Reeds rond de middag van dinsdag 08 Jun was duidelijk dat er iets op til was. Ik bevond me op de verkeerstoren (of tenminste dat wat daar voor moet doorgaan) van Kavumu-airport, toen er plots een jeep, volgehangen met Congolese soldaten, de tarmac kwam opgevlamd, gevolgd door een moto met daarop eveneens véél meer volk dan wettelijk toegelaten is. De Uruguaiaanse wacht was blijkbaar zó stomverbaasd geweest, dat ze deze zonder problemen hadden kunnen passeren. Ze reden naar het ene uiteinde van de startbaan, van daaruit naar het andere uiteinde en toen terug naar de ingang van het MONUC-vliegveld, waar ze allemaal uit- en afstapten en de ingang, zo te zien, afsloten.
De Uruguaiaanse Peso was ondertussen gevallen en van overal kwamen nu secties blauwhelmen aangelopen, die langzaam maar zeker de naar schatting twintig Congolezen omsingelden. Het 'hoofd' van de Congolese delegatie zei dat ze niets kwaads in het schild voerden tegen MONUC en dat ze een Recce-groep waren die 'gewoon' kwam kijken of er (nog) troepen van Nkunda op het vliegveld waren. Voor hetzelfde geld hadden ze dit ook kunnen vragen, dan was er niet zoveel commotie geweest. Ze werden vriendelijk, maar kordaat de deur gewezen en ze installeerden zich daarna in Kavumu-dorp, met een kleine wachtpost juist buiten het MONUC-gedeelte.
's Avonds had ik mijn eerste deftige maaltijd sinds veertien dagen.
Ik was de one-in-one's, die we sinds 27 Mei gekregen hadden, zó grondig beu dat ik besloot te voet naar het Orchid-hotel te gaan om te kijken of ze dáár soms nog wat overschotjes hadden, want in de Welfare Club was alles al lang uitgeput.
De biefstuk-friet smaakte overheerlijk.
Ze hebben toch nog een paar goeie dingen overgehouden uit de kolonisatieperiode.
Ik was juist aan het nagenieten bij een pintje, toen ook de bende van Igor, Paul en Roman kwam binnenvallen. Die hadden ook hun neus gevolgd.
Roman vroeg me of ik goesting had om 's anderendaags mee te gaan op een nieuwe 'weaponsearch' in Buniamulenge-gebied.
Altijd goesting, natuurlijk. Zeker omdat er op logistiek gebied toch niets te doen was: er werden toch alleen maar one-in-one's en water aangevoerd en daar was niet veel coördinatie bij nodig.
Toen we op woensdag 09 Jun rond 06.30 Hr in de jeep stapten, hoorden we het bericht dat er zich rond het Uruguaiaanse checkpoint een 'unfriendly crowd' aan het verzamelen was. Dus eerst even daar een blik gaan werpen.
Er stond inderdaad een massa volk rond het kruispunt, maar toen ik navraag deed, bleek die absoluut niet onvriendelijk of gevaarlijk, maar waren ze wel in spanning aan het wachten op de aangekondigde aankomst van 'het Congolese leger'.
We keerden terug naar het hoofdkwartier en gingen, samen met twee Nepalese secties in hun APC, op weg naar de Buniamulenge-wijk. Toen we er aankwamen zagen we dat de Congolese nationale sport, plunderen, al serieus toegepast werd. De Buniamulenge waren hun huizen ontvlucht, met achterlating van lichte bewapening, munitie, militaire kledij, meubilair en nog wat andere prullen die ze niet hadden kunnen meenemen. Wij bekommerden ons over de bewapening en de munitie, de Congolezen uit de buurt over de rest.
't Is van uw buren dat ge het moet hebben…
Generaal ISBERG kwam aangereden en zei dat we het plunderen moesten beletten. Dat was wel gemakkelijker gezegd dan gedaan. We posteerden bij elk huis twee Nepalezen en na tien huizen was onze voorraad Nepalezen uitgeput, maar het aantal te plunderen huizen absoluut nog niet. Ik was dan ook in feite blij toen de Nepalezen een nieuwe opdracht kregen en zich naar het kruispunt bij het College moesten begeven.
We waren nog niet allemaal in de APC's ingestapt, toen de bedden, matrassen, stoelen, kasten en alle andere mogelijke brol al naar buiten werd gesleurd…
Daar de Nepalese compagnie nog maar twee dagen geleden was aangekomen en dus nog van geen toeten of blazen Bukavu kende, besloot ik hun gids te spelen. Niet dat IK er al zó veel van kende, maar toch nog altijd méér dan zij.
Op het kruispunt kwam ik weer Kol JOBBINS tegen (de wereld is klein in Bukavu). Hij was aan het wachten op kolonel SIMBA (dezelfde die we de éérste avond van de 'oorlog' al ontmoet hadden, ik zei het: de wereld is klein in Bukavu), die met een compagnie Mai-Mai vanaf het kruispunt naar de grenspost Ruzizi-I zou stappen, onder begeleiding van de Nepalese APC's.
Het werd een triomftocht voor SIMBA.
Langs de weg stond een dikke haag juichende mensen en hij werd begeleid door zingende en met palmtakken zwaaiende groepjes. Om niets van het spektakel te missen, ging ik boven op een APC zitten en toen kwam ik tot de constatatie dat ik, eens te meer, mijn fotoapparaat vergeten was.
De houding van de bevolking ten opzichte van MONUC was nogal ambigue: de meesten lachten en zwaaiden naar ons, maar er waren er ook die hun vuist opstaken en het, reeds welbekende, keeltje-snij teken maakten.
Aan de grens, die nog door MONUC bezet werd, waren een paar heethoofden die het onmiddellijk vertrek van MONUC eisten en met stenen in de hand hun argumenten kracht wilden bijzetten, maar toch werd de grenspost in min of meer goede orde aan SIMBA overgedragen, waarna de kandidaat-stenenwerpers 'ontwapend' werden door zijn mannen.
De Nepalezen werden door Kol JOBBINS opgeroepen om terug te keren naar het College-kruispunt om van daaruit, samen met hem, op zoek te gaan naar achtergelaten wapens in het militaire kamp SAIO. Op het kruispunt werd ik weer zijn chauffeur en ADC en om bij het kamp te komen, moesten we ons een weg door de massa's volk zien te banen, die zich ondertussen in de zijstraten van het kruispunt verzameld hadden.
Niet-te-doen.
Bovendien stootten we op een barricade, bestaande uit het chassis van een camion, die ons de doorgang belette. Ik stapte uit en vroeg waarom die barricade was opgericht. Onmiddellijk werd ik omstuwd door een massa volk die me zowel vragen stelde als MONUC beschuldigde van de meest onzinnige dingen. De barricade was opgericht 'door de bevolking' om te beletten dat MONUC 'verder zou oprukken' (alsof dat ooit de bedoeling was geweest), ze wilden voorbij het kruispunt gelaten worden 'om te gaan kijken' in de Buniamulenge-wijk (ze bedoelden plunderen, maar daar waren anderen hen al in voor geweest), de Uruguaianen hadden de KADUTU-markt (de grootste markt van Bukavu) in brand gestoken en geplunderd én ze hadden daar foto's van (zelfs als men hen de weg zou tonen zouden de Uruguaianen die markt nog niet vinden. Die beruchte foto's moet ik trouwens nog altijd zien), de Zuid-Afrikanen hadden troepen van Nkunda in hun APC's vervoerd en in de rug van Mabe weer afgezet, waardoor die de slag om Bukavu de week voordien verloren had (natuurlijk. Het is gewoon ONDENKBAAR dat Mabe met zijn 'hypergetrainde elitesoldaten' op eerlijke wijze zou verloren hebben), MONUC had Mutebutsi opzettelijk laten ontsnappen omdat we 'pro-Rwandees' waren, enzovoort, enzovoort…
Het was in feite te zot om los te lopen.
Toen het bericht kwam dat het kruispunt overgedragen was aan de 'bevrijders', was het hek hélemaal van de dam en ontstond er een mensenvloed in de richting van het kruispunt. We besloten het kamp SAIO maar te laten voor wat het was en terug te keren naar de Buniamulenge-wijk, waar de avond voordien een huis, volgestouwd met wapens en munitie, ontdekt was dat sedertdien bewaakt werd door een paar Uruguaianen. De bedoeling was om al dat ongezond materiaal te verzamelen en te verwijderen om het dan later te kunnen vernietigen.
Terwijl Kol JOBBINS naar binnen ging (hij was nogal zéér geïnteresseerd in wapens en had ondertussen al een mooie verzameling Congolees oorlogstuig aangelegd), ging ik buiten op een bank zitten tussen een paar lokale inboorlingen.
En we begonnen natuurlijk te babbelen.
En ik moest daar natuurlijk weer dezelfde zever als een half uurtje voordien bij het kruispunt aanhoren en weerleggen.
Maar nu waren er nog een paar andere fantasietjes bij.
Amerika zat achter al dat oorlogsgestook en Amerika werd bevolen door Rwanda (Bush zou het moeten horen).
De Chinezen op 'the Chinese peninsula' hadden hun kamp opengesteld voor de troepen van Nkunda, waardoor deze de troepen van Mabe hadden kunnen omtrekken (allé vooruit, het was eens wat anders dan de Uruguaianen en Zuid-Afrikanen. Waarom ook niet?).
De Belgen waren wél zéér hartelijk welkom, maar toch, zij hadden LUMUMBA vermoord (daar hadden ze toch een gevoelige snaar geraakt. De Belgen hebben Lumumba NIET vermoord, maar ze hebben wél niets gedaan om hem uit de handen van MOBOETOE en TJOMBE te redden en daar zat Lumumba's agressieve speech bij de onafhankelijkheids-plechtigheid wel voor véél tussen).
Enfin, het was, zoals altijd, weer de schuld van de ANDEREN. En die 'anderen' wijzigen nogal gemakkelijk naargelang de behoefte…
Congolezen, wordt eindelijk eens volwassen!
Ondertussen kwam er een peloton soldaten afgemarcheerd en die vroegen dat alles aan hen zou overhandigd worden, want tenslotte behoorde dat schiettuig toe 'aan het Congolese volk'. Er ontspon zich een discussie tussen Kol JOBBINS en de bevelvoerende officier (zonder graden op), waarop Kol JOBBINS tenslotte eieren voor zijn geld koos en het ganse zootje maar aan hem overdroeg.
Rond de middag kwamen we terug aan in het hoofdkwartier, juist op tijd om in de vallei een verlaten Buniamulenge-huis in de fik te zien steken. Een paar moedige Congolezen kroop naar boven, begon de golfplaten van het dak los te maken en sleurde die naar hun eigen huis.
Inderdaad toch écht te spijtig om ook dát mee te laten opbranden…
Ik was juist een fotootje van het gebeuren aan het nemen, toen Kol WERBROUCK me opbelde. Hij had een telefoontje gekregen van 'een hooggeplaatst iemand' uit Goma, die beweerde dat de Buniamulenge-huizen systhematisch geplunderd werden en in brand gestoken en dat ook de Buniamulenge zelf systhematisch gemolesteerd werden en hij wilde dat even nachecken. Ik vertelde hem dat hun verlaten huizen inderdaad geplunderd werden, maar dat de pot de ketel daarbij niets te verwijten had, want de week ervoor hadden ZIJ juist hetzelfde gedaan. Dat er inderdaad één huis in brand stond, maar dat dit moeilijk te omschrijven was als 'systhematisch' en dat er, voor zover ik wist, GEEN publieke lynchpartijen aan de gang waren. Er viel trouwens niet veel meer te molesteren, want de meeste Buniamulenge hadden de dagen voordien al hun biezen gepakt richting Rwanda.
Had hij mij een uurtje later gebeld, dan had ik hem nog kunnen vertellen dat ook het huis van de vorige gouverneur van Zuid-Kivu serieus aan het doempen was.
Die was blijkbaar iets té veel bevriend geweest met Mutebutsi en Co.
Maar dat was het dan ook.
Het werden geen Joegoslavische toestanden…
Episode 12
Home
Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!