Episode 21

DE POLITIE? NIETS IS HEN TEVEEL!

Congolezen kúnnen niet schieten.
Ze mikken niet.
Is misschien zelfs een paar keer mijn geluk geweest.
Maar het was NIET de bedoeling dat MONUC OOK niet kan schieten.
Daarom was de brigade al sedert lange tijd op zoek naar een schietstand om daar te kunnen trainen.
Nu is gans Congo soms wel een schietstand, maar eentje die een beetje volgens de regels van de kunst gebouwd is, is er niet te vinden.

Op zaterdag 04 September vroeg Kristian me of ik eventueel geïnteresseerd was om 's anderendaags een rondleiding in Bukavu te geven aan een zekere meneer EMMANUEL. Dat was iemand van 'CivPol' (Civilian Police) die hier op verkenning zou komen om een geschikte plaats te vinden voor het geven van opleiding aan zo'n 4000 locale politieagenten, in voorbereiding van de verkiezingen in 2005.
Het zou dan wel zondag zijn en dan worden stafofficieren verondersteld om NIET te werken (als ze het op de andere dagen al verondersteld worden te doen), maar tenslotte kan men 'een beetje rondrijden in 't stad' niet echt als "werk" omschrijven.
En dus was ik samen met Emmanuel op zondag 05 September de niet-bestaande bezienswaardigheden van Bukavu aan het bewonderen.
Op een bepaald ogenblik zei hij mij dat er, volgens zijn informatiebronnen, in Bukavu zoiets als een politiecentrum gevestigd zou zijn met de naam "Centre d'Entrainement JULES MOUCQUET". Dat scheen trouwens een rasechte Belg geweest te zijn en ze zouden daar ook een schietstand hebben…
Ha ja? Bingo!!!
En waar ligt dat ding?
Geen idee.
Een kaart van Bukavu erbij gehaald en daarop vonden we inderdaad een groep gebouwen onder de naam "Centre Police".
Toen we er aankwamen zagen we enkel een reeks vervallen barakken, waarvan kon aangenomen worden dat er 'ooit' wel eens enige charme van kon uitgegaan hebben.
En we troffen er, tussen de bende kinderen en starende vrouwen, ook een politieman aan.
Ja, dit was het allombekende "Centre Jules Moucquet".
(Jules zou het NU eens moeten zien, hij zou zich omkeren in zijn graf!)
Neen, de schietstand was niet hier, maar lag een vijftien kilometer verder in KABARE.
Neen, we konden die niet zómaar bezoeken, daarvoor hadden we de toestemming nodig van "Monsieur l'Inspecteur Provinciale de la Police Nationale Congolaise Sud-Kivu à Bukavu".
En dat was een generaal.
Alstublieft.
En, neen, die zat op zondag NIET op zijn bureel.
Emmanuel moest echter op maandag weer vertrekken naar Kinshasa, maar ik beloofde hem de zaak te zullen onderzoeken en hem op de hoogte te houden.

Op maandag vond ik een gaatje vrij en reed naar het "Commandement Police-Inspection Provinciale".
Eerst werd ik binnengeleid bij een zekere Col LIMENGO, een dikke meneer, die, nadat ik mijn ganse verhaal had gedaan, de politie-logistieker bleek te zijn. Ik zat dus verkeerd.
Ik werd omgeleid tot bij een nog véél dikkere meneer, die de chef-operaties was.
Ja, we konden de schietstand bezoeken, maar dat moest wél drie dagen op voorhand aangevraagd worden.
OK, we zijn nu maandag, plus drie dagen, dat maakt donderdag, gaat het dan?
Neen, natuurlijk niet.
SCHRIFTELIJK aanvragen natuurlijk, gericht aan "Monsieur l'Inspecteur…enzovoort".
Terug naar 'den bureau' gereden, papiertje mét indrukwekkende MONUC hoofding uit de duim gezogen, laten tekenen door Kol JOBBINS, weer terug naar het 'Commandement', afgegeven aan de chef-dikke-operaties (die duidelijk NIET gelukkig was dat hij daarvoor uit zijn stoel moest opstaan), een kwartiertje gewacht en JA, Monsieur l'Inspecteur Provinciale Etcetera, gaf ons, in zijn oneindige goedheid, de zegen om op donderdag de schietstand te bezoeken.

Tijdens de brigadebriefing deed ik mijn verhaal en de Zuid-Afrikaanse G2, Lt Kol LAING (hoofd van de Inlichtingen) was woest enthousiast om mee te gaan, samen met een van zijn adjuncten.

Op donderdag 09 Sep stapten we met zijn drieën om 10.00 Hr het politiegebouw binnen.
Daar wist niemand van iets, natuurlijk.
Moet een mens dáárvoor die ganse tralala opvoeren!

Terwijl we stonden te wachten op de aankomst van de operatie-kolonel (het was tenslotte nog maar tien uur) werd ik aangeklampt door een oude Adjudant, die me zijn ganse verhaal uit de doeken deed. Hij was ooit nog opgeleid door 'les Belges'en was daar daverend fier over, hij had kolonel 'den-dezen' en majoor 'den-dienen' nog goed gekend (voor mij allemaal nobele onbekenden) en kon zelfs de Brabançonne nog neuriën.
Wat hij dan ook ter plaatse deed.
Hij bleef maar rond mijn kont draaien en toen we terug buiten het bureel van de Chef-Operaties kwamen (die ondertussen een Luitenant had opgetrommeld om ons te vergezellen) bleek hij opeens niets meer om handen te hebben en moffelde zich zeer voorzichtig mee op de achterbank van mijn jeep. We gingen nog iemand oppikken in het "Centre Jules Moucquet", die blijkbaar als enige de weg kende en togen met een jeep volgeladen met politie op expeditie.
Ik voelde me NIET echt veilig.

We waren nog maar juist vertrokken toen de Luitenant begon te zagen dat dit "een speciale opdracht" was, die normaal "speciaal" moest vergoed worden.
Ik reageerde niet.
"Die buitenlandse organisaties maken wel gebruik van alle mogelijke Congolese 'faciliteiten', maar als het er op aankomt om er voor te betalen, geven ze niet thuis".
Ik voelde me NOG niet aangesproken.
"De politie mag wel het verkeer regelen aan de ingang van MONUC, maar ze krijgen daar niets extra's voor".
Ik zag in feite de zin van zijn betoog niet in.
Nog een paar ronkende slagzinnen later gaf hij het maar op, want ik was blijkbaar doof op mijn financieel oor.

In KABARE moesten we natuurlijk eerst bij de 'Administrateur du Territoire' gaan aankloppen. Die was héél verbaasd te horen dat er op zijn lapje 'territoire' een schietstand gevestigd was. Bleek wel dat die voor de laatste keer in 1998 gebruikt was, want sedert dan droeg de politie geen wapens meer en moest dus niet meer trainen. Hij ging wél akkoord met het bezoek, maar we moesten óók nog de toestemming krijgen van Kolonel WILLY, de militaire chef van dit wereldcentrum, en we mochten natuurlijk Majoor VALENTIN, het hoofd van de lokale politie niet vergeten…
In dit onooglijk ding van een paar kapotte huizen en een nest hutten zaten er duidelijk méér VIP's verzameld dan in Brussel.
Na veel gepalaver met de drie heren mochten we de heilige grond van KABARE verder betreden op zoek naar de verborgen schat.
Kolonel WILLY stapte, samen met zijn, naar schatting, dikke tien 'bodyguards' nonchalant doorheen een aangeplant veld, waar vrouwen bezig waren maniokwortels los te hakken (een typisch vrouwenwerkje, net zoals het slepen en sleuren van alle mogelijke vrachten. Soldaatje spelen of wat rondlummelen met een radiootje aan het oor gekleefd is dan weer typisch mannenwerk), tot we bij een vallei aankwamen die inderdaad het uitzicht had van een natuurlijke schietstand: steile zijwanden, een vlak middenstuk van een dertigtal meter breed en een steile achterwand die als kogelvang zou kunnen dienen.
Alleen zouden wel nog serieuse investeringen nodig zijn om het geheel te laten beantwoorden aan de UNO-veiligheidsnormen.
We verlieten hoofdschuddend de schietstand-in-embryo en de G2 stelde al zijn hoop op geruchten als zou het Congolese leger 'van plan zijn' om een schietstand te bouwen 'nabij KAVUMU-Airport', maar hij wist wel niet waar en zeker niet wanneer.

Op de terugweg begon de Luitenant weer te zagen.
Nu had hij dorst.
Waarom ook niet.
En inderdaad, we hadden die dag al veel speeksel voor niets verspeeld.
Ik zei ze dat ik ze wel een cola of zo wou tracteren. Bier mochten ze toch niet drinken, want ze waren nog in dienst.
Ze waren inderdaad nog wel in dienst zeiden ze, maar hoe langer we aan het rijden waren, hoe minder dienst ik ze hoorde hebben.
En toen we in een afgelegen caféetje stopten en in een achterhokje gingen zitten, waren ze tot het collectieve besluit gekomen dat hun dienst er voor die dag zo goed als op zat.
Ze mochten dus 'Primus' bestellen.
Wat ze dan ook alledrie deden.
De Luitenant gaf nog wat bijkomende uitleg aan de waard en plots dook er iemand op met een mand vol worsten.
Tweehonderd Congolese Frank per worst.
Teveel, vonden ze.
Tot de Belg voorstelde om er voor elk eentje te betalen, want hij had nog nooit dergelijke worst gegeten.
En toen verscheen ook plots een brood op tafel.
De Belg had dat wel niet gevraagd, maar de politie liet het zich toch welgevallen.
Even later kwam nog iemand met andere worsten aandraven. Twee soorten. Mét pili-pili en zonder. De Luitenant vroeg niets meer, maar bestelde er voor zichzelf eentje mét en vroeg ondertussen aan zijn collega's wat zij wilden.
De rekening kwam af, bedroeg 2760 Congolese Frank, werd afgegeven aan de Luitenant en die schoof ze zéér vloeiend naar mij door.
Ik gaf de garçon een briefje van tien dollar (4000 CF) en toen hij verdween riep de Luitenant hem na dat hij die veertig Frank mocht houden.
Toch wel gul van hem.
De garçon kwam terug met het wisselgeld, gaf het aan de Luitenant en… die stak het simpelweg in zijn zak.
Waw, dat was vlot!
En zonder blikken of blozen!
Ik zat er bij en keek ernaar…
Ik kreeg zelfs de kans niet om te protesteren, want terwijl de Luitenant rechtstond begonnen de anderen tegen me te roepen dat ze óók zoveel wilden.
Ik kon niet anders dan ook maar opstaan en hen zeggen dat ze maar moesten delen met de Luitenant.
Toen hij ze in de jeep elk honderd Congolese Frank in de pollen stopte, stopte het gekrakeel.
De politie-pikorde was blijkbaar gerespecteerd.

Bij het uitstappen gaf de Luitenant mij zijn telefoonnummer.

Ik mocht ALTIJD een beroep op hem doen, zei hij.
Ongeacht dag of uur.

Toch wel een zéér beschikbare kerel…


Episode 22

Home

Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!