Op een verloren zondagmorgen zat ik op het terras van de Welfare te genieten van een pint, de zon en gewoon van het feit dat het zondag was. Opeens komt iemand, die ik voordien nog nooit gezien heb, het terras opgewandeld, neemt een stoel en laat zich tegenover mij aan de tafel neerploffen.
"Vraag me niet wat ik in MONUC doe", zegt hij, alhoewel ik hem helemaal NIETS gevraagd had.
Leek me trouwens nogal een eigenaardige aanhef voor een gesprek.
"Why?"
"Omdat ik zoals iedereen hier in MONUC beschaamd ben over datgene wat ik maar doe voor zo'n schandalig hoge vergoeding".
Aan zijn uniform, overdekt met stickers, toeters en bellen , kon ik opmaken dat hij uit India kwam, luitenant-kolonel was en als voor- of achternaam (bij die mannen weet men het nooit zeker) VATS had.
Nu zou het wel goed kunnen zijn dat een Belgische commandant een ietsiepietsie beter betaald is dan een Indische kolonel en dat de UNO-vergoeding dus relatief gezien voor hem belangrijker is dan voor mij, maar ik ben zéker niet beschaamd over wat ik in MONUC doe en, héél af en toe, vind ik zelfs dat ik mijn geld waard ben.
Hij moest dus ABSOLUUT niet in naam van IEDEREEN spreken.
"Bovendien is dat hier allemaal niet georganiseerd, is het een schande dat ze de teams allemaal geconcentreerd hebben in Bukavu na de oorlog, is er absoluut geen teamgeest, rijden de patrouilles gewoon een paar rondjes door Bukavu en gaan dan de rest van de dag op het internet chatten of spelletjes spelen en ALS ze dan al eens informatie proberen in te winnen is het dan nog altijd bij dezelfde mensen dat ze komen."
Het was een hele boterham, maar er zat wél veel waarheid in.
Om te weten te komen waar hij al die wijsheid vandaan had, moest ik hem toch onvermijdelijk de vraag stellen: "Wat doet ge hier dan wel in de situatie?"
Hij bleek juist een week geleden aangekomen te zijn en was onmiddellijk tot 'teamleader' van team 517 gebombardeerd.
Daar waar het tot voor een paar jaar in de UNO de gewoonte was om de meest ervaren MilObs tot leider van het team aan te stellen, ongeacht de graad, was er op een bepaald ogenblik protest gekomen vanuit een paar landen en werd vanaf dan de hoogste in graad met de leiding belast.
En zo kan het nu dus gebeuren dat een Indisch bleu-tje vanaf zijn eerste dag de baas wordt. Op zich hoeft dat echter helemaal niet slecht te zijn en het geeft zelfs de kans om een frisse wind door het team te laten waaien.
Ik vroeg hem dan ook wat hij van plan was om aan zijn frustraties te doen.
"What can we do?", vroeg hij schouderophalend.
Hij gaf duidelijk de strijd al op vooraleer de slag gestreden was.
"Wel, als teamleader, kan men bijvoorbeeld een huis zoeken en daar het ganse team in onderbrengen. Dit was trouwens het geval bij de twee teams die zich in Bukavu bevonden vóór de Bukavu-crisis. De leden van de drie teams die tijdens de crisis hun 'teamsite' ontruimd hebben (team Walungu, Kando en Kalehe) zijn echter allemaal apart gaan leven, meestal bij andere landgenoten. Maar niets belet u om voor uw team opnieuw een 'site' op te starten. Dat is zelfs zéér bevorderlijk voor de teamspirit."
"Jamaar, dan hebben we generatoren nodig, want de stadselectriciteit is absoluut niet betrouwbaar!"
"Ge kunt zoveel generatoren krijgen als ge maar wilt."
"Jamaar, dan hebben we daar ook computers nodig en internet en telefoonverbinding en eventueel satelietverbinding!"
"Dat is allemaal voorzien in een teamsite. U hoeft het enkel te vragen."
Stilte.
"Maar dat is nog het ergste niet. Het feit dat er nu een beurtrol opgesteld is voor de verschillende teams om patrouille te rijden in gans Bukavu maakt dat de teams allemaal dezelfde vragen aan dezelfde mensen stellen en die zijn dat zo stilaan zo beu als kouwe pap."
"Volledig correct, maar u kunt bijvoorbeeld naar de Stafchef stappen en voorstellen om Bukavu in sectoren te verdelen en aan elk team een sector toewijzen waarin men zich kan specialiseren. Voor zover ik de COS ken, zal hij daar zeker niet negatief tegenover staan."
Weer stilte. Nu zelfs een stuk langer.
"En dan die speciale patrouilles, waarbij we met een helicopter ergens in een godvergeten gat gedropt worden, daar een dagje rondlopen, hier en daar vragen hoe de situatie is en dan weer verdwijnen. Dat heeft toch geen enkele zin!"
"Sorry om het te moeten zeggen, maar een van de belangrijkste opdrachten van een MilObs, zoniet dé belangrijkste, is het inwinnen van informatie. Het is inderdaad beter om een team permanent ter plaatse te hebben, maar dan zou MONUC een ongelofelijk groot aantal teams nodig hebben en bovendien is de veiligheidssituatie op véél plaatsen zodanig dat het voor de gezondheid van ongewapende MilObs niet écht goed is om er zonder gewapende escorte een tijdje door te brengen. Die heli-vervoerde patrouilles, waarbij een beschermingsgroep meevliegt, lijken me dus wel een nuttig alternatief."
Nog eens stilte.
En toen moest hij dringend ergens anders zijn.
Enkele dagen nadat ik terug was uit verlof vroeg ik aan Paul Jobbins of een zekere Lt Kol VATS al op audiëntie verschenen was om een paar voorstellen te doen.
Niemand gezien.
Zijn frustraties waren blijkbaar zonder veel moeite verteerd…
Rond half September kreeg ik een operatieorder in de e-mailbus voor een helivervoerde patrouille op 20 Sep naar KAMITUGA, een dorp op een zestigtal kilometer van Bukavu. Daar waren blijkbaar FDLR (Front de Liberation du Rwanda) en Interahamwé troepen gesignaleerd, die afgedaald waren uit de bergen en nu op de kap van de bevolking leefden en aan gedwongen inlijving begonnen te doen. Geen sympatieke kereltjes dus en ze hebben ook geen uitgesproken goeie relatie met MONUC.
Bij het diagonaal lezen van de nota, sprong mij opeens de naam Lt Col Virendra VATS in het oog, als commandant van de ganse operatie.
Hij kon niet klagen.
Nu zou hij toch IETS mogen doen voor zijn geld.
Op 20 September, rond 17.30 Hr, vond ik, vrij vertaald, volgend bericht op mijn computerscherm:
"Nationaal staflid achtergelaten in Kamituga."
"Het nationaal staflid is Mr Jean-Claude MISENGE van het Human Rights bureau van MONUC-Bukavu. We onderzoeken nu de zaak, maar het schijnt dat, tengevolge van de veranderende weersomstandigheden, het uur van de terugvlucht verschillende keren veranderd werd. Dit veroorzaakte een zekere verwarring bij de passagiers en had als gevolg dat het staflid niet op tijd kwam opdagen.
De piloot informeerde de andere passagiers dat hij moest vertrekken en niet kon wachten op deze éne passagier.
We plannen een reddingsvlucht bij eerste klaarte morgenvroeg."
Hij had gelijk.
Hij is inderdaad zijn geld niet waard.
Episode 20
Home
Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!