willekeurig
hitparade
plaats
soort
naam
element
stijl
architect
vroeger
main
--> Hoofdblad --> Lijst van alle plekken Of Vorige
Men vindt deze plek vrij mooi! Gemiddelde score: 5.2 door 3694 willekeurig stemmers.
En U??? Stem op de plekken in België via Willekeurig
(Ref:0000816)




Toon map op Google Maps

Pagaddertoren van huis Den Spieghel te ANTWERPEN 1 (centrum) / ANTWERPEN
(Spanjepandstraat)

Pagaddertoren van huis Den Spieghel ANTWERPEN 1 (centrum) / ANTWERPEN foto
Foto door Johan Mares (@Belgiumview)



Marc Vaesen: 'De pagaddertoren is een smalle toren die diende als uitkijktoren. Kleine kinderen passen er gemakkelijk in, zij moesten op de uitkijk staan om te zien of er handelsschepen in aantocht waren.'

Frits Schetsken: 'Huistorens komen in verschillende steden voor, maar het lijkt erop dat enkel in Antwerpen daarvoor het woord pagaddertoren wordt gebruikt. En juist rond dat woord wordt van alles beweerd. Laat ik het even opsommen:

  • De torens zijn genoemd naar Spaanse betaalmeesters, ‘pagadores’ in het Spaans. Zij moesten de soldij voor de Spaanse troepen moesten uitbetalen.
  • In een huistoren in de Antwerpse Beddenstraat zou een gehate pagador hebben gewoond en die zou aanleiding zijn geweest om zijn toren pagaddertoren te noemen. Daarna ging de naam over op alle dergelijke torens. (Bedoeld is de pagaddertoren van het 16de-eeuwse pand De Thoren, die tijdens een bombardement in oktober 1914 ernstig is beschadigd en enkele weken later is ingestort.)
  • Een Antwerpse stadsgidse ziet het op haar website aldus: ‘De pagadores wonen in deze huistorens om van bovenuit het slagveld te overzien. Soms dalen ze af en zoeken contact met vrouwen. Die krijgen dan na korte tijd een kind en dat is dan een pagadder.’ (In Antwerpen en elders worden immers kleine kinderen wel pagadders genoemd, een woord dat liefelijk gebruikt wordt voor bengel, deugnietje en dat soort begrippen.)
  • De huistorens zijn zo smal gebouwd, dat enkel kleine kinderen over de trappen naar boven kunnen. Bovenaan moeten ze uitkijken naar schepen op de Schelde, die met goederen voor hun pa – een koopman - komen aanvaren. Ze moeten dan zo snel mogelijk hun vader gaan waarschuwen, die dan bliksemsnel naar de rede loopt om zo als eerste bij het schip te zijn.
  • Als variant op het vorige: Reders bouwen deze torens aan hun huis om van bovenuit te speuren naar de komst van hun schepen op de Schelde.

Dankbare verhalen voor toeristen, maar wat kan daar nu waar van zijn?
Wie denkt dat deze huistorens zo smal zijn dat ze enkel voor kinderen toegankelijk zijn, moet een keer het Antwerpse Vleeshuis bezoeken, nu een museum van muziekinstrumenten. Je zal merken dat daar de verdiepingen onderling verbonden zijn door dit soort traptorens, waar volwassen mensen probleemloos doorheen kunnen. De link van pagaddertorens via het woord pagadder naar kinderen kunnen we daarom beter terzijde schuiven.

En die Spaanse betaalmeesters, die pagadores? Antwerpen krijgt pas een Spaans garnizoen nadat Fernando Álvarez de Toledo, hertog van Alva, in 1577 een dwangburcht op het huidige Zuid laat aanleggen. Vrijwel alle pagaddertorens dateren echter van de eerste helft van die 16de eeuw. Dat zou dus betekenen dat ze hun benaming pas (vaak vele) jaren na de bouw hebben gekregen. Dat kan, maar waarom zou de Spaanse staat juist kleine ventjes recruteren als betaalmeester, wetende dat soldij regelmatig een heikel punt was voor de Spaanse staatskas in die dagen? Dan heb je beter ambtenaren die wat imponerender zijn, zou je denken. En zouden we echt zoveel pagadores nodig hebben gehad voor dat garnizoen, die zich dan in huizen met woontorens zouden hebben gevestigd? Tenzij die ene kwaaie van de Beddenstraat volstond om alle huistorens meteen met hem in verband te brengen …

De bewering dat vanuit deze pagaddertorens de reders naar de komst van hun schepen op de Schelde zouden kijken, lijkt ook weinig waarschijnlijk. Wie de Antwerpse stadsplattegrond van Virgilius Bononiensis uit 1565 bekijkt, ziet over heel de stad pagaddertorens oprijzen. Dus ook op plaatsen die zo ver van de Schelde liggen, dat je vanuit zo’n toren absoluut niet meer kan zien of er een schip met jouw vlag in de mast komt aanvaren – als de hoge kathedraal je het uitzicht al niet compleet ontneemt. In een tijd dat schepen geen communicatiemiddelen aan boord hebben om hun komst van verre aan te kondigen, zal het weinig zinvol zijn geweest om op de uitkijk te staan. Welke koopman kon weten wanneer er schepen voor hem zouden arriveren over een zee waar onderweg een stormpje voor een dag vertraging kon zorgen? Tijd speelde in die dagen niet zo’n grote rol als tegenwoordig.

Het hele idee van uitkijktorens naar aankomende schepen houdt ook geen stand als je denkt aan de vijf torens van het Vleeshuis. Het vee voor de slagers werd niet per boot aangevoerd, maar stond in de polders ten noorden van de stad rustig te grazen. Veel van de verhalen die rond deze torens worden geweven, lijken dus eerder ontsproten aan de fantasie. Blijft de vraag hoe het dan wel zit.

Laten we een bescheiden poging tot verklaren doen, zonder te beweren hiermee op het juiste spoor te zitten. Op 5 februari 1588 wordt aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, op dat moment het bestuur voerend over de Bourgondische Nederlanden, door de opstandige Bruggelingen gegijzeld. Hij zal pas worden vrijgelaten op 27 februari na het ondertekenen van een reeks privileges. Direct na zijn vrijlating maakt hij de Bruggelingen duidelijk dat ze te ver zijn gegaan en hij ontneemt hen het recht om nog jaarmarkten te houden en schenkt dat recht aan Antwerpen. Hij raadt ook alle buitenlandse kooplui aan uit Brugge te vertrekken. Dat zal inderdaad gebeuren, want ook de toegang vanuit zee via het Zwin is alsmaar moeizamer geworden, waarbij de zeeschepen reeds bij Sluis overgeladen moeten worden op kleinere binnenschepen. Bovendien houden de Brugse gilden strak vast aan de bepaling dat buitenlandse handelaren enkel via een Brugse tussenpersoon handel mogen drijven met andere buitenlandse kooplui, wat belemmerend werkt op het zakendoen. Antwerpen heeft een betere zeeweg via de Schelde, kent geen strak gildensysteem dat ouderwetse regels oplegt en heeft nu zijn jaarmarktrecht. We zien dan ook eind 15de en begin 16de eeuw een sterke instroom van buitenlandse kooplui in Antwerpen, die hier meteen een welvarende toplaag vormen. De autochtone Antwerpenaar zal daar vermoedelijk op hebben gereageerd zoals de Braschatenaren op de instroom van rijke Hollanders: enerzijds content met de rijke klanten, anderzijds zich wat verdrongen voelend door die nieuwkomers, die vooral onder elkaar blijven. Anders dan in de rest van Vlaanderen heeft het woord pagadder in Antwerpen ook de betekenis van inwoner die in Antwerpen is geboren uit ouders, waarvan er minstens één niet uit Antwerpen afkomstig is. Met andere woorden, de kinderen van die nieuw gearriveerde kooplui zijn pagadders. Zij zijn van huis uit welgesteld en gaan wat pronken met hun rijkdom. Zij bouwen aan hun huizen zoals gebruikelijk traptorens om de verdiepingen met elkaar te verbinden. Dat is interessanter dan trappen binnen de kamers, want daar ontsnapt warmte door en echt goed geïsoleerd zijn die 16de-eeuwse huizen niet. Maar onze pagadders trekken hun traptorens extra hoog op om duidelijk te maken dat ze belangrijk en vooral welgesteld zijn, dus een puur statussymbool. De uitkijkpost bovenop, met vensters naar alle kanten en niet enkel naar de Schelde, dient om bezoekers een panoramische blik over de stad te gunnen. Dat is praktischer dan een sightseeing door de modderige ongeplaveide stratenwirwar van het middeleeuwse Antwerpen. De autotochtone Antwerpenaren die deze hoge huistorens zien, spreken smalend over pagaddertorens, de pochtorens van een rijke klasse.

Zo zou de term pagaddertoren dus ontstaan kunnen zijn, maar bewijzen heb ik er niet voor. Bovendien is mijn uitleg afhankelijk van het woord ‘pagadder’, dat dan in elk geval een andere oorsprong moet hebben dan ‘pagadores’. Misschien van het Vlaamse woord ‘paggelen’, dat volgens het dialectwoordenboek van Herman J. Claeys waggelend lopen betekent. Zoals je doet wanneer je op den buiten over een karrenspoor wandelt en op kronkelende paadjes, die over een heuvelachtig terrein hun weg zoeken. Dan betekent een pagadder in oorsprong iemand van buiten de stad, waar de poorters zich wat rechtlijniger verplaatsen. En vandaar is het maar een sprongetje naar lieden die nog niet helemaal ingeburgerd zijn in de metropool Antwerpen …'



Français
English








Sponser
Belgium
View
Home
Bronnen
Privacy