Episode 10

IN HET OOG VAN DE STORM

Op donderdag 03 Juni gingen de plunderingen gewoon verder, maar nu werden ook de Congolezen die werkten voor MONUC het mikpunt van overvallen, want we hadden nu nergens nog vrienden. De Buniamulenge (óók Rwandezen genoemd door de Congolezen, wat tijdens discussies soms wel voor verwarring zorgt) verweten ons dat we 'ze niet hadden laten doen' en de Congolezen verweten ons dat we 'de vriendjes van de Rwandezen' waren, omdat we Nkunda zelfs niet hadden proberen tegen te houden.
En we moesten het dus ontgelden…

Rond 07.00 Hr werd het KANDO-team, dat nu ook zijn teamsite ontruimde, tegengehouden bij een Mai-Mai checkpoint en ettelijke uren gevangen gehouden in hun hoofdkwartier. Enkel het feit dat de menigte, die zich voor de poorten van de kazerne verzamelde, nóg moordlustiger was dan de soldaten en de Mai-Mai commandant hun dood niet op zijn geweten wou hebben (hij kende hen al ongeveer twee jaar), liet hen toe langs een achterpoortje te ontsnappen.

Ook baas Ali ondervond dat de wereld buiten de computer een gevaarlijke plaats is om te verblijven. Terwijl hij met Maj ZIA van hun gemeenschappelijk verblijf (zoals de meeste andere naties, hokken ook de Pakistanen tezamen. Enkel de one and only Belg in Bukavu leeft alleen) naar het Brigade-hoofdkwartier reden, dachten ze eerst dat een steen door de ruit geworpen werd, maar bij aankomst bleek het een gezond kogelgat te zijn, waarbij het schot Ali op een tiental centimeter gemist had en Zijne Hoogheid ZIA minstens in zijn pretentie getroffen werd.

In KISANGANI was er een anti-MONUC demontratie en de lokale Welfare-Club werd daar in brand gestoken. Maar daar zat wel een geurtje aan, want de Welfare-Club was in de loop der jaren uitgegroeid tot een bekend restaurant en deze 'spontane protestactie' betekende toch een concurrent minder voor de lokale neringdoeners.

Zelfs Kinshasa ontsnapte niet aan de algemene teneur. Er werd een massale protestbetoging voor het MONUC-hoofdkwartier gehouden, er werden verschillende UN-voertuigen in brand gestoken, er werd een beetje in de lucht en ook elders geschoten, er werden pogingen gedaan om AGETRAV (de plaats waar de voorraden bewaard worden) en IVECO (de logistieke basis) te plunderen en de balans liep op tot een totaal van vijf doden, waaronder twee kandidaat-plunderaars. Het énige 'lichtpunt' (?) was dat het UN-personeel in Kinshasa nu óók eens kon genieten van een extra UN-Holiday.

Opnieuw leverde het ADC van de COS zijn mij een extraatje op.
Ik mocht mee aanzitten op een meeting van COS, Gen ISBERG en Mr SOW met generaal NKUNDA. Nog nooit ben ik zo'n ijzervreter, hardliner, driftkikker, doordrammer, kortzichtige kerel, enz…(u noemt het maar) tegengekomen als die fameuze generaal NKUNDA. Bij elke vraag kregen we een lawine van woorden naar onze kop gesmeten die nergens op trok, er zat absoluut geen logica (of een totaal verwrongen logica) in en hij gedroeg zich als de heerser van de wereld, opvliegend bij elk woord dat hem niet aanstond. Het énige zinnige dat we uit zijn woordenvloed konden opmaken was dat het NIET zijn bedoeling was verder op te rukken richting Kinshasa, dat hij NIET de bedoeling had Bukavu bezet te houden, maar dat hij enkel gekomen was omdat 'hij gehoord had dat er een genocide aan de gang was tegen een deel van de bevolking'. Wat Paul nadien de cynische commentaar ontlokte:" Eighty-eight dead, just to have a look!".

Ondertussen was het aantal vluchtelingen op het Welfare terrein opgelopen tot een goeie 600 à 700 en het werd zo stilaan op de koppen lopen. Gezien mijn ervaringen met mijn matras en deken, was ik echter niet meer zo geneigd mijn kamer af te staan. Er moest echter dringend iets aan gedaan worden en daarom werd besloten ze te versassen naar het College, waar een tentenkamp zou opgericht worden.
Bij een verkenning van de locatie zat Mr SOW in onze jeep. Toen we uitgestapt waren vroeg ik hem op de man af waarom MONUC niet op de troepen van Nkunda geschoten had. Hij gaf de militairen de schuld die hem zouden gezegd hebben dat het niet mogelijk was om met de beschikbare MONUC-troepen Nkunda tegen te houden.
Nu ben ik strategisch en tactisch misschien wel geen groot licht, maar zelfs een jonge Onderluitenant zou aan één blik op de kaart genoeg hebben om te beseffen dat dit dikke bullshit is. Tussen Goma en Bukavu is er één weg met op drie plaatsen, telkens over een afstand van een dikke twintig kilometer, aan de éne zijde het Kivu-meer en aan de andere zijde zéér steile hellingen om ze geen rotsen te noemen. Aan één peloton heeft men genoeg om, vanuit goed gekozen plaatsen, een héél leger ferm te vertragen en aan één compagnie om ze volledig tegen te houden. Als men dan nog rekening houdt met het feit dat MONUC over twee bewapende MI-25 helicopters beschikt, dan kon men gerust kipkap maken van dat fameuze 'leger' van Nkunda.
Maar het heeft niet mogen zijn.
En wie wat juist gezegd of beslist heeft, zal ik waarschijnlijk wel nooit te weten komen…

Toen we 's avonds laat terugkeerden, bleek het aantal vluchtelingen in de Welfare ondertussen opgelopen te zijn tot een dikke 1200 à 1300. In het gebouw zelf lag een zwart tapijt te slapen en omdat ik geen platgetrapte negertjes op mijn geweten wilde hebben, ging ik maar bij de Duty-Officer in de zetel snurken…

Op zaterdag 05 Jun was het weer kalm in Bukavu.
Maar niet in Kinshasa. Daar bleef het protest van de dag voordien serieus nagalmen. Bovendien probeerde iedereen lijnen in de gebeurtenissen te ontdekken en voorspellingen te doen. Ik kreeg een paniekerig telefoontje uit Kinshasa met de vraag naar informatie over het al dan niet oprukken van de troepen van Nkunda richting Kisangani. Ik kon hen enkel vertellen dat Nkunda gezegd had dat hij dit NIET zou doen en dat heli-vluchten boven de énige 'baan' tussen Bukavu en Kisangani niets opgeleverd hadden, maar in de praktijk betekende dit niet veel, want dergelijke heli-recce's hadden ons in een recent verleden óók verteld dat er GEEN troepenbewegingen te zien waren tussen GOMA en KALEGE en dit was totaal onjuist geweest. In een relatief dichtbegroeid Congo is het trouwens niet zó moeilijk een lawaaierige helikopter te bedotten, zeker niet wanneer die bemand is door burgerpiloten die geen risico's willen nemen en enkel van zéér ver waarnemen.

Rond het middaguur deed ik, met een bevoorradingskonvooi, een trip naar Kavumu-airport. Ik had massa's soldaten van Nkunda verwacht, maar onderweg kwam ik nauwelijks soldaten tegen. Enkel in Kavumu zelf schatte ik de aanwezigheid van één compagnie, want het was juist 'lunchuurtje' en iedereen kwam uit een hutje gekropen en schoof aan langs de straat. Terug in Bukavu hoorde ik dat Nkunda beloofd had zich s' anderendaags, zondag, terug te trekken uit Bukavu, eerst richting Kavumu-airport en dan richting Goma.
Dat moest dus gecontroleerd worden.
Maar de MILOBS mochten geen patrouilles meer doen. Bevel van Kinshasa. Uit veiligheidsoverwegingen…
En zo kwam het dat een Belg, die officieel MilObs was, maar dit niet mocht doen van Brussel omdat het te gevaarlijk was, nu als stafofficier wél patrouille reed om te controleren of Nkunda zijn gegeven woord nakwam. Bij gebrek aan anderen en op zondag dan nog.
Ik kreeg een bepaalde woonwijk van Bukavu toegewezen en samen met twee Zuid-Afrikaanse soldaten installeerde ik me langs de hoofdstraat van de wijk aan de overkant van de 'Bralima-beerfactory'. In deze 'fabriek' produceren ze het biermerk 'Primus'. Ik stond daar nog geen vijf minuutjes, toen een gammel vehikel kwam aangetuft, waaruit een onwaarschijnlijk aantal gewapende kerels kwam gevallen, samen met een paar militairen met groene mutsen op (gedragen volgens het 'vliegdekschip'-model) en die stapten de bierfabriek binnen, terwijl de 'ongemutsten' buiten de wacht optrokken. Ik had ondertussen al ontdekt dat de 'mutsers' de officieren waren en besloot mijn licht eens op te steken. De hoogste in graad bleek een zekere kolonel PIERRE te zijn die, in afwachting van de komst van generaal Nkunda, besloten had zijn tijdelijk hoofdkwartier in de fabriek te vestigen (er zijn inderdaad slechtere plaatsen om uw hoofdkwartier te installeren). Gezeten achter een vijftal flessen Primus (zéér bereidwillig geschonken door de bewakingsdienst) vertelde hij me ook dat ze aan het terugkeren waren naar Goma en toen ik terug buitenkwam zag ik inderdaad een kolonne van naar schatting een compagnie voorbijsleffen, kwam er zoiets als een compagnie van een naastliggende heuvel naar beneden en bij het terugkeren naar het hoofdkwartier passeerde ik nog een compagnie.

Er ontstond duidelijk een machtsvacuüm in Bukavu en de vraag was alleen wie het zou opvullen.

Op maandag werd er een viertal keer geschoten op verschillende plaatsen in Bukavu, maar het was absoluut niet duidelijk wie er schoot en op wat er geschoten werd. Het was echter wél duidelijk dat dat de mannen van Mutebutsi steeds zenuwachtiger werden. Ze werden geschat op een 150 tot maximaal 300 en waren in feite nog de énige gewapende macht (buiten MONUC) in Bukavu. De aftocht van Nkunda én het toenemend aantal berichten over een nakende tegenaanval van generaal MABE, deed hen echter duidelijk beseffen dat ze aan de verliezende kant stonden. Het verwonderde mij dan ook geen fluit dat we op dinsdagnamiddag bericht kregen dat een adjunct van Mutebutsi gevlucht was, samen met een aantal van zijn soldaten en rond de avond kregen we te horen dat Mutebutsi zelf de plaats gepoetst had 'met onbekende bestemming'.
Het was ZIJN beurt om zijn 'legertje' te zien desintegreren…

We hadden in het oog van de storm gezeten en zoals iedereen weet is het daar windstil.
Maar zoals iedereen óók weet: mooie liedjes duren niet lang…


Episode 11

Home

Boek kopen? Surf naar © 2006 Free Musketeers!