"Anton, morgen om 14.00 Hr, speciale opdracht. En zorg dat ge niet gegeten hebt!" en wég was de COS.
Ik had al geleerd geen vragen te stellen bij de opdrachten van Kol Jobbins en stond dus op zondag 13 Juni, lichtjes hongerig en dik op tijd, aan zijn bureel te wachten op wat komen zou. Ook Igor en Roman hadden blijkbaar dezelfde speciale opdracht gekregen, want ook zij kwamen even later binnen, zonder goed te weten waarvoor.
We reden in zijn jeep naar de firma DATCO, een grootwarenhuis voor massa-aankoop van basisproducten (een beetje te vergelijken met COLRUYT of MACRO, maar dan wél maar een héél klein beetje). Paul Jobbins belde iemand op en even later werden we via een zijdeurtje binnengelaten en naar het eerste verdiep boven de winkel geloodst.
Ik bleek de man die ons hartelijk ontving te kennen, want een week of zo voordien hadden Paul en ik een aantal mensen van daaruit geëvacueerd naar Rwanda en toen had hij uitgebreid afscheid genomen van een oudere dame en nog van enkele anderen.
SAHID was Indiër én eigenaar van de firma en samen met zijn broers runde hij een aantal distributiebedrijven in verschillende landen van Afrika. Hij had bij het uitbreken van de gevechten aan MONUC gevraagd om zijn moeder en een paar Buniamulenge-medewerkers te evacueren en nu wou hij zijn dankbaarheid tonen door ons uit te nodigen op een etentje.
Dat zou trouwens ook zijn eenzaamheid wat breken en hem tevens op de hoogte houden van de situatie.
We raakten algauw in een geanimeerd gesprek, waarbij het voornamelijk over 'het zakendoen in Congo' ging.
Misschien is het juister om te spreken over het 'NIET-zakendoen' in Congo, want men moet toch al een beetje goed gek zijn om hier een bedrijf te runnen.
In 1989 was hij gevlucht uit Oeganda omdat IDI AMIN DADA hem daar het leven onmogelijk maakte en met achterlating van alle goederen ter plaatse, had hij zijn reeds bestaande bedrijfje in Congo verder uitgebouwd (Indiërs doen duidelijk aan risicospreiding!). In 1994 was DATCO-Bukavu, bij de eerste opstand tegen Mobutoe, geplunderd geworden. In 1997, bij de 'bevrijding' door Kabila, nog een keer. In 1998, bij de opstand tegen Kabila nóg een keer en voor de verandering nog eens in 2000, bij een paar schermutselingen tussen rivaliserende groepen.
Nu was zijn magazijn maar 'minimaal' gepluimd geworden (dankzij de aanwezigheid van MONUC, zei hij) en had hij daarnaast 'slechts' een jeep, een paar vaten diesel, wat zakken meel en een beetje drinkgeld aan de verschillende 'bevrijders' van Bukavu moeten schenken.
Dat 'schenken' zit er duidelijk zéér diep ingebakken, want bij mijn tweede trip naar Uvira had de Congolese douanebeambte mij ook al gezegd dat het "om de administratieve formaliteiten te vergemakkelijken" zeer interessant was om hem 'een sucré' (Cola of Fanta) aan te bieden.
Hij VROEG het niet. Natuurlijk niet. Hij gaf me alleen goede raad…
Een lap rond zijn oren kon hij krijgen…
En dus verstond ik opeens ongelófelijk weinig Frans.
Maar het is overal en altijd van dat.
En van laag naar hoog en omgekeerd.
Zowel bij douane (die invoerrechten ter plaatse uit hun duim zuigen), als bij de politie (die ABSOLUUT niet geïnteresseerd is in de veiligheid, doch ENKEL in de boete), als bij de belastingscontroleurs (die nog méér fantasie hebben dan in België), als bij 'checkpoints' van lokale Mai-Mai of van milities of zelfs van het reguliere leger of, of, of…
Dat is misschien nog te vergoeilijken "voor de kleine man",wanneer men weet dat de lonen (voor wie werk heeft en dat zijn er niet veel) schommelen tussen de 70 en 130 dollar per maand en dat een soldaat, ALS hij al betaald wordt, het moet stellen met 30 dollar per maand. Dat bedrag schijnt trouwens hier in de streek het minimum te zijn waarmee men kan overleven.
Maar ik hoef waarschijnlijk niet te zeggen dat, hoe hoger men op de administratieve of politieke ladder zit, hoe hoger de bedragen worden die moeten 'geschonken' worden.
"Article QUINZE" uit de tijd van Mobutoe ofte "debrouillez-vous" is nog altijd onverminderd van kracht.
Sahid vertelde (en dat werd op een latere datum bevestigd door SALIM, een andere Indiër die getrouwd is met een Belgische en die een bedrijf heeft dat metalen golfplaten maakt) dat de 'transportkosten' (de reële en de onderweg-cadeautjes) ongeveer twee derden van verkoopprijs van een product uitmaken.
En Congo zélf produceert niets.
Buiten basisgroenten en fruit moet ALLES worden ingevoerd. Zelfs suiker, alhoewel er hier suikerriet in overvloed groeit.
Geld 'verdampt' hier dus en vloeit weer sneller buiten Congo dan het er kan binnengeraken.
Maar iedereen vertelt dat Congo ongelofelijk rijk is.
Juist. Maar alleen in zijn ondergrond.
En daar zit die rijkdom al héél lang en als ze zo verder doen, zal die er waarschijnlijk nog véél langer blijven zitten.
Een klassieke lokale uitdrukking is: een Congolees leeft in doffe armoede, maar wordt begraven tussen diamanten en coltran.
En het is nog juist ook.
Een andere klassieke vraag is: "Wat was er in Congo vóór de kaarsen en de petroleumlampen?"
Antwoord: "Electriciteit".
De Congolese economie heeft inderdaad véél weg van de processie van Echternach: één stap vooruit en daarna (minstens) drie achteruit.
En niemand, noch de politici, noch de bevolking, is blijkbaar bekwaam om besluiten te trekken of om verder te kijken dan vandaag of dan 'myself and my family' en dan nog liefst die twee samen.
En daar waar 'de anderen' altijd in fout zijn, moeten 'de anderen' ook altijd de oplossing brengen, terwijl de Congolezen mogen blijven zitten en continue janken "dat niemand iets voor ze doet".
En waarschijnlijk zijn die beide factoren, het totale gebrek aan maatschappijgevoel en het niet kunnen of willen in handen nemen van de eigen toekomst, de moordende coctail die Congo gebracht hebben van een land met oneindig veel mogelijkheden tot een land zonder mogelijkheden.
Het is echt ongelofelijk.
De grond is zéér vruchtbaar en het klimaat laat meerdere oogsten per jaar toe…
De bevolking is intelligent, verbazingwekkend goed opgeleid en ontplooit, op individuele basis, véél meer initiatief dan de 'patertjes' of de kolonisten ons ooit verteld hebben…
Er wordt hier een ferm stukje gesleept, gesleurd en geslaafd om de dagelijkse portie maniok toch maar te kunnen samenscharrelen. Pikken en bedriegen (natuurlijk van de blanke 'moezungu', want die hebben toch geld genoeg) en bedelen (natuurlijk bij blanken, want die zijn tóch zo lichtgelovig) horen daar natuurlijk óók bij. Maar als ze willen, kunnen ze hier werken. Meestal wel totaal onefficiënt (in veel gevallen bij gebrek aan middelen), maar werken kunnen ze wel…
Hoe is het dan mogelijk om dat alles zó grondig te verbrodden?
Af en toe heeft een mens goesting om ze kletsen te geven…
Ondertussen was het een ferm stuk na vier uur geworden en Sahid nodigde ons uit om stilaan aan tafel te gaan.
Bij het rechtstaan uit de salonzetels bromde de GSM van Jobbins.
"Yes…, yes…, yes…, we come immediately!"
En nóg iets hongeriger dan we gekomen waren, namen we afscheid van Sahid en beloofden hem 'een andere keer' terug te komen.
En ik beloofde mezelf om in de toekomst bij geheimzinnige missies mijn boterhammekens mee te nemen.
Voor noodgevallen.
Episode 14
Home
Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!