willekeurig
hitparade
plaats
soort
naam
element
stijl
architect
vroeger
main
--> Hoofdblad --> Lijst van alle plekken Of Vorige
Men vindt deze plek vrij mooi! Gemiddelde score: 5.9 door 1350 willekeurig stemmers.
En U??? Stem op de plekken in België via Willekeurig
(Ref:0001163)




Toon map op Google Maps

Osterrieth herenhuis te ANTWERPEN 1 (centrum) / ANTWERPEN
(Meir 85)

Osterrieth herenhuis ANTWERPEN 1 (centrum) / ANTWERPEN foto
Foto door Johan Mares (@Belgiumview)




Osterrieth herenhuis ANTWERPEN 1 (centrum) / ANTWERPEN foto: Osterrieth herenhuis ANTWERPEN 1 (centrum) / ANTWERPEN foto: Osterrieth herenhuis ANTWERPEN 1 (centrum) / ANTWERPEN foto: Osterrieth herenhuis ANTWERPEN 1 (centrum) / ANTWERPEN foto:
Klik op de kleine foto's om ze te vergroten, klik op de grote foto voor een maxi-formaat.

Stevi Raeymaekers: 'Het Osterrieth huis is een mooi voorbeeld van Rococo, gekenmerkt door de aanwezige schelpmotiefjes en de ijzeren balustrade. Het was vroeger de woonplaats van de mondaine bevolking die een huis in de stad verkoos boven een gebouw in het platteland.' Het Osterrieth Huis op de Meir is een zogenaamd 'stadshotel' uit de 18de eeuw. Het is gebouwd in de toenmalige populaire roccocostijl door Jan-Pieter Van Bauerscheit. Van deze zelfde bouwheer staat trouwens amper 100m verder het befaamde Susteren Herenhuis. (met dank aan Freddy Dehoperé)

Flor Sel: 'In dit huis is de DEXIA bank gevestigd. Het komt niet voor in de categorie BANK.'

Frits Schetsken: '1749 is het geboortejaar van dit huis, al zal het nog tot 1874 duren voordat het zijn huidige naam krijgt. Maar er wordt hier al veel langer chique gewoond. Dat begint met Josse Draeck, telg uit een Antwerpse familie van hoge pieten in het stadsbestuur. Hijzelf is schepen, familielid Willem burgemeester. Josse laat begin 16de eeuw hier een huis bouwen, waarin hij tot zijn dood in 1521 blijft wonen. De volgende eigenaar is schoonzoon Geronimo Lopez en met hem kleurt het hier een tijdlang mediterraans met de opeenvolgende bewoners: Jeronimo en Alonzo d’Espinoza, Simon Rodriguez d’Evora, Jacomo Antonio Carenna … het lijkt alsof er geen Vlamingen meer zijn in Antwerpen.

Dat verandert met Arnold du Bois de Vroylande, die er op 13 maart 1726 zijn intrek neemt met zijn vrouw Catharina Vecquemans. Ze komen uit Kortrijk, zijn schatrijk en behoren tot de kapitaalkrachtigste families van Antwerpen. Dat fraaie achterste stuk van hun naam – de Vroylande – danken ze aan voorvader Gilles, die in de adelstand is opgenomen en in Wallonië enkele heerlijkheden bezat, waaronder Vroylande. Ook van hem erft de familie het buitengoed Sorghvliedt in Hoboken, dat vandaag als districtshuis van die Antwerpse deelgemeente fungeert. Maar aan de Meir staat nog steeds geen prachtige rococogevel, daarvoor moeten we nog even wachten op Arnolds dochter Régine-Thérèse.

Régine-Thérèse slaat een goede partij aan de haak, Melchior Joseph van Susteren, wiens broer Johan Alexander aan de overzijde van de Meir in een waar stadspaleis woont, dat die naam vandaag als Paleis aan de Meir nog steeds eer aandoet en intussen al eens koninklijke residentie is geweest. Het huwelijk van Régine en Melchior is van uiterst korte duur, na enkele maanden overlijdt manlief reeds en wordt Régine-Thérèse douairière, zoals adellijke weduwes door het leven plegen te gaan. Wanneer ook haar vader zes jaar later overlijdt erft ze het ouderlijk huis, koopt aanpalende panden in de Eikenstraat en vraagt aan overbuurman Johan Alexander het adres van zijn architect, zodat ook zij iets fraais kan laten bouwen.

Die architect is Jan Peter van Baurscheit de Jonge. Zoals de naam al doet vermoeden komt de familie uit Duitsland, uit Wormersdorf. Pa wordt daardoor nog ‘Pier den Deuts’ genoemd en is beeldhouwer. Zoon Jan Peter leert die stiel van hem, maar ziet het monumentaler, wil bouwmeester worden. Hij zal daadwerkelijk gaan bouwen, eerst in Zeeland en Zuid-Holland, niemand is meteen Sant in eigen land, laat staan in eigen stad. Maar na die buitenlandse uitstapjes komen de opdrachten uit Antwerpen toch vlot binnen. Jan Peter houdt het niet bij stenen omhulsels, ook de hele binnenhuisinrichting, compleet met lambrisering, stucplafonds, schouwen en meubels zijn bij onze J.P. in uitstekende handen. Mevrouw wil misschien ook een tuin? Komt meteen voor elkaar!

Vanaf 1749 begint Jan Peter Van Baurscheit Jr. de bestaande panden aan de Meir grondig te verbouwen tot een comfortabel herenhuis voor een dame. Hij ontwerpt een nieuwe gevel in natuursteen met rocaillemotieven – grillig, denk aan druipsteengrotten en koraalriffen – bekroond door een schelpmotief in de kuif, want we zitten midden in de rococo-periode. Régine hoeft zelfs niet in de stofwolken te leven, van haar jong overleden zus Henriette erft ze kort na 1745 het Pulhof in Berchem, een optrekje als refugie buiten de stad. En Jan Peter kan rustig zijn laatste grote schepping afwerken, het ongeverfde natuurstenen deel van het huidige Osterriethhuis is authentiek Van Baurscheit. Heb je een huis en meubelen dan kan je trouwen en dat doet Régine-Thérèse op 3 juli 1755 voor de tweede keer met Alexander Henri della Faille, weer zo’n naam die klinkt als een klok in adellijke kringen, al is het deze keer fake Italiaans, afkomstig van Van der Falie. Alexander Henri is vijf jaar jonger dan Thérèse, maar toch overlijdt deze heer weer als eerste van het koppel, op 24 juni 1783. Zou Régine iets in het eten doen of put ze die mannen erotisch uit? Zelf sterft ze in 1791 zonder directe erfgenamen en het Hôtel van Susteren-du Bois, zoals het pand dan bekendstaat, gaat naar haar neef Ferdinand Jozef du Bois, zoon van broer Joan Anthoni en Dymphna della Faille. Ja, er werd flink uitgehuwelijkt tussen rijke Antwerpse families in die dagen.

Tot 1850 blijft het huis binnen de familie, daarna wordt het gekocht door bankier Van Kerkhove, maar die gaat failliet en zo komt het op 17 oktober 1874 in handen van de 48-jarige Jacques-Ernest Osterrieth, een rijke handelaar die vanuit Frankfurt vele landgenoten naar Antwerpen is gevolgd. Hij is actief in de wol- en huidenimport uit Zuid- Amerika, met name Argentinië. Daar hebben Antwerpse zakenlui van Duitse origine hele kuddes op de pampa’s in mede-eigendom. Wat er na huid en haar overblijft aan vleesoverschot komt ook naar Antwerpen voor de productie van vleesextracten, waarin de Duitse familie Liebig zich specialiseert met de Oxo-bouillons.

Ernest, zoals onze nieuwe eigenaar wordt genoemd, heeft reeds sinds 1850 een filiaal in Antwerpen. Wanneer hij voor de tweede keer weduwnaar wordt – kreeg hij het recept van Régine? -, hertrouwt hij in 1867 met Leonie Mols, een zeventien jaar jongere vrouw. Ook in die tijd ging dat al zo. Vanaf eind 1874 vestigt Osterrieth zijn kantoren in de huisvleugel aan de Eikenstraat. Het is tussen dit kantoor en het bedrijf Grisar en Cie, op dat moment geleid door Max Grisar, ook actief in de handel in huiden, wol en leer, dat in 1879 de eerste telefoonlijn van Antwerpen tot stand komt, aangelegd door The Antwerp International Bell Telephone Company, waarvan vader Ernest Grisar en Ernest Osterrieth mede-oprichters zijn.

Wanneer Ernest Osterrieth in november 1893 overlijdt, laat hij bij testament alle bedienden, werklui en huishoudpersoneel een bedrag van een vol jaar salaris na. Zijn weduwe blijft in het pand wonen en maakt er nog iets mooiers van, zowel in het interieur als aan de buitenkant. Zo laat zij in 1896 het linker gedeelte van de gevel dat de hoek met de Eikenstraat maakt aanbouwen. Dit deel, maar dan zonder de erker, komt al voor op het gevelontwerp van Jan Peter Van Baurscheit Jr., maar is destijds niet gerealiseerd. Om het onderscheid te maken met het authentieke Van Baurscheit-deel is het later wit geschilderd. Het interieur wordt door Leonie onder meer verrijkt met een Oude Vlaamse Kamer, waarin zich een renaissanceschouw met Delftse tegels bevindt.

Leonie Osterrieth staat binnen de Duitse kolonie in Antwerpen bekend als de koningin van de liefdadigheid en is onder meer mede-stichtster van het Joostensgesticht in Zoersel, oorspronkelijk een instelling voor tuberculozen, vandaag een verpleegtehuis voor demente bejaarden. Daarnaast nodigt zij prominenten uit naar het paviljoen, dat in 1677 op de tweede binnenplaats van de woning is gebouwd, om daar concerten of voordrachten te geven voor de Duitse kolonie. Onder andere de journalist-ontdekkingsreiziger Stanley, die voor koning Leopold II het door hem verworven Belgische Congo doortrekt en daar de verloren gewaande Livingstone terugvindt, wordt hier ontvangen bij diens bezoek aan Antwerpen. Ook de Noor Roald Admundsen is hier te gast, de man die als eerste de Zuidpool weet te bereiken, voordat zijn rivaal Scott daarin slaagt. Léonie steunt ook de expeditie van Adrien de Gerlache met de Belgica naar de Zuidpool en bezorgt kerstpakketten aan de bemanning, waardoor ze als ‘meter’ van deze expeditie wordt beschouwd.

In 1954 koopt de Bank van Parijs en de Nederlanden (Paribas) het gebouw ten tijde van het voorzitterschap van Maurice Naessens. In deze periode worden de zolders met balkengebinte, die van vóór Van Baurscheit dateren, ingericht als vergaderzaaltje. Houtsnijder Frans Masereel mag een tijdlang zijn atelier in een stukje Osterriethhuis inrichten en Paribas verwerft een bijzonder mooie kunstcollectie met heel wat bekende namen, die echter nooit publiekelijk toegankelijk is gemaakt.

En ja, hoe gaat dat bij banken? Eerst verandert Paribas in Artesia, dat wordt later een stukje van Dexia en daar heeft de crisis Belfius van gemaakt. Nu bezuinigen het nieuwe parool is, heeft Belfius het Osterriethhuis verkocht aan vastgoed-investeerder Athelean voor 24 miljoen euro. Om dat geld te laten renderen zal de woning van Régine, Ernest en de anderen als nieuwe bestemming waarschijnlijk een exclusieve winkel krijgen en zo blijft geld de rode draad door ons verhaal.'



Français
English








Sponser
Belgium
View
Home
Bronnen
Privacy