Baas Kristian vond dat ik het goed gedaan had bij het bezoek van vice-president MBEMBA.
Voornamelijk omdat hij er toen niet bij was.
En dus mocht ik hetzelfde nog eens opnieuw doen bij het bezoek van de Britse minister MUFFIN, aangekondigd voor donderdag 24 juni.
Voornamelijk omdat hij er wéér niet bij wilde zijn...
Ik kreeg er bovendien nog wat méér zorgen bij, want ik mocht niet alleen de escorte verzorgen, maar werd ook verantwoordelijk voor de orchestratie van het hele bezoek.
Aan die minister zat nogal een 'muf' luchtje, want niemand kon mij zeggen van welk departement hij minister was en daarnaast zou zijn gevolg slechts bestaan uit vijf personen. Nogal povertjes voor een land dat zichzelf nog altijd beschouwt als een wereldmacht en ronduit beschamend naar Congolese normen. Daarenboven zou hij maar een dikke twee uur blijven en moest hij TEN LAATSTE om kwart na vier opnieuw met de heli vertrekken, want anders kon hij te voet terugkeren naar 'His Majesty's Island'.
In feite dus allemaal de moeite niet waard, maar ik wilde er toch mijn werk van maken en dus vroeg ik om een voorbereidende vergadering te beleggen met alle spelers die betrokken waren bij de uitvoering van dit 'evenement'.
En dus zaten op maandag 21 juni Kol JOBBINS, het hoofd van de 'Security Section', de chef Protocol, de transportsectie, de chef van de UN Military Police, de Nepalese compagnieComd, de baas van AirOps en de nederige mijzelf rond de tafel om alles tot in de puntjes te regelen.
Het resultaat was een nota die, zo dacht ik toch, weldoordacht en glashelder was en die naar iedereen, die maar van dicht of van ver IETS met het bezoek te maken had, werd doorgemaild.
En, zoals in alle legers ter wereld (jawel, OOK in Zedelgem), werd die door geen kip gelezen, maar begon iedereen zich wel op het allerlaatste moment met het bezoek te bemoeien...
Nadat we een paar uur voor de aankomst van de delegatie met de Nepalezen een verkenning van de geplande volgweg gedaan hadden, vond Igor, als JOC G3 Ops, dat die volgweg er beter helemaal anders zou uitzien, de adjunct Veiligheid vond dat er een lege jeep extra in de kolonne moest voor het geval dat er onderweg eentje in panne viel, de chef Protocol kwam zeggen dat de volgorde van de jeeps absoluut niet volgens de regels van de kunst was en tot overmaat van ramp bleek, juist voordat we vertrokken naar de helilandingsplek in het college, dat er drie MP's én een jeep in bed lagen met malaria, waardoor ik opeens onvoldoende transportcapaciteit had voor de, nochtans minieme, delegatie...
Bovendien, zo zei de chef Protocol, kon het voorziene programma gerust nog gewijzigd worden door de minister, in functie van zijn interesses, of door de gouverneur van Zuid-Kivu, in functie van datgene wat hij wilde laten zien...
Dat deden ze dan ook ten volle.
De minister zei dat hij wel eens de Rwandese grens met eigen ogen wilde aanschouwen en de gouverneur wilde persé de KADUTU markt tonen, waar de troepen van NKUNDA geplunderd hadden (tiens, opeens waren het NIET meer de Uruguaianen) én een voorraadmagazijn in brand hadden gestoken.
Het uitgekiende programma werd dus vuilbakwaarts gezonden en de kolonne trok vooreerst naar het 'Governorshouse' voor een paar officiële 'statements' door de gouverneur en de minister.
Daar bleek ook dat de chef Protocol vergeten was om een tolk te voorzien en dus werd bibi opeens ook officiële "traducteur de service".
Ik HAATTE het.
Van daaruit stoof de kolonne, nu onder leiding van de gouverneur, richting 'Kadutu-market'. Gelukkig had de gouverneur een uitgebreide escorte militairen mee, die met zachte stok de massa konden overtuigen om wat uiteen te gaan, want anders waren we zeker niet tot aan 'de plaats der misdaad' geraakt.
Toen we een toertje te voet dooreen de overdekte markt deden, zongen de vrouwen dat "de Fransen" ze moesten helpen (ze waren duidelijk NIET goed gebriefd) en toen de gouverneur een leeg zwartgeblakend magazijntje toonde en een woordje uitleg gaf, steeg er een geklaag en geschrei op alsof het einde van de wereld zojuist was aangekondigd (ze waren duidelijk WEL goed getraind).
Plots trok er iemand aan mijn mouw.
Het was kolonel SIMBA, die blijkbaar de chef van de militaire escorte was, en die vroeg simpelweg: "Je veux votre uniforme!". Nu heb ik er niet zoveel meer op overschot, zeker niet nadat ik er eentje in de vernieling heb geholpen door in Kinshasa stomweg door een glazen deur te wandelen, maar ik beloofde hem er een te geven wanneer ik uit Congo zou vertrekken, in de ijdele hoop dat hij het tegen dan zou vergeten zijn...
We konden met veel moeite weer heelhuids uit de 'Kadutu-market' ontsnappen en reden van daaruit naar de Rwandese grens aan Ruzizi-I. Daar stelde de minister een paar filosofische vragen en toen het hem duidelijk werd dat er die dag GEEN invasie op het Rwandese programma stond, konden we hem er van overtuigen om toch maar terug te keren naar zijn vaderland en hem tijdig afleveren bij de wachtende helicopter.
Daarmee zat mijn taak er op en kon ik eens te meer aanspraak maken op een medaille voor moed en zelfopoffering...
Op vrijdagavond organiseerden de Zuid-Afrikanen een eerste 'party' in de Welfare Club, voornamelijk onder impuls van de nieuwe Zuid-Afrikaanse COS Bde (Brigadestafchef, NIET te verwarren met Kol JOBBINS die stafchef van het JOC is. Ik weet het, de UNO kan soms ZEER ingewikkeld doen). De party bestond uit een paar speeches, gratis drank tot die (véél te vroeg) op was en een barbecue.
Ik stond bij Kol JOBBINS wat te keuvelen, toen generaal ISBERG hem plots apart nam voor een 'speciale opdracht'.
Een tijdje later kwam ik Kol JOBBINS weer tegen (nogal normaal, gezien er in totaal maar een vijftigtal personen aanwezig waren) en ik vroeg hem of ik eventueel kon helpen bij die opdracht.
Ik had natuurlijk beter mijn mond gehouden.
Bleek dat de gouverneur en generaal MABE 's anderendaags met een UN-heli zouden vertrekken en zowel UVIRA als KAMANIOLA zouden bezoeken om daarna, via de baan, terug te keren naar Bukavu. Daarbij had de generaal aan Kol JOBBINS gevraagd om een MONUC vertegenwoordiging mee te sturen en Paul vond het té laat op de avond om nog iemand anders met die opdracht op te zadelen. Dus zou hij het maar zelf doen...
...samen met die éne vrijwilliger die zich gemeld had.
Met een licht houten kop stonden we dus op zaterdag 26 juni om halfacht op het sportplein van het college te wachten op de aankomst van generaal MABE, de gouverneur en de helicopter.
De generaal was, als enige, stipt op tijd.
Gekleed in een pico-bello stijf gesteven BELGISCHE camouflagetenue. Op de borst een félrode passant met daarop één immense, buitenmaatse, spik-splinter-nieuw-blinkende gouden ster.
Er viel gewoon niet naast te kijken.
Tussen Belgische uniformen wordt NATUURLIJK een woordje gewisseld en hij zei dat hij het spijtig vond dat "son ami Maurice" (Lt Kol TIMSONET, de adjunct van de militaire attaché, die hem het uniform had geschonken) hem reeds sedert lang niet meer had opgebeld en dat het zéér goed zou zijn om ook Belgische militairen in Bukavu te hebben, want in de Belgen hadden de mensen vertrouwen, maar niet in de Zuid-Afrikanen en zéker niet in de Uruguaianen. Ik beloofde hem de 'Belgische autoriteiten' van zijn wensen op de hoogte te brengen en besloot ondertussen ook aan Kol SIMBA, bij de eerste de beste gelegenheid, een uniform te geven, want voor die kerel heb ik veel respect en ik zou niet willen dat hij moet onderdoen voor zijn baas.
In UVIRA hielden Mabe en de gouverneur eerst een vergadering met de lokale administratie, waarbij deze ferm onder hun vijs kregen omdat ze blijkbaar de situatie ter plaatse niet meester konden. Daarna was er een openbare toespraak zowel door de gouverneur als door Mabe, waarbij de generaal door een twee à drieduizend Uviranen (of hoe noemt men die dingen) enthousiast werd toegejuicht en tenslotte bezochten we een paar plaatsen, waaronder de haven, waarbij de vrouwen zongen "MBUJE MABE, redder van het vaderland, blijf bij ons!".
Ik kon mijn oren niet geloven: eerst was hij weggevlucht uit Bukavu en had zijn troepen in de steek gelaten, dan had hij alleen maar kunnen terugkeren naar Bukavu omdat Nkunda zich had teruggetrokken en ook in Kamaniola had hij er op zijn eentje niets van terechtgebracht en énkel mits een fiks ruggesteuntje van MONUC het opnieuw kunnen bezetten (veroveren is een té groot woord).
En nu was hij de HELD, de Redder des Vaderlands!
Jadadde, ge moet het maar kunnen uitleggen!
Toch liet het geheel op mij een zéér positieve indruk na, want zowel de gouverneur als Mabe bleken op dezelfde golflengte te zitten en vertelden aan iedereen die het maar horen wilde dat het GEEN oorlog (geweest) was tussen de Congolezen en de Buniamulenge, maar dat énkel MUTEBUTSI de schuldige was en dat er dus géén reden was om de Buniamulenge te vervolgen of te haten, dat MONUC moest beschouwd worden als een vriend en helper en dat het dus moest gedaan zijn met aan MONUC-je pest te doen en dat, last but not least, het ook moest gedaan zijn met plunderen of geld af te troggelen aan check-points en Mabe wees expliciet de bevelvoerende officier aan, die hij ter verantwoording zou roepen, indien hem nog dergelijke berichten ter ore zouden komen.
Allemaal heerlijk positief dus.
Valt alleen nog af te wachten hoe lang hun woorden effect zullen sorteren...
Iets minder positief was dat opeens bleek dat hun bezoek TWEE dagen zou duren en dat ze maar op zondag zouden terugkeren naar Bukavu. Dáár had generaal Isberg met geen woord over gerept en daarop waren zowel Paul als ikzelf ABSOLUUT niet voorzien. Paul had geen goesting om ook nog eens zijn zondag verknalt te zien en dus verwittigde hij het JOC dat er zich op zondagmorgen twee MilObs moesten melden in Kamaniola en daar de delegatie opvangen en verder begeleiden.
Terug in Bukavu belde ik de Kol WERBROUCK, de militaire attaché, op en gaf hem een verslag van de afgelopen dag. Ik vertelde hem ook dat Mabe gevraagd had om zo massaal en zo snel mogelijk Belgen naar Bukavu te sturen, omdat deze een stabiliserende invloed op de situatie zouden uitoefenen.
Hij moest eens hartelijk lachen...
Op dinsdag 29 juni zag ik in de namiddag een jeep vol met gewapende Congolese militairen voor de ingang staan. Zoiets betekent: hoog Congolees bezoek, want gewapend vreemd volk is in een UNO-installatie niet toegelaten en terwijl hun baas binnenzit moeten zij dus buiten hun tijd verdrijven.
Ik besloot mijn licht eens op te steken.
Het bleek Kol SIMBA te zijn, die in het JOC vergaderde met Kol JOBBINS en met afgevaardigden van de Sectie "Humanitarian Affairs".
Dit was dus mijn eerste de beste gelegenheid.
Ik liep terug naar mijn kamer, haalde een vers gewassen maar nog niet gestreken broek en vest uit de mand, grabbelde mijn was/strijkneger vast en een kwartiertje later stond ik, met een plastieken zak onder de arm, voor de ingang van het JOC te wachten op het einde van de vergadering.
Toen hij buiten kwam herkende hij me onmiddellijk (hoe zou dat komen?) en hij begreep ook, zonder te kijken, wat er in de plastieken zak zat.
Ik werd ter plaatse tot 'vriend voor het leven' benoemd en het scheelde niet veel of hij haalde zijn mes boven en sloot daar stante pede een bloedbroederschap.
Wat ik echter vriendelijk, doch kordaat afgewezen heb.
Ik heb geen goesting om hier AIDS op te doen.
Maar ik heb wél zijn GSM-nummer genoteerd.
Minder gevaarlijk en het kan misschien ooit nog eens zéér belanrijk zijn...
Tijdens de brigadebriefing op vrijdag vertelde de PIO (Press Information Officer) losjes vanuit de pols dat "the Belgian parliament has lifted the embargo on sending troops to the region of the great lakes...".
Iedereen keek mij aan alsof ik zojuist een knallende wind gelaten had.
Het was nog niet voldoende dat er in de brigade dagelijks relatiebrandjes tussen Zuid-Afrikanen en Uruguaianen moesten geblust worden, ze kregen nu allemaal ook nog eens het spookbeeld van een massale invasie door Belgen voor ogen!
Hoeveel kan een organisatie als MONUC verdragen, vooraleer aan onderlinge ruzies ten onder te gaan?
Op maandag 5 juli slingerde ik toevallig rond in het JOC, toen daar opeens generaal MABE met een nest slippendragers kwam binnengevallen. Blijkbaar voor een meeting met Kol JOBBINS en nog een paar anderen. Hij was zeker nog geen meter binnen toen hij mij in het vizier kreeg en Kol JOBBINS en heel de reutemeteut liet staan voor wat ze waren, met een smile van oor tot oor letterlijk op me kwam afgesprongen, zo ongeveer mijn arm van mijn lijf schudde en vroeg:"Quand est-ce-que les Belges arrivent?".
Ik zei hem dat ze daar in Brussel nu diep over aan het nadenken waren en dat dit dus nog wel een tijdje kon duren, maar dat ik er BIJNA zeker van was dat ze zouden komen.
Ik heb nog NOOIT een generaal ZO gelukkig gezien.
Het is niet ALTIJD geld dat 'Les Oncles' moeten geven...
Soms is een beetje hoop al voldoende...
Episode 16
Home
Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!