zodanig peil te brengen, dat een trip van Bukavu naar de luchthaven nog maar één uur bedroeg in plaats van het vroegere anderhalf uur en dat men bovendien, bij aankomst, min of meer menswaardig uit een jeep kon stappen en geen half uur meer nadaverde.

Het werd echter stilaan tijd om een aantal toekomstige compagnielocaties aan te pakken en 'bewoonbaar' te maken, want de aankomst van de Pakistaanse brigade kwam angstwekkend snel nader. Het plaatje van de ontplooiïng van de Pakistanen was nog wel vér van volledig en daarbij zouden de Pakistanen zélf nog wel een paar brokjes in de pap te brokken hebben, maar Isberg keurde toch al een paar van de plaatsen goed die we voorgesteld hadden. Eén compagnie in KALEHE, ten noorden van Bukavu, één compagnie in KAVUMU op een stuk braakliggend terrein tussen het dorp en de luchthaven en één compagnie in KAMANIOLA. Daarbij kreeg het terrein in Kamaniola prioriteit één-één-één, voornamelijk om daar zo snel mogelijk het Uruguaiaanse peloton te installeren dat nog ALTIJD, als gebetonneerd, in de teamsite zat en waar het zo stilaan uren in de wind begon te stinken.

Op dinsdag 26 Oktober beleefde Kamaniola DE internationale dag uit zijn bestaan, want zowel een groep Chinezen en Uruguainen als vertegenwoordigers uit Ghana, Benin, Argentinië, Bangladesh en zelfs het verre België, kwamen er samen om het voorgestelde terrein te keuren.
De toekomstige compagniepositie was een dikke 200 op 200 meter groot, net buiten het dorp langs de hoofdweg richting Rwanda gelegen én met een prachtig open zicht op de bergweg die Kamaniola met Bukavu verbindt.
Ik vond het de best mogelijke taktische keuze.
De Uruguaïanen waren echter ABSOLUUT niet gelukkig, want "er kon op hen geschoten worden vanaf de bergweg". ZIJ verkozen een voetbalterrein dat diep verscholen lag achter de huizen en van waaruit geen fluit te zien was.
Ik zei dat de lokatie al gehuurd was (klein leugentje om bestwil) en dat het dus te laat was om nog te veranderen. "En bovendien: als ZIJ op U kunnen schieten, kunt GIJ ook op HEN schieten!".
Het stelde ze niet gerust…

De Chinezen wilden, na enig aandringen, al op donderdag 28 Oktober met de nivelleringswerken beginnen, MAAR… dan moesten ze voordien het GESCHREVEN order van de 'Force Engineer' of van de brigade krijgen én ze waren niet zeker of ze met hun 'roller' over de bergweg konden passeren. Dát moesten ze eerst nog eens met hun commandant overleggen. Ik was al voorbereid op hun vraag en de G3-Plans van de brigade had me die morgen op het hoofd van zijn moeder beloofd dat het operatiebevel, getekend en wel, diezelfde dag nog zou klaarliggen.

Toen ik mij, bij terugkomst, aanmelde bij de G3-Plans om te controleren of het operatieorder wel degelijk, zoals beloofd, geschreven was, wrong die zich in alle mogelijke bochten. Hij had het order wél al opgesteld, maar er was die morgen een vergadering geweest en de Isberg weigerde de nota te tekenen en had hem doorverwezen naar de Stafchef, maar die wilde OOK niet tekenen.
Wat is dát nu voor zever? Eerst jagen ze mij op als een gek om Kamaniola klaar te krijgen en dan weigeren ze de nota te tekenen om de Chinezen aan het werk te zetten.

"Misschien kunt ge beter zelf eens met de Stafchef gaan bespreken?"
Hij scheet duidelijk in zijn broek voor de stafchef.
De Stafchef zei dat HIJ de nota niet wilde tekenen, omdat Isberg niet wilde tekenen.
Die scheet duidelijk in zijn broek voor de brigadecommandant.
Het werd met de minuut zotter.
Dan maar bij Isberg zelf binnengestapt.
"Kamaniola is GEEN prioriteit meer", verklaarde die koudweg.
Kamaniola zou maar TEN VROEGSTE begin Maart of zelfs April 2005 gebruikt worden en dus moest eerst alle aandacht gaan naar Kavumu en Kalehe. Ik haalde heel mijn arsenaal argumenten boven om hem van het tegendeel te overtuigen: we hadden nog GEEN toestemming van de gouverneur om Kavumu en Kalehe te gebruiken en we hadden die toestemming nodig omdat die terreinen 'government owned' waren en, in geval van problemen met die toelating, vormde Kamaniola een goede noodoplossing, we hadden nog geen akkoord met 10 RM om de Congolese militairen die op het Kavumu-terrein gelegerd waren te doen vertrekken, de terreinen in Kavumu en Kalehe moesten nog door een burgerfirma gecontroleerd worden op de eventuele aanwezigheid van mijnen, daar waar dit in Kamaniola niet nodig was omdat daar maniok aangeplant was en er dus moeilijk nog mijnen konden liggen, de installatieplannen en bestellingen van materiaal voor Kamaniola waren reeds het verst gevorderd, daar waar dit voor de andere terreinen nog allemaal moest beginnen, de ontwikkeling van Kamaniola stond de ontwikkeling van de andere compagnieposities niet in de weg, want het waren allemaal van elkaar onafhankelijke projecten, enz., enz…
Na mijn betoog durfte hij niet meer weigeren (hij vreesde blijkbaar voor zijn leven) en ondertekende de nota. MAAR, we moesten zo snel mogelijk aan de andere terreinen beginnen.
Beloofd.
Ondertussen kon John BALELE (de MONUC-ingenieur belast met de Kamaniola-site) toch verder werken en konden de Chinezen nog wat verder aan de Bukavu-Kavumu weg timmeren.

Op Zaterdag 30 Oktober hield ik krijgsberaad met de Chinese compagniecommandant om enerzijds de verschillende prioriteiten vast te leggen en anderzijds te pogen een tijdskalender daarop te plakken. We stelden een plan A en een plan B op, in functie van de bereikbaarheid van Kamaniola met zwaar materieel, en we hielden in ons achterhoofd ook een plan C klaar, want we beginnen zo allemaal onze pappenheimers uit de brigade te kennen. De Compagniecommandant zou met mij persoonlijk op Dinsdag naar Kamaniola rijden om zich te vergewissen van de berijdbaarheid van de bergweg en op Donderdag zouden we de rest van de vastgelegde posities verkennen.

Een compagniecommandant komt nooit alleen, zelfs geen Chinese, en dus dokkerde op Dinsdag 02 November een kolonne bestaande uit vier jeeps met elf Chinezen en één Belg richting Kamaniola.
In de korte tijdspanne tussen mijn twee bezoeken had John BALELE al prachtig werk verricht: het terrein was al volledig afgebakend en er was al prikkeldraad rond aangebracht, de lokatie van de verschillende installaties was al aangeduid en de verschillende wegen in het kamp waren al vrijgemaakt van begroeiing. De Chinese commandant vroeg zich af of ze er nog wel nodig waren. Jawel, zei John, ik heb uw 'roller' nodig voor het aandammen van de helilandingsplaatsen, een graafmachine voor het uitgraven van de septische putten én twee kipwagens voor de aanvoer van grind, want nu deed hij het met één camion en die kon zelfs niet kippen. De commandant zag de 'roller' niet zitten, want die moest vervoerd worden op een aanhangwagen die laag bij de grond hing en té lang was om een aantal bochten in de bergweg te nemen. De graafmachine zou wel gaan, maar hij weigerde kipwagens ter beschikking te stellen, want hij had die nodig om de Bukavu-Kavumu weg verder te kunnen onderhouden. Bovendien zou Kamaniola maar als laatste aan de beurt komen, want de brigade had dit zo beslist.
Punt andere lijn.
Major ERIC, de Chinese tolk, zei op een bepaald ogenblik dat de commandant aansluitend naar Bujumbura wilde gaan. En ik moest mee. Waarom?
ERIC mompelde iets van "een collega die de Colonel persé wil zien…", maar waarom hij MIJ daarbij nodig had bleef onduidelijk. Ik had echter niet te protokollen en moest mee naar het 120 Km verder gelegen Bujumbura.
Bij de Congolees-Burundese grens begreep ik waarom ze mij nodig hadden: de immigratiepapieren die moesten ingevuld worden waren in het Frans en de douanier sprak geen Engels en dus moest ik een voorbeeldformulier voor hen invullen.
Bij aankomst in Bujumbura begreep ik ook waarom we 120 Km extra gereden hadden.
Om CHINEES te gaan eten!
In restaurant 'Changai'.
Zou een mens niet doodvallen?

Het extra-uitstapje betekende echter wel dat we in de volstrekte duisternis de terugtocht via de bergweg aanvingen en ik was dan ook totaal 'op-en-tenden' toen ik rond 21.00 Hr terug in de Welfare aankwam.
Ik was echter weer klaarwakker toen Kristian mij daar zei dat hij gehoord had dat de brigade nu TWEE compagnies in Kamaniola wilde installeren en wel zo rap mogelijk.
Wat is dat nu voor een zottekensspel: eerst één, dan geen en nu twéé en wel onmiddellijk en subiet!

's Anderendaags kon ik dan ook met moeite mijn ergernis onderdrukken toen Isberg tijdens de brigadebriefing vertelde dat hij de intentie had om tijdelijk twee Zuid-Afrikaanse compagnies in Kamaniola te vestigen.
Het werd trouwens een hele rotdag, want toen ik het order van de 'Force Engineer' te lezen kreeg bleek dat langs geen kanten te kloppen met datgene wat met de Chinezen was afgesproken en tijdens een namiddagvergadering, waarin de ontplooiing van de Pakistanezen zou besproken worden, vroeg Isberg me of het mogelijk was om twee compagnies, één Recce-peloton en één bataljonshoofdkwartier in Kamaniola te vestigen.
Alstublieft!
Eerst vraagt hij ons een plaats te zoeken voor één compagnie, dan wil hij die plaats zelfs niet meer, dan wil hij er twéé induwen en nu al bijna een gans bataljon!
Tijdens die vergadering werd ook duidelijk hoe hij het ganse verhuismaneuvre zag om plaats te maken voor de Pakistanen.
De Uruguaiaanse E-Coy, die nu in Uvira zat, zou verhuizen naar Kinshasa. Eerste stap.
Daarna zou Kamp ADIKIVU, waar nu twee Uruguaiaanse compagnies zaten, worden leeggemaakt en één compagnie zou daarbij de plaats innemen van de E-Coy in Uvira en de andere compagnie zou verhuizen naar 'Salim's Place', een stukje industriezone vlak aan de overzijde van Kamp PANZI, dat de MONUC-administratie wil huren als compagniepositie omdat er geen werk aan is, maar dat ABSOLUUT taktisch niet verantwoord is. Tweede stap.
En dan wilde hij ook twee Zuid-Afrikaanse compagnies in Kamaniola installeren om daar ondertussen de operatie 'RUZIZI-plain' te starten. Derde stap.
Met in totaal VIJF bewegingen van compagnies!
In een tijdspanne van minder dan drie weken, want het eerst Pakistaans bataljon zou al aankomen op 23 November, alhoewel die datum ondertussen OOK al vijfentwintig keer veranderd is.

Circus BOUGLIONE heeft er niets aan.

Niet mogelijk, zei ik.
Moet kunnen, zei Isberg.

Ik stelde nog voor om de E-Coy te laten waar ze was en de twee compagnies van ADIKIVU over te brengen naar Kamaniola. Dat zou het geheel toch herleiden tot TWEE bewegingen (of DRIE indien hij, willens-nillens, toch nog ergens een Zuid-Afrikaanse compagnie wilde bijpompen) voor hetzelfde troepenresultaat, maar er was geen lievemoederen aan.
Het zou zo zijn zoals hij zei…

's Avonds belde ik de Chinezen op en legde hen het geheel van het maneuver zo goed mogelijk uit, mét de verschillende consequenties voor hun werkschema.

Het was precies of ik chinees sprak…


Episode 29

Home

Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!