Episode 14

EINDELIJK EEN EI ?

MUTEBUTSI zat met zijn mannen in Kamaniola en was daar blijkbaar door het Congolese leger met geen stokken buiten te krijgen. Ook niet met Kalashnikovs.
Dat begon behoorlijk vervelend te worden want Kamaniola ligt op de énige weg die vanuit Bukavu zowel naar het zuiden van de KIVU-provincie als naar BURUNDI loopt. Bovendien had Rwanda zijn grenzen met Congo gesloten en dus viel alle in- en uitvoer zo goed als stil. Buitenlandse producten (en dat zijn de meeste producten) werden schaars en de prijzen schoten als een raket de hoogte in. Ramp-o-ramp, "MUTSIG"-bier was nergens meer te vinden en we moesten ons behelpen met "PRIMUS"-afwaswater. Ook sigaretten werden stilaan een luxe die alleen rijke westerlingen (waaronder ik gelukkig ook mezelf mag rekenen) zich konden permitteren.
Het was dus ABSOLUUT niet het goede moment om "fuck off" te zeggen tegen een gewapende Congolees die om een sigaret kwam bedelen…
Sigaretten kunnen soms uw gezondheid redden…

Zowel de militaire als de civiele Congolese autoriteiten vonden het dan ook stilaan tijd om MONUC in te schakelen.
Maar zelfs de méést naïeve gouverneur/Military Region-commandant was ondertussen tot het besef gekomen dat MONUC GEEN oorlogsmachine is die op een vingerknip van de heren in gang zou schieten.
Neen, eerst moest MONUC 'opgewarmd' worden.
En dus deden alras de eerste verhaaltjes de ronde, die de gevoelige snaar van de UNO probeerden te raken.
Een eventuele invasie van Rwanda in Congo is één van die snaren.
En dus werd Mutebutsi niet alleen moreel en materieel gesteund door Rwanda (wat zéér waarschijnlijk was), neen, nu staken ook Rwandese soldaten en TANKS (jawel, jawel, ik weet het: niet te geloven!) de grens over en belaagden de troepen van generaal MABE, die probeerde Kamaniola te heroveren. Maar ze staken alleen 'S NACHTS de grens over en trokken zich overdag terug, waardoor ze dus niet konden ontdekt worden door de UN-helicopters en de Congolezen er ook geen film of foto's van konden maken, want 'hunne flash' droeg zo ver niet…

Ze kregen generaal ISBERG zo ver dat hij besloot om op maandag 14 Jun een gecombineerde actie op poten te zetten om ter plaatse eens een kijkje te gaan nemen.
Een kolonne van acht Uruguaiaanse APC's zou vertrekken vanuit Bukavu en proberen vanuit het noorden Kamaniola zo dicht mogelijk te naderen of misschien zelfs binnen te dringen. Tegelijkertijd zou een kolonne, eveneens bestaande uit acht Uruguaiaanse APC's, vanuit het zuidelijker gelegen Uvira hetzelfde doen en als klap op de vuurpijl zouden twee helicopters met een peloton Uruguaianen ten westen van Kamaniola landen en, gesteund door twee gevechtshelicopters, hun 'dodelijke' lading op het stadje loslaten.

Goed plan.
Het had alleen één zwakke plek.
Het moest worden uitgevoerd door Uruguaianen…

De kolonne uit het noorden werd op een vijftal kilometer vóór Kamaniola tegengehouden door een inboorling die vertelde dat er een eindje verder mijnen lagen. Natuurlijk een dik voldoende reden om, zonder te gaan kijken, terug te keren.
De kolonne uit het zuiden werd op een twintigtal kilometer van Kamaniola gestopt aan een Mai-Mai checkpoint, waar twee (jawel, TWEE) huftertjes hen vertelden dat ze niet verder mochten. Ze zijn dan NATUURLIJK maar teruggekeerd.
En de twee transporthelicopters zijn nooit van de grond geraakt…

Generaal ISBERG besloot hetzelfde maneuver 's anderendaags nog eens dunnetjes over te doen, maar nu alleen met de acht APC's vanuit Uvira, gesteund door twee gevechtshelicopters.

Het werd ook weer niets.

Nu denkt u misschien dat ik dik aan het overdrijven ben en dat ik de Uruguaianen een kwaad hart toedraag. Neen, helemaal niet. Het zijn zéér brave en vriendelijke mensen, ze spreken zéér vlot Spaans (hun Engels is een héél stuk minder) en hun nationale drank "Maté" is een zéér goede thee die ze van 's morgens vroeg tot 's avonds laat uit een speciale beker slurpen, maar als militair kan men er geen fluit mee aanvangen.

Enkele voorbeelden…

Ze moeten in Uvira de beveiliging verzekeren van het UN-'burgerkamp' en daarom hebben ze, met zandzakjes, een schootspositie op het platte dak van het hoofdgebouw uitgebouwd. En daar is ALLES verkeerd aan wat er maar verkeerd aan kan zijn. En misschien zelfs méér dan alles:

Zo kan ik zelfs nog een tijdje verder doen.

Ander voorbeeld.
In kamp ADIKIVU hebben ze een terugstootloos 106 mm kanon geïnstalleerd. Zo'n ding schiet een dikke duizend meter ver en men zou dus verwachten dat het ten minste één van de toegangswegen tot het kamp zou onder vuur houden.
Té simpel.
Ze hebben het gericht op een bananenplantage op een kleine honderd meter afstand, waarbij de tussenliggende begroeiing zodanig dicht en hoog is dat het kanon ongemerkt tot op een twintigtal meter kan benaderd worden.

Nog niet voldoende?
Vóór en tijdens de 'slag om Bukavu' moesten ze ook de beveiliging van het MONUC-HQ in Bukavu verzekeren (nadien werden ze vervangen door Nepalezen). Ze hadden daarbij voordien natuurlijk nooit serieuse defensieve stellingen uitgebouwd (ABSOLUUT niet nodig in de Club Med aan het Kivu-meer), maar toen er ook rondom het hoofdkwartier werd geschoten, konden de lokale werkers niet snel genoeg zandzakjes vullen.
Op het plat dak van een zijgebouwtje installeerden ze een schootspositie, uitgerust met een MAG, waarbij men, vanaf de grond gezien, kon veronderstellen dat ze over de omheiningsmuur konden schieten en de nabije omgeving onder schot houden.

Tot ik mij eens achter de zandzakjes ging leggen… Ook de pelotonscommandant moest toegeven dat er niet veel méér dan muur en lucht te zien was.

Ik hield dan ook mijn hart vast toen de brigadecommandant aan URUBATT (het Uruguaiaans bataljon) op donderdag 17 juni de opdracht gaf om zowel ten noorden als ten zuiden van Bukavu een "blocking position" uit te bouwen om zowel generaal NKUNDA vanuit het noorden als kolonel MUTEBUTSI vanuit het zuiden een eventuele hernieuwde toegang tot Bukavu te ontzeggen.
Op zaterdagmorgen, juist voor de dagelijkse brigadebriefing, bekeek ik op een bord in de 'briefingroom' een ruwe schets van de noordelijke positie, want die had de hoogste prioriteit gekregen en de commandant van URUBATT had de ganse donderdag en vrijdag besteed aan het uitzoeken van de best mogelijke plaats.
Het zag er niet slecht uit.
Een compagniepositie op een blijkbaar dominerende heuvel, met drie pelotons in een soort 'all-round'-verdediging, waarbij hun voornaamste wapens, de terugstootloze kanonnen, duidelijk de verschillende toegangswegen bestreken.
Nu nog eens kijken op de kaart waar die positie zich zou bevinden.
Daar begon ik weer mijn wenkbrauwen te fronsen.
Een tiental kilometer ten noorden van KAVUMU, nabij het dorpje KATANA, gaf de kaart alleen maar een uitgestrekt heuvelachtig terrein aan.
Op één heuvel gaan zitten, met honderden heuvels rondom is NIET datgene wat IK versta onder een 'blocking position'. Maar goed, gezien de kaart met de kleinst beschikbare schaal toch nog altijd 1/250.000 was, kon het gerust zijn dat de werkelijkheid er stukken beter uitzag.
Tijdens de brigadebriefing had de LO (Liaison Officer) van URUBATT nog 'een paar vragen' over de positie: hoe zit het met de bevoorrading, de infrastructuur en het verdedigingsmateriaal dat zal ter beschikking gesteld worden, hoe lang denkt de brigadecommandant ons daar, bij werkelijke inzet, op die positie te laten zitten, enz, enz…
Ik hoorde er ook de méést idiote vraag die ik ooit van mijn leven gehoord heb: "Generaal, wat zal Nkunda doen, wanneer hij Bukavu wil aanvallen?"

De generaal had al een ei gelegd, maar de Uruguaianen waren duidelijk nog zwaar aan het kakelen…

Enkele dagen later bleek de zuidelijke 'blocking position' niet meer nodig en konden de Uruguaianen zich volledig concentreren op de noordelijke. Want op zondag 20 juni hadden de twee UN-gevechtshelicopters een paar verkenningsrondjes boven Kamaniola gedraaid en daarbij was een van Mutebutsi's mannen zo stom geweest om er op te schieten.
In dat geval mag MONUC terugschieten.
Ze deden niets liever, want Mutebutsi's populariteit bij de UN was de laatste tijd nogal erg getaand.
Veertien waarschuwingsschoten met raketten en een paar schijnaanvallen later, liepen de eerste van zijn mannen al halsoverkop richting Rwandese grens.

's Anderendaags konden de troepen van MABE een nieuwe stad 'veroveren' en de overwinning op klassiek Congolese manier 'vieren'…

Ondertussen was de Chinese "Engineer Compagny" met zwaar materiaal begonnen aan het inrichten van de "KATANA-position".
En de eerste klachten kwamen binnen.
Want niemand had de toelating gevraagd aan de eigenaar van de heuvel om deze te mogen gebruiken en bovendien bleek datgene wat er op groeide en waarvan iedereen dacht dat het onkruid was, opeeens superwaardevolle maniok van de hoogste kwaliteit te zijn.
Ze roken dus geld.
En dus trok Kristian, de JLOC, daar naar toe om te onderhandelen, met in zijn zog de Asst MJLOC, want die sprak Frans.
De heuvel bleek eigendom te zijn van de 'Kerk', die deze gratis ter beschikking stelde van de bevolking om daar hun 'volkstuintjes' op in te richten. Mijnheer pastoor, een Congolees ooit opgeleid door Belgische patertjes, wist niet hoeveel volk er op zijn heuvel hun tuinvlijt aan het botvieren was, maar hij schatte ze op een tiental. Een kwartiertje later waren dat er al twintig en juist voor we weer vertrokken kwam zijn klerk met een lijst van 59 (negenenvijftig) namen op de proppen, mét de mededeling dat de lijst ZEKER nog NIET volledig was. Bovendien bleek GRATIS absoluut niet op te gaan voor MONUC, maar als simpele pastoor was hij niet bevoegd om over de prijs te onderhandelen, dat zou iets voor de bisschop worden…

Ik was in feite maar zéér matig geïnteresseerd in heel die onderhandelingsronde, maar des te nieuwsgieriger om de eigenlijke positie te kunnen zien.

Het was nog erger dan ik al gevreesd had.

Een steile heuvel van een vijf, zeshonderd meter diameter die een veertigtal meter boven het omliggende terrein uitsteekt, met een weids zicht van ettelijke kilometers over iets meer dan 180 graden naar voor.
MAAR…
Aan de rechterzijde een dichte, met bananenplantages begroeide vlakte van een vijftal kilometer diepte, met hier en daar een langwerpige heuvel en aan de andere kant, op ongeveer een kilometer afstand, een dominerende heuvel die de volledige linkerflank afdekt. Troepen te voet kunnen dus zonder énig probleem de stelling omschrijden en met een beetje geluk kunnen ze dat zelfs totaal ongezien doen.
En in Congo ZIJN er alleen maar troepen te voet.
Het geheel mag zelfs bestempeld worden als contra-productief, want wanneer Nkunda besluit op te rukken, gaan de Uruguaianen (in de veronderstelling dat ze die troepenbewegingen al waarnemen) dat wel doorgeven, maar voor de rest als gebetonneerd op hun positie blijven zitten.
Verdediging van Bukavu? Min één compagnie.

Een paar avonden later, op het terras van de Welfare Club, deelde ik, tussen pot en pint, mijn bezorgdheid mee aan generaal ISBERG. Hij deelde mijn mening volledig, zei hij, maar de positie was een "psychologisch belangrijk signaal".
Of dat "signaal" bedoeld was voor Nkunda, voor de Congolezen, voor de Uruguaianen of voor allemaal samen, dat vertelde hij er niet bij.

Ik vraag in ELK GEVAL aan IEDEREEN die dit artikel leest, om het NIET te vertalen en op te sturen naar NKUNDA.

Of TEN MINSTE nog een kleine tien maanden te wachten.


Episode 15

Home

Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!