Tijdens de tussenlanding in KINDU stapten we over van een Boeing 727 in een Antonov 24. De eerste keer in mijn leven dat ik in iets van Russische makelei zat. Ik probeerde niet té veel te denken aan het feit dat het ding nog stamde uit hun communistische periode en ik hoopte alleen maar dat hun mechaniek IETS beter was dan hun vroeger economisch/politiek systeem. Maar ik moet zeggen: héérlijk vliegtuig! Mits héél goede oordoppen kunt ge genieten van een ongelofelijke stilte en doordat uw buurman, die blijkbaar al een 'habitué' is, krampachtig de leuningen van zijn zetel vasthoudt en ondertussen met een verwilderde blik voor zich uit zit te staren, hebt ge ook van hem geen enkele last. Er was alleen even paniek onder de Uruguaianen aan boord toen er, van tussen de handbagage boven ons hoofd, een massa rook scheen te komen, maar de toegesnelde steward verzekerde ons in Russisch-Russisch dat het enkel condensatiedamp van de airconditioning was.
Op BUKAVU-airfield was er een tweede test in 'trek uw plan'.
Zo te zien werden alle medereizigers opgewacht en hartelijk ontvangen door oude bekenden, verdwenen met bagage en al in klaarstaande jeeps en na vijf minuten stonden daar enkel nog een Bangladescher, een Keniaan en een armzalige Belg verweesd naar elkaar te kijken.
De Belg nam het initiatief en ging naar de Uruguaanse wacht aan de uitgang van het vliegveld.
"Busje komt zo" of zoiets, klonk het in het Spaans.
Een half uur later was het busje er nog niet.
Nog eens gaan vragen. Busje kwam nog altijd zo.
Een uur later nóg eens gaan vragen en het busje was nog altijd aan het komen.
Twee uur nadien komt er inderdaad een minibusje het grind opgestoven. Aha !
Ha neen!
Hij kon ons niet meenemen want hij was speciaal gekomen om zijn vrienden op te pikken die met een volgend vliegtuig zouden landen.
Het was de beurt aan de Keniaan om op zoektocht te gaan. Hij had in Kinshasa een paar telefoonnummers versierd en probeerde ons daarmee weer vlot te krijgen. Tevergeefs.
Nog een uur later kwam van 'ergens' het bericht dat het volgende vliegtuig afgelast was en dus konden we toch van het wachtende busje gebruik maken. "To the new or to the old headquarters?" was de eerste vraag van de chauffeur. Wisten wij veel.
Doordat hij er geen flauw idee van had wat of wie er in die verschillende hoofdkwartieren zat, gokten we maar op het nieuwe hoofdkwartier.
Verkeerd natuurlijk.
Na anderhalf uur hobbeldebobbel werden we gedumpt in iets dat vreselijk veel op een bouwwerf geleek, maar wat bij nader inzien het hoofdkwartier van de 'KIVU Brigade' bleek te zijn.
Na wat weg en weer zoeken verwees men ons naar het oude hoofdkwartier waar het burgergedeelte van MONUC-Bukavu gevestigd is, samen met het JOC (Joint Operations Center, het centrum van waaruit de akties in de zone van Bukavu worden gecoördineerd) en het JLOC (Joint Logistic Operations Center).
Ondertussen was ons busje schampavie, natuurlijk.
Met de hoed in de hand komt men door het ganse land, maar met twee valiezen is dat al veel minder en ze hadden daar, naar eigen zeggen, geen transportmogelijkheden, alhoewel de parking vol UN-jeeps stond. Tot…
Tot ze ontdekten dat ik Belg was. "Nou, die spreek Afrikaans, die kan ons versta!" Opeens was ik het beste maatje en werd ik door een Zuid-Afrikaanse Majoor met de grootste zorgen omringd, in zijn 'persoonlijke' UN-jeep naar het oude hoofdkwartier gevoerd en mochten mijn Keniaanse en Bangladesche collega's, die als mijn gevolg beschouwd werden, ook meerijden, maar ZIJ moesten hun bagage wel op hun schoot dragen.
Op het 'oude' hoofdkwartier vroegen ze ons wat we er kwamen doen.
Goeie vraag.
En WIJ die dachten dat ZIJ het ons zouden vertellen.
De Keniaan en de Bangladescher tikten elk ergens een landgenoot op de kop en verdwenen met de stille trom in het decor, terwijl de Belg eenzaam aan zijn lot werd achtergelaten. Mijn imago zal daar waarschijnlijk ook wel toe bijgedragen hebben, want wie vliegt er nu een kolonel rond de nek?
Dat is dan de prijs voor de roem, natuurlijk.
Ondertussen naderde blijkbaar het einde-dienstsignaal, want de exodus uit de burelen begon duidelijke vorm aan te nemen. Hoogste tijd dus om naar wat onderdak voor de nacht te zoeken. Ik greep de eerste de beste bij zijn kraag en dat bleek een Nepalese Kapitein te zijn. Ik vroeg hem waar ik eventueel kon overnachten. Hij broebelde dat er bij hem geen plaats meer was en wilde zich uit de voeten maken.
Hélaba, manneke, ik vraag u niet waar er GEEN plaats is, ik vraag u waar er WEL plaats is. Hij broebelde weer iets van 'Welfare Club' en doordat hij zag dat hij nu toch niet meer van mij zou afgeraken, wilde hij wél nog een paar seconden overuren kloppen om de weg te tonen.
Aan de balie van de 'Welfare Club' werd ik opgevangen door drie lokale schonen die kirden "Oh, un Belge!".
We zaten duidelijk weer op het goeie spoor.
Ze bleken daar inderdaad kamers te hebben, aan 30 dollar per nacht voor een kort verblijf of aan 10 dollar, wanneer men er minstens een volle maand overnacht. Na een vlugge inspectie besloot ik daar voorlopig mijn hoofdkwartier te vestigen, kwestie van toch ergens voet aan de grond te hebben.
De 'kamer' bestond uit een aparte WC, een aparte badkamer mét bad en lavabo en een slaapkamer met tweepersoonsbed. End of the story. Geen tafel of kast, geen spiegel en geen deuren tussen de verschillende gedeelten, alhoewel sporen van deurposten er op wezen dat die er ooit wel eens moesten ingezeten hebben.
Het eerst wat ik deed was aan de drie giechelende juffrouwtjes een GROOT glas gaan vragen, want alhoewel ze beweerden dat er "jamais!" een probleem was geweest met water of electriciteit, had een avontuurtje in Kinshasa mij geleerd dat het zéér vervelend is om met een mond vol tandzeep te moeten merken dat er geen druppel water uit de kraan komt.
Het tweede wat ik deed was een tafel en een stoel vragen om die tot bureau te kunnen bevorderen. Ik kreeg een plastieken tuintafel met ongelijke poten en een plastieken tuinstoel die uit een andere serie stamde en een tiental centimeter te laag was om op de laptop te kunnen werken.
Voor alle problemen is er een oplossing en in dit geval was dit een houtzaag, die niet alleen de poten op gelijke lengte bracht, maar ook de tafel op de juiste hoogte.
Tijdens en na de eerste nacht werden mij nog een aantal andere kleine ongemakken duidelijk.
De kamers liggen allemaal boven een bar, die nogal intensief gebruikt wordt tot een stuk in de nacht en de isolatienormen liggen nogal laag in Congo. Maar daar kunnen we nog altijd de spreuk 'if you can't beat them, join them' op toepassen.
De énige kraan op de lavabo gaf geen druppel water en toen ik het stopkraantje opendraaide werd ik vergast op een zuiver fonteinfestival. Kraantje weer dicht dus. Bovendien bleek de afloop van de lavabo verstopt en was er in de ganse badkamer geen stopcontact te vinden. Dit betekende: tandjes poetsen boven het bad en scheren op de tast, want mijn koffers mét spiegel waren nog niet aangekomen.
In het bad zat geen stop en dat had ik ook niet verwacht, maar dat de sproeier van de douchekop in ALLE richtingen spoot, behalve rechtdoor, mochten ze mij wel gezegd hebben.
Daar valt echter nog allemaal wel mee te leven en tenslotte kan men voor 10 dollar per nacht niet het Hilton-hotel verwachten. Ik besloot dus niet te gaan reclameren, behalve…
Behalve voor het feit dat er bovenaan in het muskietennet boven het bed een gat zat waar een olifant op zijn gemak door kon zonder de randen te raken. Men had mij in Kinshasa dan wel verteld dat er in Bukavu bijna geen muggen zaten, maar dat 'bijna' was er dan toch teveel aan geweest en ik denk dat ze mij die nacht állemaal met een beleefdheidsbezoek vereerd hebben.
Toch bleek het geheel een positieve operatie te zijn, want er is een bar, een terras, een volleybalveld zonder lijnen (waarvan het terrein een percentje of zo minder afhelt dan de muur van Geraardsbergen), men kan er ook eten en de menukaart omvat de volle DRIE bladzijden (waarvan er per dag ongeveer twee bladzijden onbeschikbaar zijn, maar die wisselen wel) en het geheel ligt binnen de omheining van het MONUC-hoofdkwartier en dus op nog geen vijftig meter wandelafstand van mijn toekomstige werkplaats.
Voordelen te over dus.
Episode 3
Home
Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!