Episode 22

LEUKE DINGEN VOOR DE MENSEN…

Congolezen zijn rasechte racisten.
En nog geen klein beetje.
Dat had ik al ontdekt toen ik mijn eerste rondjes door Bukavu reed met een vrouwelijke Congolese tolk. We kwamen in de Buniamulenge wijk aan en "kijk", zei ze, met een nogal duidelijke afschuw wijzend naar een vrouw die gewoon buiten stond, "ze zien er helemaal anders uit dan wij" en ze maakte een gebaar naar ons beiden. Alsof ik ook zwart, vrouwelijk en van Congolese origine ben.
MUTEBUTSI en NKUNDA, beiden OOK Buniamulenge, hebben de zaak natuurlijk geen goed gedaan en er werd dan ook geen Congolese traan gelaten toen ze bij de 'bevrijding' van Bukavu en Kamaniola massaal richting Rwanda en Burundi vluchtten.
Toen de gouverneur en generaal MABE in Uvira gingen vertellen dat de vluchtelingen moesten kunnen terugkeren steeg er een luid awoe-geroep op en enkel nadat MABE de namen van een tiental Congolezen had voorgelezen die ook meegedaan hadden met Nkunda en openlijk vroeg of alle Congolezen dan ook maar als vijand moesten beschouwd worden, werd het een beetje stil.
De notabelen van Uvira gingen zelfs nog een stapje verder en vroegen botweg de toelating om de verlaten huizen van de Buniamulenge te mogen inpikken want "on a soufert déjà tellement".
Nogal simpel als reden, natuurlijk.

Op 12 Augustus kwam RUBERWA, één van de vier vice-presidenten en ook een Buniamulenge, een toertje doen langs Goma en Bukavu en verklaarde luidkeels dat Congo veilig genoeg was voor de vluchtelingen om terug te keren en in één adem zei hij ook dat al die gewapende groepen van vreemde origine, zoals het FDLR (Front de Liberation de Rwanda), de Interahamwe en het FNL (Front National de Liberation de Burundi) in de toekomst harder zouden aangepakt worden.
Dat was er natuurlijk om vragen…

Op 14 Augustus bereikte ons het bericht dat er gedurende de nacht een massaslachting had plaatsgevonden in het vluchtelingenkamp GATUMBA, dat zich op een paar kilometer van Uvira bevindt, net over de grens in Burundi. 151 doden en nog eens 121 gewonden. Allemaal Buniamulenge. Terwijl de gevluchte Congolezen en teruggekeerde Burundezen (die daar ook tijdelijk in transit verbleven) geen haar werd gekrengd. Natuurlijk waren de bewakers van het kamp bij de eerste schoten gevlucht (als ze het al niet vroeger gedaan hadden) en een gelijktijdige aanval op een nabijgelegen politiekamp had belet dat deze konden tussenkomen. Alhoewel. Er werd daar nadien geen enkele dode of gekwetste gemeld en dus kan die aanval niet zo geweldig geweest zijn.
Maar ja, alhoewel de Buniamulenge van origine Tutsi's zijn (en de meeste Burundezen ook), zijn ze ook in Burundi niet zo erg geliefd, want daar worden ze beschouwd als Congolezen en is het dus een groep die in feite tussen wal en schip valt.
Congo hield echter wél de adem in, niet zozeer uit afschuw over datgene wat gebeurd was, maar uit schrik over een mogelijke Rwandese reactie. We hoorden dan ook véél zuchten van opluchting toen het FNL, een Burundese Hutu-rebellenbeweging, de verantwoordelijkheid voor de slachting opeiste en toen beschuldigingen van enige Congolese betrokkenheid nooit hard konden gemaakt worden.
De uitspraken van RUBERWA én het feit dat ze zich in Burundi óók niet meer veilig voelden, sterkte hen echter wel in de overtuiging dat ze maar beter naar Congo konden terugkeren en meer specifiek naar de streek van MINEMWE, waar de meerderheid van de bevolking uit Buniamulenge bestaat en dus beschouwen ze dat gebied als hun "safe heaven". De 2500 à 3000 overgebleven Buniamulenge in GATUMBA weigerden dan ook naar een ander vluchtelingenkamp dieper in Burundi te verhuizen en op 24 September stonden er plots, onaangekondigd, 365 van hen in het niemandsland tussen de Burundese en de (gesloten) Congolese grens in UVIRA.
De Congolezen in Uvira vonden dat dit er 365 tevéél waren en dus werd er, met een bewonderenswaardige snelheid, een massabetoging georganiseerd die tot laat in de nacht duurde.
'Ergens' werd op zaterdag 25 September tussen MONUC en de gouverneur van Zuid-Kivu overeengekomen om de groep op zondag in Congo binnen te laten en, onder begeleiding van MONUC en het Congolese leger, voorlopig in een (nog in te richten) kamp aan de rand van Uvira onder te brengen.
Het transport van de grens naar het 'vluchtelingenkamp' verliep natuurlijk niet zonder slag of stoot en onderweg waren er barricades opgericht en werden de transportvoertuigen met stenen bekogeld. Op een bepaald ogenblik werd het zelfs zo erg dat er in de lucht moest geschoten worden, zowel door de Uruguaianen als door de FARDC-troepen, om een doorgang te forceren tot aan het kamp. De volgende dagen ging het stenen-werpen nog een beetje door, maar nu alleen nog naar de MONUC-jeeps.
MONUC had het natuurlijk weer gedaan…

Op zaterdag 02 Oktober bracht ik een bezoek aan dit 'vluchtelingenkamp', dat geïnstalleerd was in de ruïnes van een vroegere fabriek, met slechts één hangar waar nog zoiets als een dak op lag. De buitenbeveiliging werd verzekerd door het FARDC (Forces Armées de la Republique Démocratique Congolaise) en op de binnenperimeter lagen de Uruguaianen te 'waken'. En die hadden weer vanalles nodig: méér prikkeldraad, méér tenten, mobiele toiletten, luifels, enzovoort…
De vluchtelingen zelf moesten het met véél minder stellen…

Op maandag 04 Oktober vertrok het grootste gedeelte te voet voor een tripje van een 180 Km richting MINEMWE, onder begeleiding van FARDC-soldaten. Er werden onderweg geen incidenten gemeld en op dinsdag 05 Oktober werden de laatste 32 (zieken en oudere vrouwen) per MONUC-helicopter naar dezelfde plaats overgevlogen.
Probleem opgelost.
Zo dacht ik toch…

Op woensdagmorgen 06 Oktober verkende ik de omgeving van Bukavu in een poging om een geschikte locatie te vinden voor een compagnie. Half November zou Zuid-Kivu namelijk versterkt worden met een volledig Pakistaans bataljon en alhoewel we al plaatsen gevonden hadden waar we ze konden installeren, had de gouverneur een paar keer NJET gezegd en moesten er dus dringend nieuwe mogelijkheden gevonden worden.
Toen ik rond 10.00 Hr terugkeerde, kruiste ik langs de hoofdbaan in Bukavu een Uruguaiaanse patrouille bestaande uit vier APC's. Ik zat nog maar juist terug achter de computer in ons bureel, toen over de radio het bericht kwam dat er in het centrum van Bukavu een demonstratie bezig was "unfriendly towards MONUC" en iedereen werd gevraagd om niet in stad rond te rijden. Rond elf uur hoorde ik iemand van URUBAT de brigade oproepen met de vraag om de toelating te krijgen "om het vuur te mogen openen". Er kwam geen antwoord. Rond 11.30 Hr werd die vraag nogmaals de ether ingestuurd, maar nog altijd niets.
Rond twaalf uur ging ik naar huis. Sedert half-September zit ik namelijk niet meer in de Welfare Club (een paar commissieleden waren teveel beginnen leuteren dat een kamer 'normaal' maar voor MAXIMUM één maand mocht gehuurd worden en dat ik er al VIER maanden inzat), maar woon nu in een huis op ongeveer 200 meter van het hoofdkwartier. Daar leven en lijden we met vijf man samen: Paul JOBBINS, onze allombekende Russiche ROMAN, JERGEY, een Russische kapitein en ARKADY, nog een Russische majoor. Ik hoef u waarschijnlijk niet te vertellen dat er nogal wat afgerussist wordt als ze samenzitten.
Juist op het ogenblik dat Roman en Sergey rond 12.30 Hr binnenkwamen voor het middagmaal hoorden we in de verte schieten. In totaal naar schatting een dertigtal schoten. Ik vroeg Roman of hij, als inlichtingenofficier in het JOC, soms méér wist over de gebeurtenissen. Hij vertelde dat rond 10.15 Hr één van de Uruguaiaanse APC's in de patrouille in panne was gevallen. Dat had natuurlijk een paar nieuwsgierigen aangetrokken en plots had 'iemand' van de omstaanders geroepen had dat er 'een Rwandees' in het voertuig zat. Bullshit natuurlijk. De énige zwarte aan boord was de tolk en dat was een rasechte Congolees uit KINDU, maar ze ZIJN hier nu eenmaal zo paranoïa. Toen begon echter de miserie. In plaats van rond hun voertuigen te ontplooien, bleven de Uruguaianen natuurlijk als bange konijnen in hun APC zitten, werd de massa rond de voertuigen steeds groter, begon het stenen te regenen en werd gepoogd het aankomende depannagevoertuig in brand te steken. Er waren op dat ogenblik wel NOG twee Uruguaiaanse patrouilles in de omgeving van Bukavu, maar in plaats van deze als versterking naar het belegerde peloton te sturen, werden ze door URUBAT naar 'the Chinese Peninsula' gedirigeerd om daar te schuilen voor het volksgeweld (die mannen BLIJVEN me verbazen!).
Roman was nog niet goed en wel uitgesproken, toen hij door de brigade opgeroepen werd om een FAC (Forward Air Controller) uit te zenden, want ze zouden een gevechtshelicopter MI-25 zenden tot boven Bukavu.
Joepie, ACTIE!
Die gevormde FAC-er was niet zo moeilijk te vinden, want Sergey is er eentje en Roman vroeg me of ik mee wilde gaan.
Zoiets moeten ze me geen twee keer vragen…
In het hoofdkwartier vroegen we aan Kristian of we de gepantserde jeep mochten gebruiken. Hij stemde toe,"maar voorzichtig zijn", voegde hij er aan toe, "want hij is nog maar nieuw".
Als chauffeur, vulde ik de overnamepapieren in. "395" stond er op de teller. Waw, dát was INDERDAAD nieuw! Hij stonk nog naar 't fabriek.

Onderweg hield ik de voetgangers goed in de gaten. Niets abnormaals te zien. Er werd gewandeld, gebabbeld, gelachten, gekocht en verkocht. We werden niet speciaal aangestaard en er was geen spoor van agressiviteit te bekennen. Boven op een heuveltop, aan winkel "Mon Jardin" (maar daar zijn wél geen groenten te krijgen), stopte ik, want van daaruit konden we, een driehonderd meter verder op de weg, de APC zien staan met daarrond naar schatting een honderdtal mensen. Tussen ons en de APC stond er tamelijk veel volk langs straat die nu wél naar ons keken en er lagen wel wat stenen op het wegdek, maar verder was er niets speciaals te zien. "Wat doen we", vroeg ik, "verder rijden of hier blijven staan?". "Verder rijden!"zei Roman en haalde ondertussen een Kalashnikov uit een meegenomen tas. Waar had hij dát ding vandaan gehaald?
Ik reed langzaam verder de heuvel af.
Maar nog geen vijftig meter.
BENG.
SHIT, een steen in onze linkerzijkant.
Dat was blijkbaar de startworp, want, beng, beng, beng, vanuit alle richtingen nu. En het werd duidelijk met de glimlach gedaan. Roman wilde uitstappen mét Kalashnikov, maar ik kon hem tegenhouden, want ik was er ZEKER van dat er dan ongelukken zouden gebeuren. Een Congolese majoor kwam op ons afgelopen en gebaarde ons terug te keren. Dat wás ik trouwens al van plan. Eerst reed ik achteruit, ondertussend wijzend naar een kerel die klaar stond om een steen te werpen en maakte het welbekende keeltje-snij gebaar. Hij liet zijn steen vallen en liep weg. Ik draaide de jeep in de richting van de heuveltop en de menigte achter mij stoof uiteen, maar we moesten wel weer wat stenen incasseren. Terug op de heuveltop draaide ik de neus van de jeep weer in de richting van de vallei en we stapten uit. Iedereen in een straal van een dikke twintig meter liep weer weg, Roman moest zelfs zijn Kalashnikov niet uithalen. De Congolese majoor kwam bij ons en samen met een paar soldaten ging hij in de achtervolging van de stenensmijters.
Ondertussen kwamen er ook een paar (spiksplinternieuwe) FARDC pick-ups aangereden met daarop Anti-Luchtkanonnen (kunnen natuurlijk ook voor andere dingen gebruikt worden) en een tiental soldaten. Tussen hen in reden we eerst terug in de richting van het ALFAJIRI-college (onderweg kregen we nog wat stenen te slikken), draaiden daar en reden, nogmaals langs dezelfde weg terug, naar het hoofdkwartier van 10 RM (dat in feite nog geen tweehonderd meter verwijderd ligt van de plaats waar de APC nog altijd in panne stond), want van daaruit zouden we een goed zicht hebben op de gebeurtenissen. Onderweg mochten de Congolese pick-ups zich verheugen in het luide gejuich van het volk langs de straat en wij op wat stenen.
Het was duidelijk een sport geworden.
Bij het hoofdkwartier van 10 MR aangekomen, hoorden we de MI-25 aanbrommen en Sergey nam radiocontact op. In feite was die heli, onder de gegeven omstandigheden, totaal nutteloos, want elke interventie zou een onaanvaardbaar hoog aantal burgerslachtoffers tot gevolg gehad hebben en bovendien werkte zijn rondcirkelen als een rode lap op een stier. We zonden hem dan ook zo snel mogelijk weer basis-waarts.
Ik deed ondertussen jeep-inspectie. Het was niet mooi om zien: twee ruiten met dikke sterren en een carrosserie die tientallen impacten vertoonde, zelfs op het dak.
Kristian zou er niet mee kunnen lachen, dat wist ik toen al…

Rond 14.30 Hr vormden we een kolonne van afwisselend Congolese pick-ups en MONUC-jeeps (want er hadden nog anderen daar beschutting gezocht) en samen reden we, zonder verdere problemen, terug naar het MONUC-hoofdkwartier.
Kunnen we nog dieper zinken?
We kafferen ze dagelijks uit dat ze een ongeorganiseerde bende amateurkens zijn, maar als het er op aankomt moeten we bij hen om hulp bléten!
Ik was wéér eens niet zo heel fier deel uit te maken van MONUC.
En ook niet over de jeep die ik terugbracht.
Want Kristian kon er inderdaad niet mee lachen.
De tranen stonden zelfs in zijn ogen toen hij, in een ijzig stilzwijgen, hoofdschuddend rond de jeep wandelde. Hij werd zelfs nog stiller toen er steeds meer berichten binnenkwamen over jeeps met deuken en gebroken ruiten. Tegen de avond liep de teller op tot tien en we wisten toen al zeker dat er daar in de loop van de volgende dagen nog een paar bij zouden komen.

's Avonds kregen we Kol ENGELBRECHT op bezoek. "Ik mag dan al blank zijn", zo zei hij,"maar als zoveelste generatie in Zuid-Afrika ben ik van binnen zo zwart als de donkerste neger en ik weet één ding: in Afrika telt maar één ding: 'the strong man image'. Wanneer men zich niet sterk toont, krijgt men geen respekt en wordt men behandeld als een schurftige hond die men zoveel mag schoppen als men wil, want iedereen weet tóch dat hij niet zal bijten. Tijdens de Bukavu-crisis hebben we aan iedereen getoond dat we niet bekwaam zijn om Congo te verdedigen tegen rebellerende groepen en vandaag hebben we bewezen dat we zelfs onszelf niet kunnen verdedigen. We krijgen dan ook de Afrikaanse behandeling die we verdienen".
Baas Ali drukte het 's anderendaags nog beeldrijker uit: "MONUC is een olifant met een zéér dik vel, grote tanden, maar enkel om te TONEN en té log om te kunnen maneuvreren…".

Op donderdag hoorde ik dat er zich aan de grens nabij UVIRA tussen de 800 en 1200 vluchtelingen verzameld hadden met de bedoeling Congo binnen te trekken…

Het beloven dus nog leuke dagen te worden.
Zowel voor MONUC als voor de stenenwerpers…


Episode 23

Home

Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!